H1. De empirische cyclus
Inleiding
Verschillen
Merkbare verschillen in werkwijze en stijl van afzonderlijke gedragstherapeuten:
Persoonlijkheid, specifieke vooropleiding, interesse, expertise, ervaringen, cultuur en
levensgebeurtenissen
Werksetting bepaalt verloop behandeling:
Eerste lijn vs. Klinische opname vs. Privépraktijk
Patiënten verschillen in kenmerken:
Persoonlijkheid, leeftijd, geslacht, cultuur
Diverse aanmeldingsproblemen
elke gedragstherapeutische behandeling = anders
Overeenkomsten
Algemene werkwijze die gedragstherapeuten met elkaar gemeen hebben:
volgens stappenplan empirische cyclus
vergelijkbaar werkwijze wetenschapper
Volgen v. empirische cyclus impliceert:
Gedragstherapie is meer dan alleen maar het toepassen van behandeltechnieken
Observeren, HT & FA even belangrijk (geïndividualiseerde probleemanalyse)
Fase van evaluatie neemt ook een belangrijke plaats: niet enkel behandeling instellen,
maar ook evalueren of de interventie het beoogde effect heeft
o Indien niet, verantwoordelijkheid psycholoog
o Indien niet, HT, FA of behandeldoelen aanpassen
Duidelijke concrete behandeldoelen zijn nodig voor het evalueren van een behandeling
(anders kan vooruitgang niet worden nagegaan)
Concrete communicatie naar de cliënt is belangrijk
o Cliënt = deelgenoot therapeutisch proces
o Therapieproces transparant maken naar cliënt toe
Hoewel de behandeling kan beschouwd worden als een experiment met 1 individu, zal
deze nooit het sterk gecontroleerde karakter hebben van een labo-experiment
o er zijn veel variabelen waar therapeut geen vat op heeft
o therapeutische relatie speelt belangrijke rol in verloop en resultaat behandeling
1
,De empirische cyclus binnen de gedragstherapie
1. Aanmeldingsprobleem: leidt niet automatisch tot bepaalde behandelingstechniek
2. Informatieverzameling en theorievorming
a. Holistische theorieën en functieanalyses: op maat gesneden van de cliënt en zijn
een verklaringsmodel. Wanneer men kennis heeft van ontstaan- en
instandhoudingsfactoren kan men volgende stap doen
3. Behandelplan: hypothese of voorspelling uit empirische cyclus. Maakt een concrete en op
verbetering gerichte predictie.
4. Toetsing: therapeutische interventies
5. Evaluatie: van de mate waarin de behandeldoelen zijn gehaald. Indien weinig
vooruitgang is de theorie misschien incorrect. Misschien moet men de holistische theorie
of de functieanalyse aanpassen. Of misschien is de theorie wel correct, maar de toetsing
niet adequaat. Vinger aan de pols houden, een verklaring zoeken voor de afwezigheid
van verbetering. Ook belangrijk van concretiseren van behandeldoelen.
Empirische cyclus en aandacht voor het functionele
empirische cyclus typisch voor gedragstherapie: heel veel aandacht voor individuele
probleemanalyses
Critici zeggen dat sterk geïndividualiseerde aanpak tijdrovend, overbodig en onnodig is. Zij
stellen dat bepaalde types psychologische problemen een vast, welomschreven aanpak
vergen (protocollaire behandelingen). In die aanpak wordt de empirische cyclus
gereduceerd tot het stellen van een diagnose en het geven van een bijhorende behandeling =
‘kookboekaanpak’ (<-> transdiagnostische aanpak)
o Wetenschappelijk gevalideerde behandelingen zijn relevant, maar zijn te simplistisch
en niet aangepast aan individuele cliënt
o Eenzelfde probleem vergt niet steeds dezelfde behandeling: kern psychologisch
probleem ligt niet in de uiting ervan, maar in de functie die het heeft.
o Protocollen betreffen maar 1 probleem en houden geen rekening met Comorbiditeit
2
, 3