1 Over het examen
Het examen bestaat uit twee delen. Enerzijds 10 ja/nee-vragen: dat zijn tien stellingen.
Je moet aangeven of het juist of fout is en een korte motivering geven (3 lijntjes). Dus bezint
eer ge begint. U spendeert maximum 45 minuten aan de ja/nee-vragen. 4,5 minuut per stelling
dus.
Het tweede deel is toepassingsvragen. U mag zoveel schrijven als u wil, maar pas op
dat u niet in tijdsnood geraakt. Maak eerst een schema en schrijf dit op het antwoordblad,
zodat we hier rekening mee kunnen houden. Zo vermijdt u ook dat u in herhaling valt. U
spendeert idealiter een halfuur aan elke toepassingsvraag.
Wat is de leerstof? De cursus en de slides, maar ook de documentatie die u op Minerva
vindt. U moet de uitspraken in de vonnisen/arresten begrijpen, weten welke rechtsregel er
wordt toegepast en hoe hij werd toegepast. De toepassingsvragen zullen op deze rechtspraak
gebaseerd zijn. U moet niet weten door welk rechtscollege de uitspraak is gedaan. Wanneer
het evenwel gaat om cassatierechtspraak, dan moet u weten ‘dit is cassatierechtspraak’.
Jaartallen worden niet gevraagd.
Op het examen wordt ook vaak een combinatievraag gesteld. U moet dus de cursus
meerdere keren doornemen om de verbanden te zien (bv.: de vrijwaring is anders bij huur dan
bij koop).
2 Structuur van de toepassingsvraag
U krijgt zoveel plaats om te schrijven als u wil. Dat kan verraderlijk zijn. Hou daarom
de volgende structuur aan. Vergeet niet de rechtsgronden te vermelden. De rechtsgronden
staan telkens op 0,25 punten. Wees hierin specifiek. (Bv.: als het gaat om de
consumentenkoop, art. 1649quater, §1, eerste lid zegt iets anders dan 1649quater, §1, derde
lid.)
1.1 Kwalificatie
Het aangeven van bv.: “dit is een gemeenrechtelijke koop, want dit is een verkoop van
onroerend goed.” (De consumentenkoop is beperkt tot de verkoop van lichamelijke roerende
goederen.) Of: “het is een woninghuur, want het gehuurde onroerend goed is bestemd om te
dienen als hoofdverblijfplaats van de huurder.” “Het is een handelshuur, want er wordt een
kleinhandel in uitgebaat.” ‘Dit is een koopovereenkomst’ volstaat niet.
1.2 Toepasingsvoorwaarden
Bv.: “de problematiek is de vrijwaring voor verborgen gebreken.” Art 1641 BW heeft
vijf toepassingsvoorwaarden: 1) het gebrek moet het gekochte goed ongeschikt maken of het
gebruik daarvan zodanig verminderen dat de koper het goed niet of slechts tegen een
verminderde prijs zou hebben gekocht; 2) het gebrek was niet zichtbaar bij de levering; 3) het
bestond op het ogenblik van de verkoop; 4) de koper moet het bewijs daarvan leveren en 5)
hij moet de rechtsvordering instellen binnen een korte termijn.
1.3 Rechtsgevolgen
Is er een sanctie? Zo ja, wat is de sanctie? Geef die eerst algemeen. Bv. bij de
consumentenkoop zijn er vijf sancties. Schrijf daarna concreet: “ik adviseer om … te doen.”