HISTOLOGIE
-ALGEMEEN
histologie
= weefselleer
-weefsel = cellen met dezelfde vorm, functie en fysiologisch doelstelling
-enkelvoudig (zelfde bouw en functie)
-samengesteld (verschillende bouw en functie)
-isodiametrisch (+/- gelijk)
-prosenchymatisch (langgerekt)
-idioblast (afwijkende cellen ivm andere cellen vh weefsel)
celdifferentiatie en weefseltypes
-MERISTEMEN (=deelweefsel)
algemeen
-alle mitosen en meiosen gebeuren in meristemen
-isodiametrische cellen
-dunne celwand, kleine vacuole, grote kern
1. celdeling
2. strekkingszone (productie nieuwe cellen = cel strekking)
3. differentiatiezone (cel krijgt definitieve vorm en functie)
primaire meristemen
= uitsluitend lengtegroei
-apicaal
o toppen stengels en wortels
o bescherming door wortelkapje (calyptra)
o deling aan buitenkant meristeem =anticlien
o deling in centrum meristeem = anticlien en periclien
-axillair
o meristemen in okselknoppen
o remming resulteert in apicale dominantie (apex groeit sterker uit dan zijtakken,
door productie auxine)
-intercallair
o tussen reeds gedifferentieerd weefsel
o snelle lengtegroei
-schijnstengel
o stengel bestaat uit korte as
o hierdoor dicht op elkaar ingeplante bladeren
secundaire meristemen
ontstaan uit dedifferentiatie primair weefsel
1
, -lateraal
o tussen reeds bestaande primaire weefsels
o vorming secundaire weefsels (resultaat: diktegroei)
-perifeer
o kurkcambium vormt secundair bedekkingsweefsel
o ontstaat door dedifferentiatie perifeer gelegen primair weefsel
-adventief
o ontstaat doordat parenchymcellen delend vermogen herwinnen
o vormen adventief scheuten
-VOLWASSEN WEEFSEL
bedekkingsweefsel
-algemeen
o primair (epidermis), secundair (periderm)
-functie: bescherming, gasuitwisseling, transpiratie
-levende cellaag
-opgebouwd uit parenchymcellen
-geen chloroplasten, wél leucoplasten
-monocotyl: regelmatige vorm ↔ dicotyl: golvend verloop
-cuticula uit cutine(=polymeer van vetzuren) + epicuticulaire was
(ingebed in cutine) bepalen beide manier waarop water in contact
komt met bladeren en hoe voedingstoffen het blad kunnen
binnendringen
-toepassingen (=commerciële oogst was bv. Waspalm)
-stomata
= huidmondje = regelbare opening (staan in voor gasuitwisseling)
o 2 sluitcellen omringd door buurcellen
o turgor ↑: spleet opent ↔ turgor ↓: spleet sluit
o dicotyl: aan onderzijde (=hypostomatische bladeren)
o monocotyl: aan boven- en onderzijde (=amfistomatische bladeren)
o waterplant: aan bovenzijde (=epistomatische bladeren)
o kryptopore stomata = ingedoken
o faneropore = in vlak epidermis
o meer stomata bij zonnebladeren dan schaduwbladeren
-speciale types epidermis
o wortelharen (=uitgroeiing vd epidermis voor wateropname)
o emergentia (=emergens, bij vorming epidermisaanhangsel neemt epidermis
én subepidermaal weefsel deel)
o hydathoden (=waterporiën)
o trichomen (=vertakte epidermiscel als bescherming of als zout afscheidende
klieren)
grondweefsel: parenchym
-algemeen
o levend, weinig gedifferentieerd
o primaire wanden, één grote vacuole, isodiametrisch
o fysiologisch sterk actief
o intercellulaire holten
-schizogeen (ontstaat door celscheuren)
-lysigeen (ontstaat door celoplossing)
2
-ALGEMEEN
histologie
= weefselleer
-weefsel = cellen met dezelfde vorm, functie en fysiologisch doelstelling
-enkelvoudig (zelfde bouw en functie)
-samengesteld (verschillende bouw en functie)
-isodiametrisch (+/- gelijk)
-prosenchymatisch (langgerekt)
-idioblast (afwijkende cellen ivm andere cellen vh weefsel)
celdifferentiatie en weefseltypes
-MERISTEMEN (=deelweefsel)
algemeen
-alle mitosen en meiosen gebeuren in meristemen
-isodiametrische cellen
-dunne celwand, kleine vacuole, grote kern
1. celdeling
2. strekkingszone (productie nieuwe cellen = cel strekking)
3. differentiatiezone (cel krijgt definitieve vorm en functie)
primaire meristemen
= uitsluitend lengtegroei
-apicaal
o toppen stengels en wortels
o bescherming door wortelkapje (calyptra)
o deling aan buitenkant meristeem =anticlien
o deling in centrum meristeem = anticlien en periclien
-axillair
o meristemen in okselknoppen
o remming resulteert in apicale dominantie (apex groeit sterker uit dan zijtakken,
door productie auxine)
-intercallair
o tussen reeds gedifferentieerd weefsel
o snelle lengtegroei
-schijnstengel
o stengel bestaat uit korte as
o hierdoor dicht op elkaar ingeplante bladeren
secundaire meristemen
ontstaan uit dedifferentiatie primair weefsel
1
, -lateraal
o tussen reeds bestaande primaire weefsels
o vorming secundaire weefsels (resultaat: diktegroei)
-perifeer
o kurkcambium vormt secundair bedekkingsweefsel
o ontstaat door dedifferentiatie perifeer gelegen primair weefsel
-adventief
o ontstaat doordat parenchymcellen delend vermogen herwinnen
o vormen adventief scheuten
-VOLWASSEN WEEFSEL
bedekkingsweefsel
-algemeen
o primair (epidermis), secundair (periderm)
-functie: bescherming, gasuitwisseling, transpiratie
-levende cellaag
-opgebouwd uit parenchymcellen
-geen chloroplasten, wél leucoplasten
-monocotyl: regelmatige vorm ↔ dicotyl: golvend verloop
-cuticula uit cutine(=polymeer van vetzuren) + epicuticulaire was
(ingebed in cutine) bepalen beide manier waarop water in contact
komt met bladeren en hoe voedingstoffen het blad kunnen
binnendringen
-toepassingen (=commerciële oogst was bv. Waspalm)
-stomata
= huidmondje = regelbare opening (staan in voor gasuitwisseling)
o 2 sluitcellen omringd door buurcellen
o turgor ↑: spleet opent ↔ turgor ↓: spleet sluit
o dicotyl: aan onderzijde (=hypostomatische bladeren)
o monocotyl: aan boven- en onderzijde (=amfistomatische bladeren)
o waterplant: aan bovenzijde (=epistomatische bladeren)
o kryptopore stomata = ingedoken
o faneropore = in vlak epidermis
o meer stomata bij zonnebladeren dan schaduwbladeren
-speciale types epidermis
o wortelharen (=uitgroeiing vd epidermis voor wateropname)
o emergentia (=emergens, bij vorming epidermisaanhangsel neemt epidermis
én subepidermaal weefsel deel)
o hydathoden (=waterporiën)
o trichomen (=vertakte epidermiscel als bescherming of als zout afscheidende
klieren)
grondweefsel: parenchym
-algemeen
o levend, weinig gedifferentieerd
o primaire wanden, één grote vacuole, isodiametrisch
o fysiologisch sterk actief
o intercellulaire holten
-schizogeen (ontstaat door celscheuren)
-lysigeen (ontstaat door celoplossing)
2