Fysio Examen eerste semester(eerste jaar)
Bouw en functie van skeletspieren (p45 –p66)
Inleiding:
De vele functies van het spersysteem worden uitgevoerd door slechts 3 type spieren:
• Gladspierweefsel
• = onbewuste spier we kunnen deze niet bewust controleren
• Aangetroffen in de wanden van meeste bloedvaten kunnen dicht/open gaan om
bloedstroom te reguleren
• Aangetroffen in wanden van meest interne organen kunnen
samentrekken/ontspannen om bv. Voedingsstoffen te verplaatsen, om kind te
baren of urinewegen te openen/sluiten
• Hartspierweefsel
• = onbewuste spier we kunnen deze niet bewust controleren
• Alleen aangetroffen in hart
• Vormt grootste deel van hartstructuur
• Hartspier stuurt zichzelf
• Skeletspierweefsel
• Kunnen wij bewust aan-/ontspannen
• Zitten vast aan skelet + bewegen het skelet
• Lichaam bevat +600 skeletspieren
• Geen inspanning zonder beweging, en beweging wordt bereikt door contracties van
de skeletspieren
• Principes voor spiercontracties zijn gelijk
De Skeletspieren:
De skeletspier bestaat uit:
• Het epimysium buitenste bindweefselbedekking
• Omgeeft de hele spier
• Houd alles bij elkaar
• Een Perimysium de bindweefselschedes rondom elke fasciculus
Pagina 1 van 35
, • Een Fasciculus kleine bundel van vezels omhuld door een schede van
bindweefsel
• Endomysium omhult elke spiervezel
• Spiervezels individuele spiercellen
• Myofibril
De spiervezel Bestaat uit:
• het Sarcolemma
• Het plasmalemma
• gaat aan het einde over in een pees die aanhecht op het bot
• pezen zijn vezelige bindweefselkoorden geven krachten door aan
bot waardoor beweging ontstaat
• In rust en bij samentrekking v/d vezels is er een serie lichte
inkepingen te zien aan het oppervlak
• Bij uitrekking verdwijnen deze plooien
• Plooien (motorische eindplaat) zorgen voor een vergemakkelijking
van prikkel naar motorische spiervezel
• Helpt bij het verkrijgen van zuur-base-evenwicht + transporteren
van brandstoffen van het capillaire bloed naar de spiervezel
(plooien zorgen dat uitrekken mogelijk is zonder plasmalemma te
beschadigen)
• Het basaalmembraan
• Tussen het plasmalemma en basaalmembraan bevinden zich satellietcellen
• Satellietcellen
• Zijn betrokken bij groei en ontwikkeling van skeletspieren
• Zijn betrokken bij aanpassingsproces in spieren
• Zijn betrokken bij beschadiging, immobilisatie en training
• Het sarcoplasma een gelatineachtige substantie die de ruimte tussen de
myofibrillen (staafvormig structuur, loopt over heel de lengte van spiervezel) vult
• Bestaat uit: opgeloste eiwitten; mineralen, glycogeen, vetten en
benodigde organellen
• Bevat cytoplasma het vloeibare deel van de spiervezel
Pagina 2 van 35
, • Sarcoplasma bevat meer glycogeen dan cytoplasma + bevat myoglobine
( O2 bindende stof)
• De transversale tubuli netwerk van buizen in het sarcoplasma
• Uitbreidingen van plasmalemma
• Lopen dwars door de spiervezel
• Lopen door myofibril
• Zorgen dat zenuwsignalen van plasmalema snel verzonden worden
naar de individuele fibrillen
• Zijn onderling verbonden
• Stoffen kunnen hierdoor de cel binnenkomen
• Afvalproducten kunnen de cel verlaten
• Het sarcoplasmatische reticulum een longitudinaal (lengterichting volgend)
netwerk van buisjes
• Deel van spiervezels
• Lopen evenwijdig aan de myofibrillen
• Opslag plaats voor calcium
De myofibril:
• De myofibril De contractiele elementen van de skeletspier
• Zien eruit als lange strengen van nog kleinere sub eenheden = de
sarcomeren
• Strepen en de sarcomeer
• Dwars lopende strepen op de skeletspier = dwarsgestreept
spierweefsel
• Sarcomeer is de kleinste functionele eenheid van een spier
• De sarcomeer functionele basiseenheid van een myofibril
• Bevat Z-lijnen
• Myofibril is samengesteld uit vele bij Z-lijnen aan elkaar
geregen sarcomeren
• Tussen 2 Z-lijnen liggen (zie tekening p51):
• Een I-band(lichte zone) = bevat dunne actine filamenten
• Een A-band (donkere zone) = bevat dunne actine filamenten en
dikke myosine filamenten
Pagina 3 van 35
, • Een H-zone (in het midden van de A-band) = bevat dikke myosine
filamenten
• Een M-lijn in het midden van de H-zone = bevat eiwitten die als
aanhechtingsplaats dienen voor dikke myosine filamenten
• De rest van de A-band = bevat dunne actine filamenten en dikke
myosine filamenten
• Een tweede I-band
• De myofibril bevat 2 eiwitfilamenten
De dunnere filamenten bestaand uit actine
• De dikkere filamenten bestaand uit myosine
• Z-lijnen bevinden zich op einden van sarcomeer
• Bestaat uit eiwitten
• Zorgt met titine en nebuline voor stevigheid en aanhechtingspunten voor
dunnen filamenten
Dikke filamenten:
• 2/3 van skeletspiereiwit is myosine
• Myosinemolecuul 2 eiwitstrengen om elkaar heen gedraaid -> langs 1 kant is een
bolvormige kop gevouwen = myosinekop
• Bevat serie fijne filamenten gemaakt van titine (strekken zich uit van m tot z-lijn) -
> stabiliseren myosinefilament
Dunne filamenten:
• Opgebouwd uit drie verschillende eiwitmoleculen:
• Actine -> vormt het skelet van het filament
• Tropomyosine (buisvormigeiwit dat rond actine
strengen draait)
• troponine -> zit vast aan actine en tropomyosine
• één uiteinde hecht aan Z-lijn
• andere uiteinden gaat naar centrum sarcomeer
• bevat Nebuline verankeringseiwit voor actine
• speelt regulerende rol bij wisselwerking tussen actine en myosine
• elk dun filament bevat actieve plekken voor myosine koppen binden
Pagina 4 van 35
Bouw en functie van skeletspieren (p45 –p66)
Inleiding:
De vele functies van het spersysteem worden uitgevoerd door slechts 3 type spieren:
• Gladspierweefsel
• = onbewuste spier we kunnen deze niet bewust controleren
• Aangetroffen in de wanden van meeste bloedvaten kunnen dicht/open gaan om
bloedstroom te reguleren
• Aangetroffen in wanden van meest interne organen kunnen
samentrekken/ontspannen om bv. Voedingsstoffen te verplaatsen, om kind te
baren of urinewegen te openen/sluiten
• Hartspierweefsel
• = onbewuste spier we kunnen deze niet bewust controleren
• Alleen aangetroffen in hart
• Vormt grootste deel van hartstructuur
• Hartspier stuurt zichzelf
• Skeletspierweefsel
• Kunnen wij bewust aan-/ontspannen
• Zitten vast aan skelet + bewegen het skelet
• Lichaam bevat +600 skeletspieren
• Geen inspanning zonder beweging, en beweging wordt bereikt door contracties van
de skeletspieren
• Principes voor spiercontracties zijn gelijk
De Skeletspieren:
De skeletspier bestaat uit:
• Het epimysium buitenste bindweefselbedekking
• Omgeeft de hele spier
• Houd alles bij elkaar
• Een Perimysium de bindweefselschedes rondom elke fasciculus
Pagina 1 van 35
, • Een Fasciculus kleine bundel van vezels omhuld door een schede van
bindweefsel
• Endomysium omhult elke spiervezel
• Spiervezels individuele spiercellen
• Myofibril
De spiervezel Bestaat uit:
• het Sarcolemma
• Het plasmalemma
• gaat aan het einde over in een pees die aanhecht op het bot
• pezen zijn vezelige bindweefselkoorden geven krachten door aan
bot waardoor beweging ontstaat
• In rust en bij samentrekking v/d vezels is er een serie lichte
inkepingen te zien aan het oppervlak
• Bij uitrekking verdwijnen deze plooien
• Plooien (motorische eindplaat) zorgen voor een vergemakkelijking
van prikkel naar motorische spiervezel
• Helpt bij het verkrijgen van zuur-base-evenwicht + transporteren
van brandstoffen van het capillaire bloed naar de spiervezel
(plooien zorgen dat uitrekken mogelijk is zonder plasmalemma te
beschadigen)
• Het basaalmembraan
• Tussen het plasmalemma en basaalmembraan bevinden zich satellietcellen
• Satellietcellen
• Zijn betrokken bij groei en ontwikkeling van skeletspieren
• Zijn betrokken bij aanpassingsproces in spieren
• Zijn betrokken bij beschadiging, immobilisatie en training
• Het sarcoplasma een gelatineachtige substantie die de ruimte tussen de
myofibrillen (staafvormig structuur, loopt over heel de lengte van spiervezel) vult
• Bestaat uit: opgeloste eiwitten; mineralen, glycogeen, vetten en
benodigde organellen
• Bevat cytoplasma het vloeibare deel van de spiervezel
Pagina 2 van 35
, • Sarcoplasma bevat meer glycogeen dan cytoplasma + bevat myoglobine
( O2 bindende stof)
• De transversale tubuli netwerk van buizen in het sarcoplasma
• Uitbreidingen van plasmalemma
• Lopen dwars door de spiervezel
• Lopen door myofibril
• Zorgen dat zenuwsignalen van plasmalema snel verzonden worden
naar de individuele fibrillen
• Zijn onderling verbonden
• Stoffen kunnen hierdoor de cel binnenkomen
• Afvalproducten kunnen de cel verlaten
• Het sarcoplasmatische reticulum een longitudinaal (lengterichting volgend)
netwerk van buisjes
• Deel van spiervezels
• Lopen evenwijdig aan de myofibrillen
• Opslag plaats voor calcium
De myofibril:
• De myofibril De contractiele elementen van de skeletspier
• Zien eruit als lange strengen van nog kleinere sub eenheden = de
sarcomeren
• Strepen en de sarcomeer
• Dwars lopende strepen op de skeletspier = dwarsgestreept
spierweefsel
• Sarcomeer is de kleinste functionele eenheid van een spier
• De sarcomeer functionele basiseenheid van een myofibril
• Bevat Z-lijnen
• Myofibril is samengesteld uit vele bij Z-lijnen aan elkaar
geregen sarcomeren
• Tussen 2 Z-lijnen liggen (zie tekening p51):
• Een I-band(lichte zone) = bevat dunne actine filamenten
• Een A-band (donkere zone) = bevat dunne actine filamenten en
dikke myosine filamenten
Pagina 3 van 35
, • Een H-zone (in het midden van de A-band) = bevat dikke myosine
filamenten
• Een M-lijn in het midden van de H-zone = bevat eiwitten die als
aanhechtingsplaats dienen voor dikke myosine filamenten
• De rest van de A-band = bevat dunne actine filamenten en dikke
myosine filamenten
• Een tweede I-band
• De myofibril bevat 2 eiwitfilamenten
De dunnere filamenten bestaand uit actine
• De dikkere filamenten bestaand uit myosine
• Z-lijnen bevinden zich op einden van sarcomeer
• Bestaat uit eiwitten
• Zorgt met titine en nebuline voor stevigheid en aanhechtingspunten voor
dunnen filamenten
Dikke filamenten:
• 2/3 van skeletspiereiwit is myosine
• Myosinemolecuul 2 eiwitstrengen om elkaar heen gedraaid -> langs 1 kant is een
bolvormige kop gevouwen = myosinekop
• Bevat serie fijne filamenten gemaakt van titine (strekken zich uit van m tot z-lijn) -
> stabiliseren myosinefilament
Dunne filamenten:
• Opgebouwd uit drie verschillende eiwitmoleculen:
• Actine -> vormt het skelet van het filament
• Tropomyosine (buisvormigeiwit dat rond actine
strengen draait)
• troponine -> zit vast aan actine en tropomyosine
• één uiteinde hecht aan Z-lijn
• andere uiteinden gaat naar centrum sarcomeer
• bevat Nebuline verankeringseiwit voor actine
• speelt regulerende rol bij wisselwerking tussen actine en myosine
• elk dun filament bevat actieve plekken voor myosine koppen binden
Pagina 4 van 35