het resultaat
Het vermogen dat geïnvesteerd is in vaste activa leidt tot interestkosten
- wanneer gefinancierd met vreemd vermogen dan bestaan de interestkosten uit de
kosten voor de afgesloten lening
- wanneer gefinancierd met eigen vermogen dan bestaan de interestkosten uit de
gemiste interestopbrengsten
interestkosten van vaste activa worden berekend over het gemiddelde vermogen dat
gedurende de looptijd in de vaste activa geïnvesteerd is.
kostprijs= kosten per stuk en wordt vooraf berekend. Dit is de basis voor de bepaling van de
verkoopprijs. Functies;
- kostenbeheersing
- investerings beslissing
- om verkoopprijs te bepalen
- om waarde aan de voorraad toe te kennen
constante kosten= Kosten die niet veranderen als de productie/verkoopomvang verandert
variabele kosten= Kosten die veranderen als de productie/verkoopomvang verandert
break even afzet= De afzet waarbij er geen winst of verlies gemaakt wordt
break even omzet= de verkoopprijs waarbij er geen winst of verlies wordt gemaakt
Omzet
- inkoopwaarde van de omzet
Bruto resultaat
-bedrijfskosten
= Netto resultaat
Totale omzet = totale kosten
verkoopprijs x afzet = variabele + constante kosten
dekkingsbijdrage = verkoopprijs - variabele kosten
met de totale dekkingsbijdrage moet de ondernemer eerst zijn constante kosten dekken de
rest is winst
-> totale dekkingsbijdrage = constante kosten
Het vermogen dat geïnvesteerd is in vaste activa leidt tot interestkosten
- wanneer gefinancierd met vreemd vermogen dan bestaan de interestkosten uit de
kosten voor de afgesloten lening
- wanneer gefinancierd met eigen vermogen dan bestaan de interestkosten uit de
gemiste interestopbrengsten
interestkosten van vaste activa worden berekend over het gemiddelde vermogen dat
gedurende de looptijd in de vaste activa geïnvesteerd is.
kostprijs= kosten per stuk en wordt vooraf berekend. Dit is de basis voor de bepaling van de
verkoopprijs. Functies;
- kostenbeheersing
- investerings beslissing
- om verkoopprijs te bepalen
- om waarde aan de voorraad toe te kennen
constante kosten= Kosten die niet veranderen als de productie/verkoopomvang verandert
variabele kosten= Kosten die veranderen als de productie/verkoopomvang verandert
break even afzet= De afzet waarbij er geen winst of verlies gemaakt wordt
break even omzet= de verkoopprijs waarbij er geen winst of verlies wordt gemaakt
Omzet
- inkoopwaarde van de omzet
Bruto resultaat
-bedrijfskosten
= Netto resultaat
Totale omzet = totale kosten
verkoopprijs x afzet = variabele + constante kosten
dekkingsbijdrage = verkoopprijs - variabele kosten
met de totale dekkingsbijdrage moet de ondernemer eerst zijn constante kosten dekken de
rest is winst
-> totale dekkingsbijdrage = constante kosten