KiKi Fransen 5A
2 paucis interiectis diebus = abl. abs. (ppp) (=nadat een paar dagen waren verlopen)
2 paucis…diebus = hyperbaton
2/3 inscio Collatino = abl. abs. (ppp)
3 Collatino = Collatina, het stadje waar Lucretia en Collatinus woonden; zo’n 10 km ten
oosten van Rome
3 Collatium = acc. van richting (= naar Collatina)
3 ubi = ibi, relatieve aansluiting; betrekkelijk voornaamwoord dat verwijst naar antecedent in
de vorige zin.
4 ignaris consilii = zelfstandig gebruikt participium (= degenen die…)
4 consilii = gen. objectivus
5 deductus esset = con. na cum: tijd
5 amore = past niet zo goed in deze context, er is eerder sprake van ‘begeerte’
6 ardens = ppa, metaforisch (=brandend)
7 videbantur = deponens
8 pectore oppresso = abl. abs. (ppp) (=nadat naar beneden was gedrukt)
8 sinistraque manu = linkerhand; staat voor negatieve dingen, vaak worden met die hand
moorden gepleegd o.i.d.
8 mulieris = hoort bij ‘pectore’
10 moriere = 2e ev. ind. fut. van mori; deponens
10 emiseris = futurum exactum
11/12 nullam…mortem = ‘maar’ toevoegen op de plek van de komma, adversatief
asyndeton; onverbonden (zonder voegwoorden) opsomming met tegenstelling.
12 videret = con. na cum: tijd
12/13 fateri, orare, miscere, versare = inf. historicus; als pv vertalen (veel toegepast door
Livius bij sprekende details)
14 obstinatam = standvastig, wordt gezien als een positief kenmerk van Lucretia (niet
bezwijken voor geweld, maar juist ‘standvastig’ blijven)
14 obstinatam = ellips van ‘eam esse’, AcI bij ‘videbat’
15 inclinari = ellips van ‘eam’, AcI bij ‘videbat’
15 ne mortis quidem = ‘ne…quidem’ staat altijd rond het woord waar het om gaat, hier dus:
‘mortis’. ‘mortis’ is ook een gen. objectivus (=voor de dood)
16 dedecus = voor angst bezwijkt Lucretia niet dus moet er grover geweld komen, in de vorm
van schande.
16 mortua = dus dood gat ze sowieso als ze niet me werkt: wat haar over de streep van
verzet trekt is de dreiging van schande
17 positurum = in de AcI moet je nog ‘se’ (verwijzend naar het onderwerp van de zin, S.
Tarquinius) en ‘esse’ (om positurum tot inf. fut. A te maken) aanvullen; ellips
17 adulterio = wijst op het actief meedoen door Lucretia, en die indruk wilde zij koste wat
kost vermijden.
18 dicatur = con. na ut: doel + NcI constructie; passieve tegenhanger van de AcI, N: in de pv,
I: ‘necata (esse)’
18 quo = relatieve aansluiting; betrekkelijk voornaamwoord dat verwijst naar antecedent in
de vorige zin.