Les 4: Romaans in de
Nederlanden
Romaanse Kerkelijke Architectuur 11 e -12 e eeuw
Kerk wordt geregeld door bisdommen ( hebben de leiding)
Basiskenmerken die essenti eel zijn voor deze romaanse bouwkunst:
- Weinig geschreven bronnen
- Geen ontwerptekeningen, startpunt bouwwerk= op de werf
- Geen bouwmeester (architect van vroeger bekend)
- Kost en moeite besparen
- Doelmatigheid (efficiënt werken)
- Materialen recupereren
- Stevigheid primeert op esthetiek
- Kruisgewelven
- Polychromie
- Nadrukkelijke westbouw
- Lombardische friezen
Gelaagheid
= de geschiedenis van een gebouw
Heeft te maken met: oorlogen, vandalisme, natuurrampen,
beeldenstorm
Sint-Gertrudis Kerk 1900-… Te Nijvel
Romaanse kerk
Dit is een reconstructie van 1974 (na volksraadpleging)
19e eeuw is een belangrijke eeuw voor Architectuur.
Ondergrondse archeologische studies leren ons meer over voorgeschiedenis
Stevigheid primeert op esthetiek ( A. moet constructief stevig zijn, is niet evident)
Vb: Saint-Hadelin te Celles: heel kleine kerk maar stevig.
Constructi eve aspecten
romaanse bouwkunst:
Rondbogen zijn een
karakteristiek dat we niet uit
het oog mogen verliezen.
, Overwelvingen:
Kerken/ bouwwerken uit steen moeten overdekt/overwelft zijn
In de nederlanden zijn ze technieken ‘kwijtgeraakt’ (vb: bakstenen) pas in late middeleeuwen
terug gevonden (12e eeuw).
Rechthoekige ruimte Tongewelven
Vierkante/ kleine ruimte 2 ⊥ tongewelven kruisgewelf
Muren moeten druk tongewelven kunnen dragen: zijbeuken ondersteunen gewicht naar
beneden leiden
Pré-romaanse tijd: Het schip/ middenbeuken plafond uit hout
Zijbeuken uit steen
Grondplan:
2 typologiëen: - centraal plan (Aken): uit middelpunt vertrekken
-Basilicaal type Nijvel: van vroeg christelijke periode (1 middenbeuk, 2
zijbeuken, transcept)
Weinig kerken volgen het grondplan
Dikte van de lijnen dikte van de muren
Zijbeuken × kruisgewelven
Decorati e:
Sobere decoratie in de Nederlanden Frankrijk had veel decoratie
Wij hadden veel muurschilderingen
Tot 1980 bleven ze deze muurschilderingen overpleisteren(blote steen), dat was toen (mode)
Nu is de romaanse kunst wel weg.
Polychromie aanwezig op sculpturen/ hele kerk: - materiaalpolychromie (kleur v/h materiaal zelf)
2 soorten - aangebracht op de muur
Voornamelijk 12e eeuw
Steengebruik:
= regiogebonden (vb: West-Vlaanderen: grijsgroen/veld-steen)
Doornikse stenen werden vervoerd via schelde (typisch voor Scheldestreek)
Tufsteen= Duitse steen (zachte, niet zo zware steen)
Materiaalgebruik vertelt veel over A.geschiedenis
Monoliete zuil = zuil uit 1 stuk
Bouwmeesters zijn vaak verbonden met steengroeves
, Sint-Bartholomeus Kerk te Luik(Maasland):
Collegiale kerk= kapitelkerk = kerk waar geestelijken aan verbonden
zijn
Deze kerk voor de hele regio veel inkomsten
1ste kerkwijding 1017, was voor het volledig af was
Westbouw is een soort koffer: gesloten muren (enkel galmgaten)
Massiviteit proberen verbreken rondbogen
Restauratieproblemen, gemaakt uit kolenzandsteen (wordt snel
aangetast door zure regen) maar wordt niet meer ontgonnen
opl: polychromie aanbrengen
Gelaagheid is hier heel beeldbepalend
Gebouw is hier bepleisterd als modern gebouw (creativiteit
restaurateur)
Grondplan: zeer massieve muren
VGL: Sint-Servaaskerk Maastricht: hebben veel gelijkenissen
hetzelfde bisdom
Fameuze westbouw met rondbogen zonder ramen = Lombardische friezen
Interieur is enorm aangepast!
Restauratie 2006 10 miljoen€
Exterieur is ideaal beeld van romaanse A.
Sint-Vincenti us ZENNIK 11 e eeuw collegiale kerk:
Scheldegebied/ schelderomaans/ schelderegio basiskenmerken blijven gelijk
- Massieve gesloten kerk
- Rondbogen!
Begin 1020: gestart van westbouw midden (viering) volledig af in 1080
Gebruik van zandsteen
- Viering met enorme massa
- Volume dwarsbeuk zorgt om evenwicht mee te dragen
Modulair plan:
- Vierkante viering
- Zijbeuk = ½ middenbeuk
- 1 egale/ continue bouwcampagne
Alternerend stelsel (afwisselend van zware met lichte pijlers)
Nederlanden
Romaanse Kerkelijke Architectuur 11 e -12 e eeuw
Kerk wordt geregeld door bisdommen ( hebben de leiding)
Basiskenmerken die essenti eel zijn voor deze romaanse bouwkunst:
- Weinig geschreven bronnen
- Geen ontwerptekeningen, startpunt bouwwerk= op de werf
- Geen bouwmeester (architect van vroeger bekend)
- Kost en moeite besparen
- Doelmatigheid (efficiënt werken)
- Materialen recupereren
- Stevigheid primeert op esthetiek
- Kruisgewelven
- Polychromie
- Nadrukkelijke westbouw
- Lombardische friezen
Gelaagheid
= de geschiedenis van een gebouw
Heeft te maken met: oorlogen, vandalisme, natuurrampen,
beeldenstorm
Sint-Gertrudis Kerk 1900-… Te Nijvel
Romaanse kerk
Dit is een reconstructie van 1974 (na volksraadpleging)
19e eeuw is een belangrijke eeuw voor Architectuur.
Ondergrondse archeologische studies leren ons meer over voorgeschiedenis
Stevigheid primeert op esthetiek ( A. moet constructief stevig zijn, is niet evident)
Vb: Saint-Hadelin te Celles: heel kleine kerk maar stevig.
Constructi eve aspecten
romaanse bouwkunst:
Rondbogen zijn een
karakteristiek dat we niet uit
het oog mogen verliezen.
, Overwelvingen:
Kerken/ bouwwerken uit steen moeten overdekt/overwelft zijn
In de nederlanden zijn ze technieken ‘kwijtgeraakt’ (vb: bakstenen) pas in late middeleeuwen
terug gevonden (12e eeuw).
Rechthoekige ruimte Tongewelven
Vierkante/ kleine ruimte 2 ⊥ tongewelven kruisgewelf
Muren moeten druk tongewelven kunnen dragen: zijbeuken ondersteunen gewicht naar
beneden leiden
Pré-romaanse tijd: Het schip/ middenbeuken plafond uit hout
Zijbeuken uit steen
Grondplan:
2 typologiëen: - centraal plan (Aken): uit middelpunt vertrekken
-Basilicaal type Nijvel: van vroeg christelijke periode (1 middenbeuk, 2
zijbeuken, transcept)
Weinig kerken volgen het grondplan
Dikte van de lijnen dikte van de muren
Zijbeuken × kruisgewelven
Decorati e:
Sobere decoratie in de Nederlanden Frankrijk had veel decoratie
Wij hadden veel muurschilderingen
Tot 1980 bleven ze deze muurschilderingen overpleisteren(blote steen), dat was toen (mode)
Nu is de romaanse kunst wel weg.
Polychromie aanwezig op sculpturen/ hele kerk: - materiaalpolychromie (kleur v/h materiaal zelf)
2 soorten - aangebracht op de muur
Voornamelijk 12e eeuw
Steengebruik:
= regiogebonden (vb: West-Vlaanderen: grijsgroen/veld-steen)
Doornikse stenen werden vervoerd via schelde (typisch voor Scheldestreek)
Tufsteen= Duitse steen (zachte, niet zo zware steen)
Materiaalgebruik vertelt veel over A.geschiedenis
Monoliete zuil = zuil uit 1 stuk
Bouwmeesters zijn vaak verbonden met steengroeves
, Sint-Bartholomeus Kerk te Luik(Maasland):
Collegiale kerk= kapitelkerk = kerk waar geestelijken aan verbonden
zijn
Deze kerk voor de hele regio veel inkomsten
1ste kerkwijding 1017, was voor het volledig af was
Westbouw is een soort koffer: gesloten muren (enkel galmgaten)
Massiviteit proberen verbreken rondbogen
Restauratieproblemen, gemaakt uit kolenzandsteen (wordt snel
aangetast door zure regen) maar wordt niet meer ontgonnen
opl: polychromie aanbrengen
Gelaagheid is hier heel beeldbepalend
Gebouw is hier bepleisterd als modern gebouw (creativiteit
restaurateur)
Grondplan: zeer massieve muren
VGL: Sint-Servaaskerk Maastricht: hebben veel gelijkenissen
hetzelfde bisdom
Fameuze westbouw met rondbogen zonder ramen = Lombardische friezen
Interieur is enorm aangepast!
Restauratie 2006 10 miljoen€
Exterieur is ideaal beeld van romaanse A.
Sint-Vincenti us ZENNIK 11 e eeuw collegiale kerk:
Scheldegebied/ schelderomaans/ schelderegio basiskenmerken blijven gelijk
- Massieve gesloten kerk
- Rondbogen!
Begin 1020: gestart van westbouw midden (viering) volledig af in 1080
Gebruik van zandsteen
- Viering met enorme massa
- Volume dwarsbeuk zorgt om evenwicht mee te dragen
Modulair plan:
- Vierkante viering
- Zijbeuk = ½ middenbeuk
- 1 egale/ continue bouwcampagne
Alternerend stelsel (afwisselend van zware met lichte pijlers)