Samenvatting Kennisweek 3, OP3
Inhoud
Persoonsgerichte zorg bij beginnende dementie ................................................................................... 2
Dementie ............................................................................................................................................. 2
Verloop van dementie (Naomi Feil) ................................................................................................ 3
Vroeg signalering van dementie ...................................................................................................... 3
Omgaan met dementie ................................................................................................................... 4
Psychologische behoeften van mensen met dementie .................................................................. 4
Dementie en HBO-V’ers ...................................................................................................................... 5
Positief omgaan met dementie ....................................................................................................... 5
Preventie! Verminderen van risico op dementie ................................................................................ 5
Conclusie ............................................................................................................................................. 6
Verlieservaringen in het latere leven ...................................................................................................... 7
Rouw als transitieproces ..................................................................................................................... 7
Behoeften bij rouw .............................................................................................................................. 8
Behoeften bij verlies........................................................................................................................ 8
Aandachtsdriehoek.......................................................................................................................... 9
Effectief rouwgedrag ........................................................................................................................... 9
Ethiek: Normatieve aspecten in relatie tot Klinisch Redeneren ........................................................... 10
Wat is Ethiek? (herhaling) ................................................................................................................. 10
Wat is moraal? (herhaling) ................................................................................................................ 10
Basisprincipes Ethiek ......................................................................................................................... 10
Autonomie ..................................................................................................................................... 10
Professionele autonomie .............................................................................................................. 10
Paternalisme .................................................................................................................................. 10
Normativiteit ................................................................................................................................. 10
Klinisch redeneren ......................................................................................................................... 10
, Werkgroep 1
Persoonsgerichte zorg bij beginnende dementie
Dementie
Dementie is een stoornis in de informatieverwerking in de hersenen, waardoor iemand steeds meer
beperkt wordt in het dagelijks leven:
• Nieuwe informatie wordt niet opgeslagen
• Opgeslagen informatie wordt niet gevonden
• Informatie wordt niet herkend
Desoriëntatie in tijd, plaats en persoon komt vaak voor bij mensen met dementie.
Agnosie is dus het onvermogen om dingen (beelden, geluiden, geuren) te herkennen, die via de
zintuigen (ogen, oren, neus, mond, tast) waargenomen worden.
Apraxie: Door hersenletsel kan het voorkomen dat iemand niet goed meer alledaagse handelingen
doelgericht kan uitvoeren, terwijl een eventuele opdracht wel wordt begrepen. Dit komt niet voort
uit verlamming of onhandige coördinatie. Ook niet door het neglect of gezichtsuitval of onwil. Deze
handelingen konden vóór het hersenletsel, wèl worden uitgevoerd. Dit onvermogen heet apraxie. Zo
lukt het dan niet meer om allerlei heel gewone, alledaagse handelingen bijvoorbeeld bij het
verzorgen van zichzelf, uit te voeren. Dit kan komen door een stoornis in de planning en volgorde
(ideatoire apraxie), maar ook door een stoornis in het hanteren van voorwerpen (ideomotore
apraxie).
Er is alleen sprake van dementie wanneer:
• De verschijnselen het dagelijks leven beperken (en de persoon afhankelijk maken van de
zorg van anderen) (handelingen, communicatie, contacten)
• Er duidelijke achteruitgang is ten opzichte van eerder niveau van functioneren
• Dementie vastgesteld is door anamnese, hetero-anamnese en objectief onderzoek
• Het geen delier of depressie is
• Verschijnselen → minstens twee van de volgende:
o Geheugenstoornissen
o Uitvoerende functies: overzicht, planning, complexe taken
o Visuospatiële functies: herkennen van personen, voorwerpen, kledingstukken
o Taalfuncties: spreken, begrijpen
o Verandering van persoonlijkheid en gedrag
• Verandering van persoonlijkheid en gedrag
o Psychisch: angst, somberheid, apathie, boosheid, onrust, achterdocht
o Sociaal: terugtrekken, ongepast gedrag, geen interesse in activiteiten
Bijkomende verschijnselen
• Lichamelijk: voedings- of/en mobiliteitsstoornis, incontinentie
• Niet kunnen uiten van pijn
Alleen geheugenstoornis is geen dementie!!
2