Collegejaar 2022-2023.
Inhoudsopgave
Hoorcollege 2: Nietigheid & vernietigbaarheid algemeen................................................. 2
Hoorcollege 1: Nietigheden ............................................................................................... 7
Hoorcollege 3: Koop, distributie & franchising .............................................................. 16
Hoorcollege 4: Koop (deel II), schenking ....................................................................... 25
Hoorcollege 5: Verzekeringsovereenkomst, subrogatie en hoofdelijkheid...................... 34
Hoorcollege 6: Opdracht, lastgeving, bemiddeling, agentuur.......................................... 43
Hoorcollege 7: Consumentenovereenkomst (I) ............................................................... 50
Hoorcollege 8: Consumentenovereenkomst (II) .............................................................. 58
Hoorcollege 9: Vaststellingsovereenkomst/borgtocht. .................................................... 68
Hoorcollege 10: Samenloop ............................................................................................ 75
,P.S. Hoorcollege 1 en 2 zijn omgewisseld dit collegejaar.
P.P.S. Hoorcollege 1 en 2 gaan ook over de ‘’gewone’’ overeenkomst.
Hoorcollege 2: Nietigheid & vernietigbaarheid algemeen
Beginselen contractenrecht
- Contractsvrijheid
- Consensualisme = de enkele wilsovereenstemming (consensus) is voldoende voor een
juridisch bindend contract.
- Pacta sunt servanda = overeenkomsten zijn bindend.
In dit college zal veel worden ingegaan op de beperkingen/begrenzingen van de
contractsvrijheid.
- Denk hierbij aan: orgaandonatie, draagmoederschap, prostitutie, overeenkomsten in
strijd met publiekrechtelijke regelgeving.
Complete overzicht van nietigheden en vernietigbaarheden!
Nietigheden Vernietigbaarheden
Art. 3:39 (vorm) Art. 3:32 (handelingsonbekwaamheid)
Art. 3:40 lid 1 (strijd met goede zeden en Art. 3:34 (geestelijke stoornis)
openbare orde)
Art. 3:43 (belangenverstrengeling) Art. 3:40 lid 2
Art. 3:44 (bedrog, bedreiging, misbruik)
Art. 3:45-48 (Pauliana)
Art. 6:228 (dwaling)
Voorbeeld:
Art. 3:39 (vorm) à tenzij uit de wet anders voortvloeit, zijn rechtshandelingen die niet in de
voorgeschreven vorm zijn verricht, nietig.
- Je moet je dus houden aan de vormvoorschriften die zijn voorgeschreven in de wet.
- Bijvoorbeeld als in de wet staat voorgeschreven dat iets schriftelijk moet. (voorbeeld
is een notariële akte bij levering van een onroerende zaak (art. 3:89 lid 1))
Gevolgen vernietiging:
- Het gevolg van een vernietiging van een rechtshandeling is dat zij met terugwerkende
kracht ophoudt te bestaan (art. 3:53 lid 1 BW)
- Tot het moment van vernietiging is er een rechtsgeldige overeenkomst. Op het
moment van vernietiging wordt de overeenkomst geacht nooit te hebben bestaan.
- De overeenkomst wordt dan geacht nooit te hebben bestaan: dus dan zou een verkoper
altijd eigenaar zijn gebleven.
- Geld en prestaties kunnen worden teruggevorderd op grond van onverschuldigde
betaling.
Gevolgen nietigheid:
- Nietig = rechtshandeling heeft niet de door partijen beoogde rechtsgevolgen.
- Gevolgen van nietigheid:
o Art. 3:41: partiële nietigheid
o Art. 3:42: conversie
Nietigheid & vernietiging: hoe?
2
, - Nietigheid: ambtshalve toepassing door rechter (art. 25 Rv). De rechter doet het
zonder dat je erom verzoekt.
- Vernietiging: beroep door partij vereist (art. 3:49 BW), de rechter vernietigt pas op
verzoek.
o Er geldt een uitzondering bij algemene voorwaarden. Rechtspraak HvJ
Luxemburg à de rechter moet ambtshalve zonder dat partijen daartoe
verzoeken onderzoeken of algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn.
Is dat het geval, dan laat hij het beding buiten toepassing.
o Waarom ambtshalve toepassing? à De consument is onwetend, de consument
zoekt geen rechtshulp i.v.m. kosten daarvan. Ambtshalve toepassing is
derhalve noodzakelijk voor een doeltreffende bescherming van de consument.
Voorbeeldcasus 1:
X sluit telefonisch een brandverzekering met betrekking tot zijn woning. De verzekeraar geeft
in strijd met art. 7:932 lid 1 geen polis af aan X.
à Verzekeraar moet een polis verschaffen, zodat de consument welke rechten en plichten je
als verzekerde heeft. Dit is een vormvoorschrift, maargeen vernietigbaarheid of nietigheid tot
gevolg.
Voorbeeldcasus 2:
A en B sluiten een ovk van borgtocht waarbij A zich als borg stelt voor een schuld van C aan
B. De omvang van de schuld van C aan B staat echter niet vast. In de ovk van borgtocht wordt
geen maximumbedrag opgenomen (7:858 lid 1)
à Dit is nietig.
à Het is belangrijk om te kijken naar vormvoorschriften.
Artikel 3:40 BW:
- Artikel 3:40 BW heeft een poortwachtersfunctie. Er zijn eindeloos veel
publiekrechtelijke regelingen, waar veel mensen nog nooit van hebben gehoord. Art.
3:40 bepaalt het gevolg in het privaatrecht voor het overeenkomstenrecht van
schending van publiekrechtelijke regelingen.
o Soms is er een schending van een publiekrechtelijke regel en dan gaat de poort
dicht: het heeft dan geen gevolgen voor de overeenkomst.
o Soms gaat de poort half open: de overeenkomst is vernietigbaar
o Soms gaat de poort helemaal open: de overeenkomst is nietig.
o De rechter bepaalt dus aan de hand van art. 3:40 BW hoe ver de poort open
gaat.
- Er zijn drie toetsingscriteria:
I. Goede zeden
II. Openbare orde
III. Strijd met dwingende wetsbepaling
- Er zijn drie gevolgen:
I. Geldig
II. Nietig
III. Vernietigbaar
- Er zijn drie aspecten
I. Verrichten rechtshandeling = sluiten ovk
II. Inhoud = verplichtingen
3
, III. Strekking = achterliggende bedoeling, voorzienbare gevolgen
Structuur art. 3:40 BW
- Strijd met dwingende wetsbepaling (beide leden zien op strijd met een dwingende
wetsbepaling, alleen in lid 2 staat dit letterlijk in tekst opgenomen)
o Wet verbiedt het verrichten van een rechtshandeling (lid 2)
o Wet verbiedt de inhoud van een rechtshandeling (lid 1)
o Wet verbiedt de strekking van een rechtshandeling (lid 1)
à Deze structuur staat niet in de wet, dus dit moet je onthouden voor op het tentamen.
- Een dwingende wetsbepaling in de zin van art. 3:40 BW is een wet in formele zin.
- Art. 3:40 BW ziet op dwingend recht, en dus niet op regelend recht.
1. Verrichten in strijd met de wet?
- Het verrichten is het sluiten van de overeenkomst.
- Is het sluiten van de overeenkomst in strijd met de wet?
- Uneto/De Vliert:
o Het gaat in dit arrest om verrichten à dus je begint bij art. 3:40 lid 2.
o Leidt aanbesteding die in strijd met Europese aanbestedingsregels niet
openbaar is aanbesteed tot nietigheid van de aannemingsovereenkomst tussen
De Vliert en Gibros?
o Art. 3:40 lid 2: Noch richtlijn noch Nederlandse wetgeving bevatten een
nietigheidssanctie. Dus geen nietigheid op grond van art. 3:40 lid 2 BW.
o Mag je dan terugvallen op lid 1? à De HR zegt simpel gezegd in dit arrest:
NEE. Het komt erop neer dat het enkele feit dat er sprake is van strijd met een
wetsbepaling, nog geen nietigheid oplevert. Conclusie: je kan niet terugvallen
op art. 3:40 lid 1 BW.
2. Inhoud in strijd met wet?
- De inhoud ziet op de verplichtingen die een overeenkomst schept.
- Bordeelverkoop:
o Past de HR hier analoog art. 3:40 lid 3 toe?
§ Lid 3 maakt namelijk alleen een uitzondering op lid 2. Wat de HR in dit
arrest doet, is door analoge toepassing van lid 3 een uitzondering
maken op lid 1. Past de HR dit analoog toe en kan/mag dit?
- Parkeerexploitatie/Amsterdam:
o Volgens de HR gaat het hier om een verboden prestatie à er is een inhouding
i.s.m. wet.
o Er is geen beroep op 3:40 lid 3 mogelijk omdat dit slechts ziet op 3:40 lid 2 en
niet op 3:40 lid 1.
§ Hiermee is het idee van analoge toepassing van lid 3 in Bordeelverkoop
van tafel. Dit kan dus niet.
3. Strekking in strijd met wet?
- Strekking ziet op achterliggende bedoeling, voorzienbare gevolgen.
- Burgman/Aviolanda:
o A zou voor B akmmen voor vliegtuigen vervaardigen
o A beschikte niet over de vereiste vergunning
o B vordert nakoming. A stelt dat ovk nietig was wegens verboden strekking. B
stelt dat hij niet wist dat de vergunning van A onvoldoende was.
4