samenvatting geschiedenis hoofdstuk 8
Paragraaf 1 : De industriële revolutie
❖ kenmerkend aspect : de industriële revolutie die in de westerse wereld die basis
legde voor een industriële samenleving
❖ industrie en samenleving
- eeuwenoude productiemethode { werk met de hand en werktuigen }
veranderd omstreeks 1800 → als eerste in Groot-Brittannië
- in Groot-Brittannië maakten handwerktuigen plaats voor machines die werden
aangedreven door stoommachines → deze mechanisatie ging gepaard met
schaalvergroting, waardoor de industrie ontstond
❖ deze ingrijpende verandering van productiemethode wordt industriële revolutie
genoemd
- grootste verandering in leven van mensen sinds ontstaan van landbouw →
daarom periode van 1800-heden : moderne tijd
- door industriële revolutie ontstond ook nieuwe soort samenleving →
industriële samenleving : leven in de stad en industrie en diensten
belangrijkste middelen van bestaan
- flinke urbanisatie zodat mensen in de fabrieken konden gaan
werken
- uitgebreide vervoersmogelijkheden
- grote inkomensverschillen
- zo ontstond grote klasse van industriearbeiders en klasse van
kapitalisten die hun geld belegden in de industrie en handel
- tussen deze twee groepen ontstond middenklasse : leraren,
ambtenaren tec
❖ oorzaken van de industriële revolutie
- verbeteringen in landbouw { Rijke boeren kopen meer grond en omheinen
het, verbeteren werktuigen en werkmethodes → hierdoor produceert men
meer voedsel met minder mensen } → bevolkingsgroei → meer voedsel
nodig → meer kleding nodig → handmatige productie gaat te traag,
kooplieden loven beloningen uit voor mensen die nieuwe technieken
uitvinden
- schietspoel, Spinning Jenny, Waterframe, Spinning Mule, Power
Loom, Cotton Gin
❖ industriële revolutie begint dus in de katoennijverheid
andere oorzaken
↓
- Aanleg spoorwegen en kanalen: snel en goedkoop vervoeren personen en goederen
- Belang Kolonies: afzetmarkten en grondstoffen voor industrie
- Veel IJzer en kolen in Engeland
, ❖ stoommachine { Newton en verbeterd door Watt } was ontwikkeld in de mijnindustrie,
ander deel van industriesector, om water uit de mijnen te pompen en later ook in de
katoenindustrie
- konden zo ook volop exporteren
- stoommachine maakte ook de stoomtrein mogelijk { 1830 }
- de treinenbouw bevorderde weer de machine-industrie, de steenkool- en
ijzerwinning, de handel en groei van de steden → alles greep in elkaar
❖ de tweede industriële revolutie
- vooral na 1890 veranderde zo veel dat wel gesproken wordt van de tweede
industriële revolutie → Duitsland, VS namen leidende rol van
Groot-Brittannië over
- ijzer vervangen door staal → eerste wolkenkrabber omstreeks 1900
- komst van elektriciteit bracht straatverlichting, telefoon en gloeilamp
- chemische industrie : medicijnen, plastic, kunstmest { waardoor
voedselindustrie enorm steeg } etc
- bedrijven werden steeds groter → de industriele kapitalismen probeerden
voortdurend goedkoper te werken en betere producten te maken om de winst
op te voeren en de strijd met hun concurrenten vol te houden → zo bleef de
industrialisatie op gang
❖ gevolgen van de industriële revolutie :
- milieuvervuiling
- De samenleving wordt harder: onpersoonlijke relatie tussen werkgever en
werknemer
Paragraaf 2 : Politiek-maatschappelijke stromingen
❖ kenmerkend aspect : de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen :
liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
❖ na ondergang Napoleon maakten Europese regeringsleiders op Het Congres van
Wenen { 1814-1815 } afspraken over de naoorlogse orde
- ze wilden machtsevenwicht in Europa zodat Frankrijk de vrede niet opnieuw
kon bedreigen
- Oude vorstenhuizen krijgen hun macht terug
- democratische ideeën van de Franse Revolutie en de Verlichting ongedaan
maken
- h
❖ overal op het Europese vasteland werden burgerrechten beperkt en voorrechte van
adel en kerk hersteld
❖ in het verzet tegen deze autoritaire orde ontstonden bewegingen met eigen
opvattingen over staat en maatschappij → politiek-maatschappelijke
stromingen
Paragraaf 1 : De industriële revolutie
❖ kenmerkend aspect : de industriële revolutie die in de westerse wereld die basis
legde voor een industriële samenleving
❖ industrie en samenleving
- eeuwenoude productiemethode { werk met de hand en werktuigen }
veranderd omstreeks 1800 → als eerste in Groot-Brittannië
- in Groot-Brittannië maakten handwerktuigen plaats voor machines die werden
aangedreven door stoommachines → deze mechanisatie ging gepaard met
schaalvergroting, waardoor de industrie ontstond
❖ deze ingrijpende verandering van productiemethode wordt industriële revolutie
genoemd
- grootste verandering in leven van mensen sinds ontstaan van landbouw →
daarom periode van 1800-heden : moderne tijd
- door industriële revolutie ontstond ook nieuwe soort samenleving →
industriële samenleving : leven in de stad en industrie en diensten
belangrijkste middelen van bestaan
- flinke urbanisatie zodat mensen in de fabrieken konden gaan
werken
- uitgebreide vervoersmogelijkheden
- grote inkomensverschillen
- zo ontstond grote klasse van industriearbeiders en klasse van
kapitalisten die hun geld belegden in de industrie en handel
- tussen deze twee groepen ontstond middenklasse : leraren,
ambtenaren tec
❖ oorzaken van de industriële revolutie
- verbeteringen in landbouw { Rijke boeren kopen meer grond en omheinen
het, verbeteren werktuigen en werkmethodes → hierdoor produceert men
meer voedsel met minder mensen } → bevolkingsgroei → meer voedsel
nodig → meer kleding nodig → handmatige productie gaat te traag,
kooplieden loven beloningen uit voor mensen die nieuwe technieken
uitvinden
- schietspoel, Spinning Jenny, Waterframe, Spinning Mule, Power
Loom, Cotton Gin
❖ industriële revolutie begint dus in de katoennijverheid
andere oorzaken
↓
- Aanleg spoorwegen en kanalen: snel en goedkoop vervoeren personen en goederen
- Belang Kolonies: afzetmarkten en grondstoffen voor industrie
- Veel IJzer en kolen in Engeland
, ❖ stoommachine { Newton en verbeterd door Watt } was ontwikkeld in de mijnindustrie,
ander deel van industriesector, om water uit de mijnen te pompen en later ook in de
katoenindustrie
- konden zo ook volop exporteren
- stoommachine maakte ook de stoomtrein mogelijk { 1830 }
- de treinenbouw bevorderde weer de machine-industrie, de steenkool- en
ijzerwinning, de handel en groei van de steden → alles greep in elkaar
❖ de tweede industriële revolutie
- vooral na 1890 veranderde zo veel dat wel gesproken wordt van de tweede
industriële revolutie → Duitsland, VS namen leidende rol van
Groot-Brittannië over
- ijzer vervangen door staal → eerste wolkenkrabber omstreeks 1900
- komst van elektriciteit bracht straatverlichting, telefoon en gloeilamp
- chemische industrie : medicijnen, plastic, kunstmest { waardoor
voedselindustrie enorm steeg } etc
- bedrijven werden steeds groter → de industriele kapitalismen probeerden
voortdurend goedkoper te werken en betere producten te maken om de winst
op te voeren en de strijd met hun concurrenten vol te houden → zo bleef de
industrialisatie op gang
❖ gevolgen van de industriële revolutie :
- milieuvervuiling
- De samenleving wordt harder: onpersoonlijke relatie tussen werkgever en
werknemer
Paragraaf 2 : Politiek-maatschappelijke stromingen
❖ kenmerkend aspect : de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen :
liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
❖ na ondergang Napoleon maakten Europese regeringsleiders op Het Congres van
Wenen { 1814-1815 } afspraken over de naoorlogse orde
- ze wilden machtsevenwicht in Europa zodat Frankrijk de vrede niet opnieuw
kon bedreigen
- Oude vorstenhuizen krijgen hun macht terug
- democratische ideeën van de Franse Revolutie en de Verlichting ongedaan
maken
- h
❖ overal op het Europese vasteland werden burgerrechten beperkt en voorrechte van
adel en kerk hersteld
❖ in het verzet tegen deze autoritaire orde ontstonden bewegingen met eigen
opvattingen over staat en maatschappij → politiek-maatschappelijke
stromingen