A Werkwoordspelling
- Persoonsvorm
- Ik-vorm
- ‘Je’ achter de persoonsvorm
- Gebiedende wijs
- Tegenwoordige tijd
- Verleden tijd zwak
- Verleden tijd sterk
- ’t Ex-kofschip eet ketchup
- Voltooid deelwoord
- Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
- Onvoltooid deelwoord
- Engelse leenwerkwoorden
- Infinitief of hele werkwoord
- Scheidbaar en niet-scheidbaar samengestelde werkwoorden
B Spelling algemeen
- Veel voorkomende woorden
- Samenstellingen met tussenletter -n-
- Afleiding met tussenletter -n-
- Samenstellingen en afleiding met -s-
- Samenstelling met verwisselbare elementen
- Samenstelling met bijzondere voor- of nabepaling
- Samenstelling met een bijzondere vorm
- Samenstelling met een of meerdere Engelse woorden
- Samenstelling met een woordgroep
- Telwoorden en breuken
- Hoofdletter begin van de zin
- Persoonsnamen
- Aardrijkskundige namen
- Tijdsindeling
- Titels van teksten
- Volkeren, etnische en religieuze groepen
- Organisaties en merken
- Klinkerbotsing
- Afkortingen
- Meervoud
- Bezitsvorm
- Verkleinwoorden
- Trema
- Accenttekens
- Apostrof
,C Zinsstructuur
- Leestekens (punt, vraagteken, uitroepteken, komma, dubbele punt,
puntkomma, aanhalingstekens)
- Zinsontleding
- Hoofd- en bijzinnen
- Enkelvoudige en samengestelde zinnen
- Eenzinsdeelproef en vervangingsproef
- Persoonsvorm
- Onderwerp
- Werkwoordelijk gezegde
- Naamwoordelijk gezegde
- Lijdend voorwerp
- Meewerkend voorwerp
- Bijwoordelijke bepaling
- Bijvoeglijke bijzin
- Beknopte bijzin
- Lidwoord
- Voorzetsels
- Werkwoord
- Zelfstandig naamwoord
- Bijvoeglijk naamwoord
- Bijwoord
- Voegwoord
- Persoonlijk voornaamwoord
- Wederkerend voornaamwoord
- Bezittelijk voornaamwoord
- Aanwijzend voornaamwoord
- Betrekkelijk voornaamwoord
- Foutieve verwijzing
- Directe en indirecte rede
- Enkelvoud of meervoud
- Samentrekking
- Woordvolgorde
D Algemeen taalgebruik
- Dan ik of dan mij
- Hun of zij
- Dat, wat of die
- Jou of jouw
- Als of dan
- Grootte of grote
- Beide of beiden
- Te danken aan of te wijten aan
- Hun of hen
- Mits of tenzij
- Zowel… als…. Komt of komen
- Van wie of waarvan
,- Omdat of doordat
- Contaminatie
- Dubbele ontkenning
- Synoniem
- Overbodige herhaling
- Vast voorzetsel
- Voorzetseluitdrukking
- Spreekwoorden
,A Werkwoordspelling
Persoonsvorm
Persoonsvorm vinden?
- Zet de zin in een andere tijd
- Maak de zin vragend
- Verander de zin van enkelvoud naar meervoud of andersom
Twee of meer persoonsvormen
1. Een zin met één PV is een enkelvoudige zin.
VB: Noa werkt al jaren met veel plezier in een strandtent.
2. Een zin met twee of meer persoonsvormen is een samengestelde zin.
VB: Het klopt dat ze direct na hun intensieve work-out een smoothie
bestelden.
Een samengestelde gezin kan bestaan uit:
- Hoofdzinnen
- (een) hoofdzin(nen)en (een) bijzin(nen)
Ik-vorm/ stam van het werkwoord
1. Trek meestal van het hele werkwoord -en eraf en je krijgt de stam.
Branden = brand
Lopen = loop
Verhuizen = verhuiz
2. Werkwoord van zien en doen = - n
Doen = doe
Zien = zie
‘Je’ achter de persoonsvorm
Als ‘je’ het onderwerp is en achter de PV staat, dan voeg je geen ‘t’ toe. In dit geval
kan je ‘je’ dan ook vervangen door ‘jij’.
Voorbeeld: Ik weet het niet helemaal zeker, maar vermijd (vermijden) je soms een
confrontatie met haar?
Als ‘je’ een meewerkend voorwerp, lijdend voorwerp, of wederkerend
voornaamwoord of bezittelijk voornaamwoord, dan kan ‘je’ achter de persoonsvorm
alleen vervangen worden door jou, jouw of jezelf. Er wordt dan een -t aan de
persoonsvorm toegevoegd (als de tweede of derde persoon enkelvoud het
onderwerp is).
, Gebiedende wijs
Voor de gebiedende wijs gebruiken we de ik-vorm. In zinnen met de gebiedende
wijs ontbreekt meestal het onderwerp. De gebiedende wijs staat steeds voorop en
wordt gebruikt in zinnen die een advies, wens, gebod of een bevel uitdrukken.
Voorbeeldzin: Speld het goed vast.
Als de zin een gebiedende wijs is, wordt de PV altijd geschreven zonder ‘-t’.
Soms komt in een gebiedende wijs het onderwerp 'u' voor: Komt u verder. Noteert u
dit even. Dit is een beleefdere vorm, het is minder een bevel en meer een aanwijzing.
Als 'u' het onderwerp is dan is de regel: een gebiedende wijs met 'u' als onderwerp
krijgt een -t.
Tegenwoordige tijd
Hoofdregel = bij de vervoeging van een regelmatig werkwoord ga je uit van de
geschreven stam.
Twijfel je of de geschreven stam met een -d of -t geschreven wordt, maak er dan het
hele werkwoord van: wat je hoort, schrijf je ook.
Een derde persoon kan ook zelfstandige naamwoorden zijn. (evt. samen met een
lidwoord) -> de motor, Karin, de papegaai