het bloed en immuunsysteem
inleiding
- belangrijkste functie van bloed is transport
→ van O2, CO2, energie, bouwstenen, afvalproducten, warmte, hormonen
en afweer
→ als metabolisme actiever wordt, wordt endogene warmte naar het
oppervlak gestuurd
- in bloed zitten cellen en plasma (extracellulair vocht)
→ in de plasma zit water, transporteiwitten (globulines en albumine),
elektrolyten (Na, K, Mg, Cl, Ca), voedingsstoffen, stofwisseling stoffen, vitaminen
en opgeloste gassen
- uitwisseling gebeurt enkel thv capillairen omdat in dikkere leidingen het
bloed te snel stroomt en daar bijna geen vrije watermoleculen zijn
→ in interstitium zit vaak meer vrije watermoleculen die via osmotische
druk worden opgenomen in bloedbaan
- 5-11% van het lichaamsgewicht bestaat uit bloed
→ afhankelijk van diersoort, fysieke conditie, voedingsstatus, leeftijd,
geslacht, drachtstadium en lactatie status
→ 75% van het bloed zit in het veneuze systeem
→ mannen hebben meer bloed aangezien testosteron erythrocyten
stimuleert
- hematocriet/ packed cell volume (PCV): volume bloed ingenomen door rode
bloedcellen (in procent dus geeft niet de hoeveelheid van rode bloedcellen
weer)
→ wordt bepaalt na centrifugatie
→ hangt af van hoeveelheid en grootte van rode bloedcellen
→ koudbloeden hebben een Ht van 33, warmbloeden van 42
,- bloedbuisjes hebben een kleur afhankelijk van wat men wil onderzoeken (ze hebben
allemaal een ander anticoagulans)
→ groene bevat heparine om ionen te bepalen
→ rode bevat niks dus bloed zal stollen
→ grijze bevat fluoride om glucose en lactaat te bepalen
→ paarse bevat editheaap om cellen te tellen
→ blauwe bevat citraat om stollingsstoornissen te checken
- een hond en een paard hebben een stapel milt die bij stress/ training meer
rode bloedcellen vrijstelt waardoor ze goed kunnen presteren (er kan veel
zuurstof opgenomen worden)
→ de sympathicus wordt geactiveerd en levert adrenaline en
noradrenaline
→ de rode bloedcellen zijn actiever omdat perifeer de vaten vernauwen
- bij darmproblemen worden darmen gevuld met vocht (diarree) waardoor
in bloed niet veel vocht meer zit, dus hematocriet waarde zal heel hoog
zijn
→ bij infuus moet Ht worden opgevolgd om te zien of die wel goed zit
, cellen in het bloed
erythrocyten
algemene eigenschappen
- 90% van de cellen in het bloed zijn erythrocyten (som van alle
rode bloedcellen is gelijk aan de som van alle andere cellen)
- ze zijn meestal biconcaaf (vorm bepaalt door cytoskelet)
→ bij zoogdieren hebben ze geen kern (wel bij vogels)
want metabool niet actief
→ er zijn geen celorganellen en mitochondriën
- een geit heeft heel veel rode bloedcellen maar zijn kleiner
functie
- ze zorgen voor transport van O2 naar weefsels en van CO2 naar de longen
(witte bloedcellen gebruiken bloedbaan als transportmiddel en in weefsel
oefenen ze pas hun functie uit)
→ bij te weinig rode bloedcellen gaat er minder O2 naar de weefsels dus
gaan de arteriolen uitzetten zodat er meer bloed door kan (vasodilatatie),
hart wordt wel harder belast
→ bij een tekort aan RBC is een fysieke inspanning niet ideaal aangezien
de bloedbaan niet verder kan dilateren
→ bij teveel RBc botsen de cellen tegen elkaar en
ontstaat er weerstand waardoor bloed stroperig
wordt
- O2 bindt op hemoglobine (4 per Hb) waardoor bloed
zen rode kleur krijgt
→ heem gedeelte is bij alle diersoorten hetzelfde
maar de aminozuursequentie van de globulines
varieert per individu (belangrijke rol in O2 affiniteit)
→ concentratie van Hb is wel verschillend per diersoort
- pernicieuze anemie: grootte van RBC is gestegen door vit B12 tekort
- ijzerdeficiëntie anemie: alle waarden zijn lager dan normaal omdat er door
ijzertekort minder O2 gebonden kan worden
→ Hb is dan kleiner en minder gekleurd
- MCV: grootte van RBC
- MCH: gemiddelde concentratie Hb in een rode bloedcel
- MCHC: gemiddelde concentratie Hb per hematocriet
- embryonaal Hb: enkel aanwezig in embryonale leven
inleiding
- belangrijkste functie van bloed is transport
→ van O2, CO2, energie, bouwstenen, afvalproducten, warmte, hormonen
en afweer
→ als metabolisme actiever wordt, wordt endogene warmte naar het
oppervlak gestuurd
- in bloed zitten cellen en plasma (extracellulair vocht)
→ in de plasma zit water, transporteiwitten (globulines en albumine),
elektrolyten (Na, K, Mg, Cl, Ca), voedingsstoffen, stofwisseling stoffen, vitaminen
en opgeloste gassen
- uitwisseling gebeurt enkel thv capillairen omdat in dikkere leidingen het
bloed te snel stroomt en daar bijna geen vrije watermoleculen zijn
→ in interstitium zit vaak meer vrije watermoleculen die via osmotische
druk worden opgenomen in bloedbaan
- 5-11% van het lichaamsgewicht bestaat uit bloed
→ afhankelijk van diersoort, fysieke conditie, voedingsstatus, leeftijd,
geslacht, drachtstadium en lactatie status
→ 75% van het bloed zit in het veneuze systeem
→ mannen hebben meer bloed aangezien testosteron erythrocyten
stimuleert
- hematocriet/ packed cell volume (PCV): volume bloed ingenomen door rode
bloedcellen (in procent dus geeft niet de hoeveelheid van rode bloedcellen
weer)
→ wordt bepaalt na centrifugatie
→ hangt af van hoeveelheid en grootte van rode bloedcellen
→ koudbloeden hebben een Ht van 33, warmbloeden van 42
,- bloedbuisjes hebben een kleur afhankelijk van wat men wil onderzoeken (ze hebben
allemaal een ander anticoagulans)
→ groene bevat heparine om ionen te bepalen
→ rode bevat niks dus bloed zal stollen
→ grijze bevat fluoride om glucose en lactaat te bepalen
→ paarse bevat editheaap om cellen te tellen
→ blauwe bevat citraat om stollingsstoornissen te checken
- een hond en een paard hebben een stapel milt die bij stress/ training meer
rode bloedcellen vrijstelt waardoor ze goed kunnen presteren (er kan veel
zuurstof opgenomen worden)
→ de sympathicus wordt geactiveerd en levert adrenaline en
noradrenaline
→ de rode bloedcellen zijn actiever omdat perifeer de vaten vernauwen
- bij darmproblemen worden darmen gevuld met vocht (diarree) waardoor
in bloed niet veel vocht meer zit, dus hematocriet waarde zal heel hoog
zijn
→ bij infuus moet Ht worden opgevolgd om te zien of die wel goed zit
, cellen in het bloed
erythrocyten
algemene eigenschappen
- 90% van de cellen in het bloed zijn erythrocyten (som van alle
rode bloedcellen is gelijk aan de som van alle andere cellen)
- ze zijn meestal biconcaaf (vorm bepaalt door cytoskelet)
→ bij zoogdieren hebben ze geen kern (wel bij vogels)
want metabool niet actief
→ er zijn geen celorganellen en mitochondriën
- een geit heeft heel veel rode bloedcellen maar zijn kleiner
functie
- ze zorgen voor transport van O2 naar weefsels en van CO2 naar de longen
(witte bloedcellen gebruiken bloedbaan als transportmiddel en in weefsel
oefenen ze pas hun functie uit)
→ bij te weinig rode bloedcellen gaat er minder O2 naar de weefsels dus
gaan de arteriolen uitzetten zodat er meer bloed door kan (vasodilatatie),
hart wordt wel harder belast
→ bij een tekort aan RBC is een fysieke inspanning niet ideaal aangezien
de bloedbaan niet verder kan dilateren
→ bij teveel RBc botsen de cellen tegen elkaar en
ontstaat er weerstand waardoor bloed stroperig
wordt
- O2 bindt op hemoglobine (4 per Hb) waardoor bloed
zen rode kleur krijgt
→ heem gedeelte is bij alle diersoorten hetzelfde
maar de aminozuursequentie van de globulines
varieert per individu (belangrijke rol in O2 affiniteit)
→ concentratie van Hb is wel verschillend per diersoort
- pernicieuze anemie: grootte van RBC is gestegen door vit B12 tekort
- ijzerdeficiëntie anemie: alle waarden zijn lager dan normaal omdat er door
ijzertekort minder O2 gebonden kan worden
→ Hb is dan kleiner en minder gekleurd
- MCV: grootte van RBC
- MCH: gemiddelde concentratie Hb in een rode bloedcel
- MCHC: gemiddelde concentratie Hb per hematocriet
- embryonaal Hb: enkel aanwezig in embryonale leven