1. INLEIDING
In de biologie wordt het leven op aarde ingedeeld in 5 rijken
I. Protisten (bv amoebe, pantoffeldiertje)
II. Monomeren (bacteriën)
III. Planten
IV. Dieren
V. Fungi
Fungi
- andere naam is zwammen
- organismen die bestaan uit cellen met een celkern
- ééncellig of meercellig
Eencellig = gisten = nodig voor productie van brood, wijn, bier, chocolade
Meercellig = schimmels = hebben vaak een vruchtlichaam namelijk de paddenstoel
meercellige fungi
- wat we eten is slechte een klein deel van het organisme
- vlechtwerk van mycelium bevindt zich in de bodem en onttrekt voedingsstoffen aan de
grond
- in de nazomer of de herfst ontstaan knoppen op dit mycelium die uitgroeien boven de
grond tot een nieuw orgaan: het vruchtlichaam of de paddenstoel
- dit orgaan bestaat uit dooreengeweven myceliumdraden
- dit vruchtlichaam wordt boven de grond geduwd om zijn sporen te verspreiden via de lucht
- vruchtlichaam bevat vaak gifstoffen tegen aanvallende dieren
- bij de eerste nachtvorst verdwijnen de paddenstoelen
- groeien vooral in bossen, weiden en duinen
- hebben geen chlorofyl om suikers zelf op te bouwen
- onttrekken voedingsstoffen via mycelium aan andere organismen of aan dood materiaal
- symbiose met een levende boom
vb boleten en truffels
- leven van rottende resten van dode planten
vb witte en bruine champignon
2. SOORTEN
Shitake weidechampignon eekhoorntjesbrood