INLEIDING
• Examenvorm:
– Mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.
– 5 open vragen, 4 punten per vraag.
– 1 uur voorbereiden, kwartier mondeling.
INHOUDSOPGAVE
Inleiding ......................................................................................................................................................... 1
Anatomie van het hart en vaten ..................................................................................................................... 2
Onderzoeken van hart en vaten ...................................................................................................................... 4
Ziektebeelden................................................................................................................................................. 6
Endocarditis ......................................................................................................................................................... 6
Aandoeningen van de arteriële bloedvaten ......................................................................................................... 8
Arteriële hypertensie ....................................................................................................................................... 8
Atherosclerose ................................................................................................................................................. 9
Hartritmestoornissen ......................................................................................................................................... 13
Ventriculaire arrhythmia ................................................................................................................................ 13
Supraventriculaire arrhythmia: ...................................................................................................................... 14
Repolarisatie disorders, klinische relevantie.................................................................................................. 15
Hartfalen ............................................................................................................................................................ 16
Aandoeningen van de veneuze bloedvaten ....................................................................................................... 17
Veneuze insufficiëntie .................................................................................................................................... 17
Diep veneuze thrombose ............................................................................................................................... 17
Bloedstolling en anticoagulatie ..................................................................................................................... 18
Mechanisme bloedstolling ................................................................................................................................. 18
Labtesten ........................................................................................................................................................... 18
Indicaties ............................................................................................................................................................ 19
Medicatie ........................................................................................................................................................... 19
Implicaties voor de tandarts .............................................................................................................................. 20
Postoperatieve maatregelen ............................................................................................................................. 21
1
,ANATOMIE VAN HET HART EN VATEN
• Het hart ligt tussen de twee longen in het mediastinum. Het is omgeven door een zakje, het pericard. Deze dient voor
bescherming, verankering en verhindert overvulling.
• We onderscheiden verschillende types circulatie in het menselijke lichaam:
– Systemische circulatie: Bloed komt van hart er wordt naar perifeer gebracht (zuurstofrijk) = arterieel.
Bloed komt van lichaam en wordt naar het hart gebracht (zuurstofarm) = veneus.
– Respiratoire circulatie: Bloed komt van hart er wordt naar de longen gebracht (zuurstofarm) = arterieel.
Bloed komt van de longen er wordt naar het hart gebracht (zuurstofrijk) = veneus.
• Overzichtsschema hartklepanatomie:
De kleppen hangen via het subvalvulair apparaat (een complex van draden en spiertjes) vast. Dit houdt de klep onder
controle en zorgt ervoor dat er geen ongewenste terugslag plaatsvindt.
Links Rechts
Atrioventriculaire kleppen Mitralisklep (bicuspidaal) Tricuspidalis
Semilunaire kleppen Aortaklep Pulmonale klep
2
,Vaatanatomie:
Verschillen:
- Arteries hebben een dikkere wand dan de venen omdat ze een
hogere druk moeten opvangen. Het verschil in wanddikte wordt
veroorzaakt door een verschil in dikte van de media.
- Venen bezitten klepbladen om terugvloei van het bloed te
verhinderen.
Bezenuwing hart:
De elektrische puls voor de hartcontractie wordt aangemaakt in de
sinusknoop (pacemaker) en zal vervolgens via de AV-knoop via de
bundel van His (linker- en rechterbundeltak) en de purkinjevezels
verder verstuurd worden over het hart.
EXA: Leg in 3 zinnen de bundels van His uit
Bevloeiing hart:
Het hart is één van de meest actieve spieren van het lichaam en
verbruikt dus veel zuurstof. De zuurstof wordt aangeleverd door de
coronairen of kransslagaders.
De coronairen starten in de aorta.
Bloed in het hart:
Aan de rechterzijde van het hart is 80% van het bloed gesatureerd
met zuurstof (gebonden aan hemoglobine). Door de passage langs
het lichaam.
Aan de linkerzijde van het hart is 95% van het bloed gesatureerd met
zuurstof (gebonden aan hemoglobine). Door de passage langs de
longen.
3
, ONDERZOEKEN VAN HART EN VATEN
Via stethoscoop Met deze techniek luister je naar de werking van de hartkleppen en meer bepaald naar het sluiten
Onderzoek hart van de kleppen (enkel dit maakt een geluidje).
Bij een persoon met een gezond hart hoort men het volgende:
1. De eerste twee beats zijn het sluiten van de AV-kleppen (tussen kamers en voorkamers).
2. De tweede en derde beat is het sluiten van da aorta- en de pulmonaalklep als het hart
leeggepompt is.
Als er een klep lekt, dan hoort men ruis (door de turbulentie).
Electrocardiogram De patiënt neemt een liggende houding aan waarna verschillende elektroden zowel op de
(ECG) thoraxregio als op de ledematen gekleefd worden. Hiermee tracht men dan het elektrische signaal
Onderzoek hart en gegenereerd door het hart te meten.
vaten
P-golf: contractie voorkamers/atria
QRS-complex: contractie kamers/ventrikels
T-golf: herstel kamers
Indien het S-T segment sterk verhoogd is, wijst dit op
een hartaanval.
Holter monitor Een Holter monitor is een draagbare ECG die gedurende uren of dagen het hartritme kan registreren.
Onderzoek hart Dit toestel wordt gebruikt om een langdurige meting te hebben aangezien niet alle
hartritmestoornissen afgeleid kunnen worden uit een momentopname.
Men kan de patiënt een fietsproef laten doen.
Bij inspanning moet het hart sneller
contraheren. Sommige hartritmestoornissen
treden enkel dan op.
Echografie hart Een echografie maakt met behulp van geluidsgolven een “filmpje”
Onderzoek hart van het hart.
Dit kan nog verder uitgebreid worden door gebruik te maken van een
Dopler ultrasound.
Zichtbaar zijn: de kleppen, spierkracht en drukmetingen.
4