Methodologie kennisclips
Deeltentamen 3
WEEK 5 - Kwalitatief onderzoek 2
Kennisclip 1 2
Sampling (steekproeftrekking) in kwalitatief onderzoek 2
Kennisclip 2 5
Wat is etnografie? 5
Kennisclip 3 7
Observeren en interpreteren 7
Kennisclip 4 8
Observeren en interpreteren deel 2 8
WEEK 6 - Kwalitatief onderzoek 10
Kennisclip 1 10
Focusgroepen deel 1 10
Kennisclip 2 12
Focusgroepen deel 2 12
Kennisclip 3 13
Kwalitatieve data-analyse deel 1 13
Kennisclip 4 15
Kwalitatieve data-analyse deel 2 15
Kennisclip 5 16
Kwalitatieve data-analyse deel 3 16
Kennisclip 6 18
Onderscheid kwalitatief en kwantitatief 18
Extra slides etnografie 20
, WEEK 5 - Kwalitatief onderzoek
Kennisclip 1
Sampling (steekproeftrekking) in kwalitatief onderzoek
In kwalitatief onderzoek is er sprake van doelgerichte (purposive) steekproeftrekking.
Kwalitatieve onderzoeksvraag:
- Exploratie en het begrijpen van sociale mechanismen, sociale omgevingen,
ervaringen en leefwerelden.
- Nooit gesloten vragen (geen ja/nee vragen)
- Open vragen die beginnen met ‘hoe’, ‘op welke manier’, ‘wat’
Selectie / sampling / steekproeftrekking quantitative and qualitative
Purposive sampling :
- Selectie van onderzoeksobjecten (units of analyse) vanwege hun relevantie in het
kader van de onderzoeksvraag.
- Representativiteit niet zo relevant. Wel: of/hoe ‘iets’ bij de respondenten/in de context
voorkomt.
- Wat is er nog meer van invloed? Bewust kiezen voor: focus of variatie. (criterion
sampling; maximum variation sampling)
- Selectie van units (eenheden), op verschillende niveaus:
1. Contexten 2. Setting 3. Afdelingen 4. Mensen (participanten) 5. Documenten
Vormen van purposive sampling (doelgerichte steekproeftrekking)
, 1. General purposive sampling (algemene doelgerichte steekproeftrekking)
2. Theoretical sampling (doel: verder ontwikkelen en verfijnen van theoretische
concepten)
○ Inductief & iteratief
○ Theoretical saturation (theoretische verzadiging)
3. Snowball sampling (sneeuwbalmethode)
Relevantie in kader van de onderzoeksvraag
Doelgerichte selectie. Overwegingen: Waarom deze case/context? Waarom deze
individuen? Wat wil je ervan leren?
1. Typical case (exemplifying) – Typisch geval (vergelijkbaar met andere gevallen)
2. Extreme case – Extreem geval (uiterste: ‘als het zelfs hier geldt, dan ook in andere
situaties’)
3. Deviant/unique case – Uniek geval (op zichzelf staand)
4. Critical/revelatory case – Bijzonder geval (hier gebeurt iets bijzonders waarbij je
heel gericht je theorie kunt testen) (revelatory: iets waar je voorheen geen toegang
toe had om te bestuderen)
Fases in onderzoeksproces en sampling
Omvang selectie (sample size)
Deeltentamen 3
WEEK 5 - Kwalitatief onderzoek 2
Kennisclip 1 2
Sampling (steekproeftrekking) in kwalitatief onderzoek 2
Kennisclip 2 5
Wat is etnografie? 5
Kennisclip 3 7
Observeren en interpreteren 7
Kennisclip 4 8
Observeren en interpreteren deel 2 8
WEEK 6 - Kwalitatief onderzoek 10
Kennisclip 1 10
Focusgroepen deel 1 10
Kennisclip 2 12
Focusgroepen deel 2 12
Kennisclip 3 13
Kwalitatieve data-analyse deel 1 13
Kennisclip 4 15
Kwalitatieve data-analyse deel 2 15
Kennisclip 5 16
Kwalitatieve data-analyse deel 3 16
Kennisclip 6 18
Onderscheid kwalitatief en kwantitatief 18
Extra slides etnografie 20
, WEEK 5 - Kwalitatief onderzoek
Kennisclip 1
Sampling (steekproeftrekking) in kwalitatief onderzoek
In kwalitatief onderzoek is er sprake van doelgerichte (purposive) steekproeftrekking.
Kwalitatieve onderzoeksvraag:
- Exploratie en het begrijpen van sociale mechanismen, sociale omgevingen,
ervaringen en leefwerelden.
- Nooit gesloten vragen (geen ja/nee vragen)
- Open vragen die beginnen met ‘hoe’, ‘op welke manier’, ‘wat’
Selectie / sampling / steekproeftrekking quantitative and qualitative
Purposive sampling :
- Selectie van onderzoeksobjecten (units of analyse) vanwege hun relevantie in het
kader van de onderzoeksvraag.
- Representativiteit niet zo relevant. Wel: of/hoe ‘iets’ bij de respondenten/in de context
voorkomt.
- Wat is er nog meer van invloed? Bewust kiezen voor: focus of variatie. (criterion
sampling; maximum variation sampling)
- Selectie van units (eenheden), op verschillende niveaus:
1. Contexten 2. Setting 3. Afdelingen 4. Mensen (participanten) 5. Documenten
Vormen van purposive sampling (doelgerichte steekproeftrekking)
, 1. General purposive sampling (algemene doelgerichte steekproeftrekking)
2. Theoretical sampling (doel: verder ontwikkelen en verfijnen van theoretische
concepten)
○ Inductief & iteratief
○ Theoretical saturation (theoretische verzadiging)
3. Snowball sampling (sneeuwbalmethode)
Relevantie in kader van de onderzoeksvraag
Doelgerichte selectie. Overwegingen: Waarom deze case/context? Waarom deze
individuen? Wat wil je ervan leren?
1. Typical case (exemplifying) – Typisch geval (vergelijkbaar met andere gevallen)
2. Extreme case – Extreem geval (uiterste: ‘als het zelfs hier geldt, dan ook in andere
situaties’)
3. Deviant/unique case – Uniek geval (op zichzelf staand)
4. Critical/revelatory case – Bijzonder geval (hier gebeurt iets bijzonders waarbij je
heel gericht je theorie kunt testen) (revelatory: iets waar je voorheen geen toegang
toe had om te bestuderen)
Fases in onderzoeksproces en sampling
Omvang selectie (sample size)