1. Functionele anatomie
De thoracale wervelzuil heeft enkele specifieke eigenschappen.
basis voor de aanhechting van de ribben
stijve transitiezone tussen mobiele cervicale en lumbale WZ
kyfose door wigvormige wervellichamen (platter anterieur en grotere hoogte
posterieur)
meest rigide regio totale WK door:
o Verminderde discushoogte
o Oriëntatie van thoracale facetgewrichten (60 à 70° tov horizontale en CWZ
45° tov horizontale)
o Grootte van de PS (groter dan bij CWZ)
o Ribben met de stabiele costovertebrale en costotransversale gewrichten
o Sternum met de sternocostale gewrichten
Bestaat uit 4 regio’s:
o Vertebromanubriale regio:
T1-T2, rib 1 en 2, manubrium
(CTO: wordt meegenomen door CWZ, wervels hebben anatomie en
biomechanica van de CWZ)
o Vertebrosternale regio:
T3-T7, rib 3-7, sternum
o Vertebrochondrale regio:
T8-T10, rib 8-10
(geen aanhechting op het sternum, maar op hoger gelegen ribben)
o Thoracolumbale regio:
T11-T12, rib 11-12
TLO
Ligging van de processus spinosus:
Algemene regel: PS van 1 niveau bevindt zich thv de PT van het onderliggende
PS tov PT verschillend van LWZ, want vrij verticaal
vb. PS T4 ligt thv PT T5
cave bij OZ en behandeling!
(geldt niet voor volledige WZ)
Processus transversus Processus spinosus
T1-T3 Zelfde niveau
T4-T6 Half niveau lager
T7-T9 Niveau lager
T10-T11 Half niveau lager
T12 Zelfde niveau
1
, Articulair:
CTO: cervico-thoracale overgang TLO: thoracolumbale overgang
Processi uncinati = bot op corpus om T11-T12 = overgangswervels
discus op plaats te houden
Luschka = discus + proc. uncinatus
Brede processus transversus Smalle processi transversi
Oriëntatie van de facetgewrichten Oriëntatie facetgewrichten (sagittaal
(frontaal vlak) vlak; idem als lumbaal)
Articulatie met de ribben Geen articulatie met de ribben
CWZ: 45°
TWZ: 60 à 70°
LWZ: sagittaal
mobiliteit bepalen (C > T < L)
Tot de thoracale regio behoren beenderige structuren:
o Ribben
o Sternum
o Claviculae
o Scapulae
Volgende gewrichten worden gevormd:
o Intervertebraal (facetgewrichten)
o Costovertebraal
o Costotransversaal
o Sternocostaal
o Acromioclaviculair
o Sternoclaviculair
o Scapulothoracaal (niet beenderig, maar door aanhechting spieren)
Een typische rib bevat:
o Caput costae (verbinding corpus en discus)
o Collum costae
o Tuberculum costae (contact met PT)
o Corpus costae
Sternum:
o Manubrium: rib 1 + 2
o Corpus: rib 3 – 7 (+ op sternum)
o Processus xiphoïdeus: rib 3 – 7 (+ op sternum)
o Rib 8-10 steeds op bovenliggende rib
Facetgewrichten (= zygapophysiale gewrichten)
2