Pedagogisch handelen = als leraar verbind je de persoonlijke, sociale en
morele ontwikkeling van leerlingen met het cognitieve leren.
3 perspectieven:
- Pedagogische opdracht
- Pedagogisch klimaat
- Pedagogisch-didactisch handelen
Pedagogisch grondfiguur:
Opvoeden tot:
- Zelfstandigheid en autonomie
- Verantwoordelijkheidsgevoel
- Omgaan met veranderingen
- Samenwerken
- Mondigheid
- Burgerschap
*doelen worden belangrijker in het onderwijs
Model psychologische basisbehoeften van kinderen:
Basisbehoeften van kinderen zijn erg belangrijk voor hun zodat ze
zich veilig en vertrouwd voelen in de leeromgeving. Wanneer een
kind zich veilig en vertrouwd voelt kan het ingaan op uitdagingen en
zich ontwikkelen. Wanneer er positieve ervaringen ontstaan, krijgt
een kind zelfvertrouwen wat bijdraagt aan een positief zelfbeeld. De
3 onderstaande basisbehoeften zijn belangrijk:
- Relatie Hiermee wordt bedoeld dat je het gevoel hebt
dat je welkom bent, je gewaardeerd wordt (door bijvoorbeeld je
leraar en je klasgenoten) en dat mensen met je om willen gaan.
- Autonomie Hiermee wordt bedoeld dat je zelfstandig bent
en dat je iets kunt ondernemen zonder daar hulp bij nodig te
hebben.
- Competentie Hiermee wordt bedoeld dat je in jezelf gelooft en
daarbij plezier hebt. Je ervaart je eigen talenten en bent daar ook
bewust van en de ontwikkeling daarvan.
De ik-boodschap
1. Ik
2. De waarneming
3. De emotie bij de ontvanger
4. verbetervoorstel
*Niet de persoon zelf afkeuren, maar het probleem.
Voorbeeld:
Ik zie dat je kauwgom in je mond hebt, ik vind dat vervelend, zou je de
kauwgom in de prullenbak willen doen?
Ik hoor dat jij praat, dat stoort mij, zou je stil willen zijn?
Directief vs responsief
Directief:
, - Gezag en macht
- Duidelijk welk gedrag de leraar verwacht
- Kost weinig tijd
*gebiedende wijs
Responsief:
- Gelijkwaardigheid
- Informatie verzamelen over beweegredenen en gevoelens
- Zelfreflectie leerling
- Voorkomt een conflict
*vraagstelling
Voorbeeld:
Directief: Ga op je stoel zitten. – Werk eens door.
Responsief: Waarom zit je niet op je plaats? – Waarom ben je niet aan het
werk?
Preventieve, operatieve, curatieve ordemaatregelen
Preventief: hoe voorkom je problemen
Operatief: wat doe je als er problemen voordoen
Curatief: wat doe je nadien
Expert gezag = doordat je ergens beter in bent
Verworven gezag = doordat ze je aardig vinden en respecteren
De correctieladder/escalatieladder
- Straf geven
- Ik-boodschap
- Vragen te stoppen
- Negeren
- Praat volume aanpassen
- Aankijken + naam noemen
Lage of hoge straf? Laag of hoog op de ladder?
Soorten beloningen: Soorten straf:
Sociale beloning Materiële straf
Ruil Sociale straf
Activiteiten Activiteiten
Materiële beloning Tijd
Fysieke
Straffen voordelen:
- Duidelijk
- Goed te koppelen aan overtreding
- Ongewenst gedrag stopt
Straffen nadelen:
- Associatie met strafgever
- Voorbeeld van ongewenst gedrag
- Geen alternatief bieden