Scheikunde herhaling + H1 ( 4 havo )
drie verschillende fases:
-gas
-vast
-vloeibaar
homogeen= een mengsel wat volledig gemengd is, het is niet meer van elkaar
te scheiden.
heterogeen= een mengsel wat niet volledig gemengd is, het niet wel uit elkaar
te scheiden.
Kookpunten van verschillende stoffen:
water 100 graden
alcohol 78 graden
ether 35 graden
methanol 65 graden
aceton 56 graden
Hoe warmer moleculen worden hoe verder ze van elkaar weg bewegen en hoe
sneller.
hoe kouder moleculen worden hoe dichter ze bij elkaar komen en hoe
langzamer ze bewegen.
_________________________________________________________________
H1
De meeste stoffen bestaan uit moleculen, die op hun beurt weer uit twee of
meer atomen bestaan. ( = moleculaire stoffen )
Een zuivere stof bestaat uit dezelfde bouwstenen, het kan een element of
verbranding zijn.
elementen in de natuur zijn: zwavel, goud, koolstof, stikstof en zuurstof.
Een mengsel bestaat uit twee of meer stoffen, dus ook uit twee of meer
soorten bouwstenen.
Een zuivere stof heeft een smeltpunt en een kookpunt. Een mengsel heeft
een smelttraject en kooktraject.
drie verschillende fases:
-gas
-vast
-vloeibaar
homogeen= een mengsel wat volledig gemengd is, het is niet meer van elkaar
te scheiden.
heterogeen= een mengsel wat niet volledig gemengd is, het niet wel uit elkaar
te scheiden.
Kookpunten van verschillende stoffen:
water 100 graden
alcohol 78 graden
ether 35 graden
methanol 65 graden
aceton 56 graden
Hoe warmer moleculen worden hoe verder ze van elkaar weg bewegen en hoe
sneller.
hoe kouder moleculen worden hoe dichter ze bij elkaar komen en hoe
langzamer ze bewegen.
_________________________________________________________________
H1
De meeste stoffen bestaan uit moleculen, die op hun beurt weer uit twee of
meer atomen bestaan. ( = moleculaire stoffen )
Een zuivere stof bestaat uit dezelfde bouwstenen, het kan een element of
verbranding zijn.
elementen in de natuur zijn: zwavel, goud, koolstof, stikstof en zuurstof.
Een mengsel bestaat uit twee of meer stoffen, dus ook uit twee of meer
soorten bouwstenen.
Een zuivere stof heeft een smeltpunt en een kookpunt. Een mengsel heeft
een smelttraject en kooktraject.