De levenswijze van jagers-verzamelaars is dat, mannen jagen op dieren en vrouwen eetbare
bessen en planten zoeken. Ze trekken rond om het voedsel achter na te gaan.
De landbouw ontstond door klimaatveranderingen, minder dieren waar ze op konden jagen
en ze ontdekten dat je bv. graan zelf kon planten en oogsten.
De eerste stedelijke gemeenschappen ontstonden doordat mensen lang een rivier gingen
wonen omdat daar de grond vruchtbaar is. Ze kwamen zo bij elkaar te wonen omdat ze op 1
plek bleven.
Het ontstaan van wetenschappelijk en het denken over politiek en burgerschap in de Griekse
stadstaat kwam, omdat filosofen rationeel gingen denken over politiek en de geschiedenis,
zonder dat goden daar een rol in speelden.
Door de groei van het Romeinse imperium kon de Grieks-Romeinse cultuur verspreiden,
omdat de mensen romaniseerden en opnamen in het leger waardoor ze de cultuur en taal
overnamen.
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur zijn dingen zoals architectuur,
kunst en taal.
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur, ontstond toen
Caesar delen ging veroveren. De Germanen namen de cultuur wel over. Germanen mochten
in het grensgebied wonen en kwamen in het leger.
Het jodendom is geloofden als eerste in maar 1 god, Jahweh. Ze werden i.p.v. polytheïstisch,
monotheïstisch. Hun heiligboek heet de Tenach. Het Christendom is ontstaan uit het
Jodendom in de 1e eeuw n.C. zij geloven ook in 1 god en de bijbel is hun heilige boek.
De islam is gesticht door Mohammed. Hun heiligboek is de Koran. De verspreiding ging vrij
snel door zwakkere buren, belastingvoordeel, tolerantie, beloningen in het paradijs en de
Jihad verplicht onderdeel van het geloof.
De ontwikkeling in West-Europa van landbouw stedelijk naar landbouwsamenleving, kwam
doordat het Romeinse rijk uit elkaar viel en geen bescherming meer bood aan boeren.
Rovers en plunderaars hadden vrij spel. Boeren zochten bescherming bij heren. In ruil voor
bescherming moesten ze herendiensten verrichten.
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur, kwam doordat er weinig geld was en
een centraal bestuur moeilijk was. Karel de Grote gaf stukken land te leen aan leenmannen
in ruil voor trouw en steun.
De verspreiding van het christendom gebeurden door missionarissen en monniken die
heidenen bekeerden. Bij Koning Clovis was het Christendom verplicht. Tweezwaardenleer:
wereldlijke macht = keizer. Geestelijke macht = paus.
bessen en planten zoeken. Ze trekken rond om het voedsel achter na te gaan.
De landbouw ontstond door klimaatveranderingen, minder dieren waar ze op konden jagen
en ze ontdekten dat je bv. graan zelf kon planten en oogsten.
De eerste stedelijke gemeenschappen ontstonden doordat mensen lang een rivier gingen
wonen omdat daar de grond vruchtbaar is. Ze kwamen zo bij elkaar te wonen omdat ze op 1
plek bleven.
Het ontstaan van wetenschappelijk en het denken over politiek en burgerschap in de Griekse
stadstaat kwam, omdat filosofen rationeel gingen denken over politiek en de geschiedenis,
zonder dat goden daar een rol in speelden.
Door de groei van het Romeinse imperium kon de Grieks-Romeinse cultuur verspreiden,
omdat de mensen romaniseerden en opnamen in het leger waardoor ze de cultuur en taal
overnamen.
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur zijn dingen zoals architectuur,
kunst en taal.
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur, ontstond toen
Caesar delen ging veroveren. De Germanen namen de cultuur wel over. Germanen mochten
in het grensgebied wonen en kwamen in het leger.
Het jodendom is geloofden als eerste in maar 1 god, Jahweh. Ze werden i.p.v. polytheïstisch,
monotheïstisch. Hun heiligboek heet de Tenach. Het Christendom is ontstaan uit het
Jodendom in de 1e eeuw n.C. zij geloven ook in 1 god en de bijbel is hun heilige boek.
De islam is gesticht door Mohammed. Hun heiligboek is de Koran. De verspreiding ging vrij
snel door zwakkere buren, belastingvoordeel, tolerantie, beloningen in het paradijs en de
Jihad verplicht onderdeel van het geloof.
De ontwikkeling in West-Europa van landbouw stedelijk naar landbouwsamenleving, kwam
doordat het Romeinse rijk uit elkaar viel en geen bescherming meer bood aan boeren.
Rovers en plunderaars hadden vrij spel. Boeren zochten bescherming bij heren. In ruil voor
bescherming moesten ze herendiensten verrichten.
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur, kwam doordat er weinig geld was en
een centraal bestuur moeilijk was. Karel de Grote gaf stukken land te leen aan leenmannen
in ruil voor trouw en steun.
De verspreiding van het christendom gebeurden door missionarissen en monniken die
heidenen bekeerden. Bij Koning Clovis was het Christendom verplicht. Tweezwaardenleer:
wereldlijke macht = keizer. Geestelijke macht = paus.