specifiek immuunsysteem (SI)
hoe wordt SI geactiveerd?
door presetatie van Ag door APC (antigeen presenterende cel)
welke cellen zijn APC?
dendritische cel
B-lymfocyt
monocyt/macrofaag
hoe worden APC geactiveerd?
door binding van PRR op PAMP
wat doet de cel na activatie?
het neemt het pathogeen op via fagocytose → knipt het in stukjes → zet de
stukjes op MHC-complex en transporteert naar membraan → APC migreert
naar lymfeknoop → toont pathogene stukjes → specifieke T-lymfocyt wordt
geactiveerd
wat is een MHC?
= Major Histo Comparibiliteitscomplex
= de sleutelmolecule bij antigeenpresentatie
er zijn twee soorten MHC antigenen, welke?
MHC I. waar zit het?
op membraan van alle cellen behalve RBC
uit wat zijn ze opgebouwd?
α1,α2,α3
α3 bevat een transmembranair gedeelte (zit door het
membraan van de cel. )
α1 en α2 zijn verschillend bij individuen. ze vormen samen een
peptide-bindende groef
specifiek immuunsysteem (SI) 1
, β2- microglobuline:
het stabiliseert de α-keten
functie?
peptide antigene opname uit het cytoplasma van de cel
virale infectie van de cel aantonen
= controle op vreemde Ag binnen de cel
werking?
virus brengt zijn genetisch materiaal binnen in de cel → cel maakt van
genetisch materiaal een viraal EW → viraal EW wordt in stukjes geknipt
→ gaat via pompsysteem in het ER → peptide (stukje) bindt op MHC I
→ vesikel met MHC I complex gaat naar membraan van cel
⇒ de cytotoxische T-cel herkent de virale peptide en gaat de cel doden
MHC II. waar zit het?
specifiek immuunsysteem (SI) 2
, op membraan van APC, geactiveerde T-lymfocyten en epitheliale cellen van
thymus
uit wat is het opgebouwd?
2 α-ketens
α1 variabel
α2 constant, transmembranair
β-keten
β1 variabel
β2 constant, transmembranair
Functie?
enkel peptide antigenen opname uit het extracellulaire milieu, door APC
= controle op vreemde antigenen in extracellulair milieu
werking?
het pathogeen wordt opgenomen in de APC en in stukjes geknipt →
het endosoom fuseert met een MHC II vesikel → peptide (stukje van
pathogeen) bindt in de groef → MHC II complex migreert naar
membraan van APC
specifiek immuunsysteem (SI) 3
hoe wordt SI geactiveerd?
door presetatie van Ag door APC (antigeen presenterende cel)
welke cellen zijn APC?
dendritische cel
B-lymfocyt
monocyt/macrofaag
hoe worden APC geactiveerd?
door binding van PRR op PAMP
wat doet de cel na activatie?
het neemt het pathogeen op via fagocytose → knipt het in stukjes → zet de
stukjes op MHC-complex en transporteert naar membraan → APC migreert
naar lymfeknoop → toont pathogene stukjes → specifieke T-lymfocyt wordt
geactiveerd
wat is een MHC?
= Major Histo Comparibiliteitscomplex
= de sleutelmolecule bij antigeenpresentatie
er zijn twee soorten MHC antigenen, welke?
MHC I. waar zit het?
op membraan van alle cellen behalve RBC
uit wat zijn ze opgebouwd?
α1,α2,α3
α3 bevat een transmembranair gedeelte (zit door het
membraan van de cel. )
α1 en α2 zijn verschillend bij individuen. ze vormen samen een
peptide-bindende groef
specifiek immuunsysteem (SI) 1
, β2- microglobuline:
het stabiliseert de α-keten
functie?
peptide antigene opname uit het cytoplasma van de cel
virale infectie van de cel aantonen
= controle op vreemde Ag binnen de cel
werking?
virus brengt zijn genetisch materiaal binnen in de cel → cel maakt van
genetisch materiaal een viraal EW → viraal EW wordt in stukjes geknipt
→ gaat via pompsysteem in het ER → peptide (stukje) bindt op MHC I
→ vesikel met MHC I complex gaat naar membraan van cel
⇒ de cytotoxische T-cel herkent de virale peptide en gaat de cel doden
MHC II. waar zit het?
specifiek immuunsysteem (SI) 2
, op membraan van APC, geactiveerde T-lymfocyten en epitheliale cellen van
thymus
uit wat is het opgebouwd?
2 α-ketens
α1 variabel
α2 constant, transmembranair
β-keten
β1 variabel
β2 constant, transmembranair
Functie?
enkel peptide antigenen opname uit het extracellulaire milieu, door APC
= controle op vreemde antigenen in extracellulair milieu
werking?
het pathogeen wordt opgenomen in de APC en in stukjes geknipt →
het endosoom fuseert met een MHC II vesikel → peptide (stukje van
pathogeen) bindt in de groef → MHC II complex migreert naar
membraan van APC
specifiek immuunsysteem (SI) 3