3 Kracht en beweging
Soorten krachten
Een kracht kun je herkennen aan zijn gevolgen: vervorming en/of een verandering van de grootte
en/of van richting van de snelheid.
- Een kracht is een vector.
- Een scalair heeft alleen een grootte.
In tekeningen worden voorwerpen vaak als puntmassa’s weergegeven. Het is een modelvoorstelling
die je van een voorwerp maakt. De grootte en de vorm van het voorwerp doen er niet toe, de massa
wel.
- De zwaartekracht Fz is de aantrekkende kracht van een hemellichaam op een voorwerp. Het
aangrijpingspunt van de zwaartekracht noem je het zwaartepunt of het massamiddelpunt.
- De veerkracht Fv is de kracht die een veer uitoefent op een voorwerp. De veerkracht en de
uitrekking bij een veer zijn recht evenredig.
- De spierkracht Fspier is de kracht die spieren uitoefenen op een voorwerp.
- De spankracht Fspan is de kracht die een draad uitoefent op een voorwerp waar de draad
aan vastzit. De spankracht heeft de richting van de draad.
- De normaalkracht Fn is de kracht die een ondergrond uitoefent op een voorwerp. De
normaalkracht staat loodrecht op de ondergrond.
- De wrijvingskracht Fw is altijd tegengesteld aan de bewegingsrichting. Je onderscheidt
schuifwrijvingskracht, rolwrijvingskracht en luchtweerstandskracht. Alleen de
luchtweerstandskracht is afhankelijk van de snelheid van het voorwerp. De
schuifwrijvingskracht kan een waarde hebben tussen nul en een maximale waarde.
De dichtheid van een stof is de vaste verhouding van de massa en het volume van die stof, ze zijn
recht evenredig. De dichtheid is dus ook gelijk aan de steilheid van de (m,V)-grafiek.
Rekenen met krachten
Als twee of meer krachten op een voorwerp werken, kun je deze krachten door één resulterende
kracht vervangen, die hetzelfde gevolg heeft:
- Hoek tussen twee krachten = 0° krachten optellen.
- Hoek tussen twee krachten = 180° van elkaar aftrekken.
- Willekeurige hoek kop-staartmethode of de parallellogrammethode toepassen.
- Hoek tussen twee krachten = 90° de stelling van Pythagoras toepassen.
Je kunt een kracht F ontbinden in twee componenten, die opgeteld kracht F als resulterende kracht
hebben.
Soorten krachten
Een kracht kun je herkennen aan zijn gevolgen: vervorming en/of een verandering van de grootte
en/of van richting van de snelheid.
- Een kracht is een vector.
- Een scalair heeft alleen een grootte.
In tekeningen worden voorwerpen vaak als puntmassa’s weergegeven. Het is een modelvoorstelling
die je van een voorwerp maakt. De grootte en de vorm van het voorwerp doen er niet toe, de massa
wel.
- De zwaartekracht Fz is de aantrekkende kracht van een hemellichaam op een voorwerp. Het
aangrijpingspunt van de zwaartekracht noem je het zwaartepunt of het massamiddelpunt.
- De veerkracht Fv is de kracht die een veer uitoefent op een voorwerp. De veerkracht en de
uitrekking bij een veer zijn recht evenredig.
- De spierkracht Fspier is de kracht die spieren uitoefenen op een voorwerp.
- De spankracht Fspan is de kracht die een draad uitoefent op een voorwerp waar de draad
aan vastzit. De spankracht heeft de richting van de draad.
- De normaalkracht Fn is de kracht die een ondergrond uitoefent op een voorwerp. De
normaalkracht staat loodrecht op de ondergrond.
- De wrijvingskracht Fw is altijd tegengesteld aan de bewegingsrichting. Je onderscheidt
schuifwrijvingskracht, rolwrijvingskracht en luchtweerstandskracht. Alleen de
luchtweerstandskracht is afhankelijk van de snelheid van het voorwerp. De
schuifwrijvingskracht kan een waarde hebben tussen nul en een maximale waarde.
De dichtheid van een stof is de vaste verhouding van de massa en het volume van die stof, ze zijn
recht evenredig. De dichtheid is dus ook gelijk aan de steilheid van de (m,V)-grafiek.
Rekenen met krachten
Als twee of meer krachten op een voorwerp werken, kun je deze krachten door één resulterende
kracht vervangen, die hetzelfde gevolg heeft:
- Hoek tussen twee krachten = 0° krachten optellen.
- Hoek tussen twee krachten = 180° van elkaar aftrekken.
- Willekeurige hoek kop-staartmethode of de parallellogrammethode toepassen.
- Hoek tussen twee krachten = 90° de stelling van Pythagoras toepassen.
Je kunt een kracht F ontbinden in twee componenten, die opgeteld kracht F als resulterende kracht
hebben.