Gedragswetenschappen H7
7.1 Het interpersoonlijke communicatieproces
zender → code vb. spreken, schrijven, … → kanaal (RUIS) → decoderen → ontvanger
- eenzijdige communicatie, tweezijdige communicatie
GOEDE COMMUNICATIE: zelfde referentiekader hebben (achtergrond, waarden, sociale en culturele
normen, gewoonten, ervaringen, …)
7.2 Interpersoonlijke communicatie en massacommunicatie
I: tweezijdig, weinig ontvangers, geen professionele zender; stem (face-to-face)
vb. journalist, ytber, …
M: eenzijdig, iedereen is ontvanger, zender is een professionele communicator via extra kanaal; tv, …
vb. thuis met ouder, met je vriendinnen, …
7.3 Communicatie ontleed
7.3.1 de axioma’s van Watzlawick (5)
1. Je kunt niet niet communiceren
2. We spreken altijd dubbel
→ relationele analyse:
- inhoudsniveau (wat er gezegd wordt)+ betrekkingsniveau (wat er bedoelt wordt)
3. Iedereen heeft zijn waarheid
→ uitgezonden boodschap ≠ ontvangen boodschap
4. Digitale en analoge taal
→ D: woorden, tekens en gebaren
→ A: intonatie, lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen
5. Wie heeft het voor het zeggen?
→ interpers. Communicatieproces = symmetrische of complementaire communicatie
- S = zender en ontvanger hebben zelfde machtsniveau
- C = zender en ontvanger staan niet op zelfde machtsniveau
7.3.2 binnen- en buitenkant van communicatie
1. Binnenkant:
- wat er binnen in je omgaat; gedachten, meningen, gevoelens, …
2. Buitenkant:
- waarneembare gedrag: houding, uitspraken, gezichtsuitdrukkingen, ….
- decoderen/interpreteren we zelf van onze partner, naar onze binnenkant; fouten maken
7.3.3 soorten communicatie
- verbaal: via woorden
- non-verbaal: niet via woorden
- sub-verbaal: ondersteunen wat je zegt m.b.v. intonatie, stemkleur, snelheid, …
7.1 Het interpersoonlijke communicatieproces
zender → code vb. spreken, schrijven, … → kanaal (RUIS) → decoderen → ontvanger
- eenzijdige communicatie, tweezijdige communicatie
GOEDE COMMUNICATIE: zelfde referentiekader hebben (achtergrond, waarden, sociale en culturele
normen, gewoonten, ervaringen, …)
7.2 Interpersoonlijke communicatie en massacommunicatie
I: tweezijdig, weinig ontvangers, geen professionele zender; stem (face-to-face)
vb. journalist, ytber, …
M: eenzijdig, iedereen is ontvanger, zender is een professionele communicator via extra kanaal; tv, …
vb. thuis met ouder, met je vriendinnen, …
7.3 Communicatie ontleed
7.3.1 de axioma’s van Watzlawick (5)
1. Je kunt niet niet communiceren
2. We spreken altijd dubbel
→ relationele analyse:
- inhoudsniveau (wat er gezegd wordt)+ betrekkingsniveau (wat er bedoelt wordt)
3. Iedereen heeft zijn waarheid
→ uitgezonden boodschap ≠ ontvangen boodschap
4. Digitale en analoge taal
→ D: woorden, tekens en gebaren
→ A: intonatie, lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen
5. Wie heeft het voor het zeggen?
→ interpers. Communicatieproces = symmetrische of complementaire communicatie
- S = zender en ontvanger hebben zelfde machtsniveau
- C = zender en ontvanger staan niet op zelfde machtsniveau
7.3.2 binnen- en buitenkant van communicatie
1. Binnenkant:
- wat er binnen in je omgaat; gedachten, meningen, gevoelens, …
2. Buitenkant:
- waarneembare gedrag: houding, uitspraken, gezichtsuitdrukkingen, ….
- decoderen/interpreteren we zelf van onze partner, naar onze binnenkant; fouten maken
7.3.3 soorten communicatie
- verbaal: via woorden
- non-verbaal: niet via woorden
- sub-verbaal: ondersteunen wat je zegt m.b.v. intonatie, stemkleur, snelheid, …