ZSA Kortademigheid (kinderarts)
Hoofdstuk 2: Dyspneu
- Dyspneu wordt gede nieerd als het subjectieve gevoel van gestoorde of bemoeilijkte
ademhaling.
- De klacht wordt vaak be- schreven als ‘benauwdheid’, ‘kortademigheid’, ‘ademnood’, ‘niet
door kunnen ademen’, ‘dichtgeknepen keel’, of ‘geen lucht kunnen krijgen’.
- Dyspneu ≠ tachypneu.
- De normale ademhaling wordt centraal aangestuurd door het in de medulla oblongata gelegen
ademhalingscentrum en perifeer door langs de arteriae carotidae gelegen chemoreceptoren en
in diafragma en skeletspieren gelegen mechanische receptoren.
- Een verstoorde balans tussen centrale en perifere regulatie wordt waargenomen als dyspneu.
Deze disbalans ontstaat bij verstoring van het gastransport.
- Die verstoring kan betrekking hebben op
- de in- en uit- stroom van lucht van en naar de longen,
- de gasuitwisseling op alveolair niveau (CO2-di usie en binding van O2 aan hemoglobine
(Hb)),
- de onderlinge afstemming van ventilatie en perfusie,
- de aan- en afvoer van bloed van en naar de longen,
- de aanvoer van O2 naar de weefsels en
- de afvoer van CO2 uit de weefsels.
- De graad van dyspneu kan worden bepaald
- aan de hand van een vragenlijst of
- benaderd met een visueel-analoge schaal.
- Ook kan men het aantal woorden (getallen) tellen dat het kind tussen twee ademteugen
door kan uitspreken.
- De correlatie tussen de uitkomst van vragenlijsten enerzijds en objectieve functionele
bevindingen, zoals intrekkingen, gebruik van hulpademhalingsspieren, neusvleugelen,
paradoxaal ademen en longfunctieparameters, en radiologische bevindingen anderzijds is
zeer gering. Hetzelfde geldt voor de correlatie met de ernst van de onderliggende
aandoening.
1
fi ff
, Di erentiaaldiagnose
- Respiratoir (tabel 2-1)
- Cardiovasculair (linker hartfalen)
- Neuromusculair
- Systemisch (anemie en hyperthyreoïdie)
- Psychogeen (hyperventilatiesyndroom)
2
ff
, Diagnostiek en behandeling
- Onderscheid acuut of chronisch
- Onderscheid leeftijd (neonaat, <5 of >5 jaar)
Hoofdstuk 7: Benauwdheid bij inspanning
- Benauwdheid bij inspanning = als het kind bij lichamelijke inspanning het gevoel heeft dat de
ademhaling gestoord of bemoeilijkt is.
- Dit fenomeen komt frequent voor, zowel kinderen als ouders kunnen erover klagen.
- Het is een subjectief fenomeen; de met een vragenlijst of scorelijst bepaalde mate van
benauwdheid correleert slecht met objectieve bevindingen als longfunctiewaarden.
Di erentiaaldiagnose
- Meest voorkomend =
- inspanningsastma
- Klassieke symptomen van piepen, hoesten en dyspneu
- Astmaklachten als gevolg van bronchusobstructie bij inspanning (inspanningsastma)
worden veroorzaakt door bronchiale hyperreactiviteit. Alleen forse inspanning van
langer dan 4 tot 6 minuten kan bronchusobstructie induceren.
- Benauwdheid bij inspanning altijd astma overwegen —> vrijwel alle kinderen met
astma hebben inspanningsastma bij inspanning in koude droge lucht.
- Bovendien: bijna alle kinderen met inspanningsastma hebben dyspneu bij andere
prikkels dan inspanning
- Kinderen die alleen bij inspanning en verder nooit astmaklachten hebben, hebben
meestal geen (inspanningsastma)
- conditieachterstand
- Soms wordt het bereiken van de fysiologische limiet geïnterpreteerd als
pathologische dyspneu.
- Onderscheid van inspanningsastma: inspanningsastma treedt vaak na de
inspanning op, aangezien bewegen de luchtwegen verder openzet.
Bronchusobstructie verdwijnt binnen 15-30 minuten. Bij kinderen met verminderde
3
ff
Hoofdstuk 2: Dyspneu
- Dyspneu wordt gede nieerd als het subjectieve gevoel van gestoorde of bemoeilijkte
ademhaling.
- De klacht wordt vaak be- schreven als ‘benauwdheid’, ‘kortademigheid’, ‘ademnood’, ‘niet
door kunnen ademen’, ‘dichtgeknepen keel’, of ‘geen lucht kunnen krijgen’.
- Dyspneu ≠ tachypneu.
- De normale ademhaling wordt centraal aangestuurd door het in de medulla oblongata gelegen
ademhalingscentrum en perifeer door langs de arteriae carotidae gelegen chemoreceptoren en
in diafragma en skeletspieren gelegen mechanische receptoren.
- Een verstoorde balans tussen centrale en perifere regulatie wordt waargenomen als dyspneu.
Deze disbalans ontstaat bij verstoring van het gastransport.
- Die verstoring kan betrekking hebben op
- de in- en uit- stroom van lucht van en naar de longen,
- de gasuitwisseling op alveolair niveau (CO2-di usie en binding van O2 aan hemoglobine
(Hb)),
- de onderlinge afstemming van ventilatie en perfusie,
- de aan- en afvoer van bloed van en naar de longen,
- de aanvoer van O2 naar de weefsels en
- de afvoer van CO2 uit de weefsels.
- De graad van dyspneu kan worden bepaald
- aan de hand van een vragenlijst of
- benaderd met een visueel-analoge schaal.
- Ook kan men het aantal woorden (getallen) tellen dat het kind tussen twee ademteugen
door kan uitspreken.
- De correlatie tussen de uitkomst van vragenlijsten enerzijds en objectieve functionele
bevindingen, zoals intrekkingen, gebruik van hulpademhalingsspieren, neusvleugelen,
paradoxaal ademen en longfunctieparameters, en radiologische bevindingen anderzijds is
zeer gering. Hetzelfde geldt voor de correlatie met de ernst van de onderliggende
aandoening.
1
fi ff
, Di erentiaaldiagnose
- Respiratoir (tabel 2-1)
- Cardiovasculair (linker hartfalen)
- Neuromusculair
- Systemisch (anemie en hyperthyreoïdie)
- Psychogeen (hyperventilatiesyndroom)
2
ff
, Diagnostiek en behandeling
- Onderscheid acuut of chronisch
- Onderscheid leeftijd (neonaat, <5 of >5 jaar)
Hoofdstuk 7: Benauwdheid bij inspanning
- Benauwdheid bij inspanning = als het kind bij lichamelijke inspanning het gevoel heeft dat de
ademhaling gestoord of bemoeilijkt is.
- Dit fenomeen komt frequent voor, zowel kinderen als ouders kunnen erover klagen.
- Het is een subjectief fenomeen; de met een vragenlijst of scorelijst bepaalde mate van
benauwdheid correleert slecht met objectieve bevindingen als longfunctiewaarden.
Di erentiaaldiagnose
- Meest voorkomend =
- inspanningsastma
- Klassieke symptomen van piepen, hoesten en dyspneu
- Astmaklachten als gevolg van bronchusobstructie bij inspanning (inspanningsastma)
worden veroorzaakt door bronchiale hyperreactiviteit. Alleen forse inspanning van
langer dan 4 tot 6 minuten kan bronchusobstructie induceren.
- Benauwdheid bij inspanning altijd astma overwegen —> vrijwel alle kinderen met
astma hebben inspanningsastma bij inspanning in koude droge lucht.
- Bovendien: bijna alle kinderen met inspanningsastma hebben dyspneu bij andere
prikkels dan inspanning
- Kinderen die alleen bij inspanning en verder nooit astmaklachten hebben, hebben
meestal geen (inspanningsastma)
- conditieachterstand
- Soms wordt het bereiken van de fysiologische limiet geïnterpreteerd als
pathologische dyspneu.
- Onderscheid van inspanningsastma: inspanningsastma treedt vaak na de
inspanning op, aangezien bewegen de luchtwegen verder openzet.
Bronchusobstructie verdwijnt binnen 15-30 minuten. Bij kinderen met verminderde
3
ff