individu: organisatie:
- identiteit - missie
- drijfveer - strategie
- overtuiging - doelen
- competenties – systemen
- gedrag - cultuur
1.2 HRM een definitie
Wie doet niet aan HRM?
- de manager die wat personeelsinstrumenten gebruikt, maar dat niet doordacht doet vanuit
en gerelateerd aan MDVS (missie, doel, visie en strategie)
- De bedrijfsleider die een heel pakket van personeelsinstrumenten gebruikt, maar deze niet
bijstelt op basis van interne en externe ontwikkelingen
- De afdelingsmanager die bij elke nieuwe trends en ontwikkelingen de
personeelsinstrumenten inwisselt, aanpast of vernieuwd, maar ze niet koppelt aan
afdelingsdoelen
wie doet dat wel?:
- als een manager gerelateerd aan interne en externe ontwikkelingen en de MDVS van zijn
organisatie, heel bewust en duidelijk een personeelsbeleid formuleert en in dat kader doordacht
gekozen en samenhangende personeelsinstumenten inzet
DAAROM: definitie HRM = het systematisch managen van personeel in een flexibele , open
organisatie met oog voor veranderingen, op zodanige motiverende en op de doelen afgestemde
wijze, dat het personeel zo veel mogelijk toegerust wordt met ‘bagage’ waarmee het zelf zijn werk
vorm en inhoud kan geven, zonder dat veelvuldige inmenging van een leidinggevende vereist is.
- kernelementen:
- systematisch managen van personeel
- open organisatie
- organisatieafstemming
- bagagetoerusting
- rol v/d leidinggevende
LET OP: gaat om het verband van deze elementen
1.3 strategie en managementproces
organisatie = groep samenwerkende mensen die gezamenlijk een bepaald doel tracht te
verwezenlijken
- regel: hoe groter/complexer de organisatie en hoe complexer de doelen, methoden en
middelen, des te moeilijker het is om personeel adequaat in te zetten
- daarom: strategische invalshoek belangrijk
- Interne ontwikkelingen: planningsproblemen, personeelswijzigingen
- Externe ontwikkelingen: DESTEMP (M = marktfactoren)
- Stakeholders: intern en extern
Management moet tijdig en proactief inspelen op die factoren
, Strategie:
- de keuze van de organisatie, welke middelen wanneer en op welke wijze ingezet zullen
worden om tegen zo weinig mogelijk offers de doelen te bereiken
- spanningsveld van interne vs. Externe omgevingsfactoren
Deze factoren veranderen steeds
- daarom: cyclisch managementproces regelkring
MDVS-aspect
- Missie = het waarom en waartoe
- Doelen = het wat
- Visie = waarheen
- Strategie = het hoe
Basis voor de vorm en inhoud van de organisatie
Organisatie
- Mensen = personeel
- Middelen = variërend kapitaal, gebouwen, inventaris enz.
- Methoden = werkwijzen, procedures en protocollen
Input = alle basis-ingrediënten die de organisatie nodig heeft om daarmee via MMM te komen tot
een eindproduct
Throughput = het bewerkingsproces en de transformatie
Output = De totstandkoming van concrete producten/diensten