2021
Samenvatting
PARTNERS IN PREVENTIE
OWE 6
,Inhoudsopgave
1. Vernevelen.........................................................................................................................................2
2. Stomazorg...........................................................................................................................................3
3. Voortplantingsstelsel..........................................................................................................................6
4. Pre- en perinatale periode................................................................................................................10
5. Groei en ontwikkeling.......................................................................................................................13
5.1 zuigelingenperiode 0-1 jaar........................................................................................................13
5.2 peuterperiode 1-4 jaar................................................................................................................14
5.3 basisschoolkind 4-12 jaar............................................................................................................15
5.4 adolescentieperiode 12-19 jaar..................................................................................................18
6. Seksueel Overdraagbare Aandoeningen...........................................................................................18
7. Kindermishandeling..........................................................................................................................20
8. Angst- en paniekstoornissen.............................................................................................................21
9. Reumatische aandoeningen.............................................................................................................22
10. Ontstekingen in de darmen & colontumoren.................................................................................25
11. Nieren en urinewegen....................................................................................................................28
12. Aandoeningen aan de nieren..........................................................................................................31
13. Hormonaal stelsel (diabetes mellitus & hypofunctie).....................................................................32
14. Injecteren.......................................................................................................................................35
15. Infusie – perifere canule.................................................................................................................35
2
Samenvatting OWE 6 || Partners In Preventie
,1. Vernevelen
Toedieningsvormen via de luchtwegen:
Inhalatievloeistoffen
Worden toegediend via vernevelapparatuur. Hier wordt voor gekozen bij een
verslechterde longfunctie. Luchtverwijdende stoffen, antibiotica of slijmoplossende
stoffen worden toegediend. Het geneesmiddel wordt in kleine druppels verstoven en
deze worden gedurende 5 tot 10 minuten geïnhaleerd. Soms wordt het verdund met
NaCL 0,9%.
Poederinhalatoren
Beschikbaar voor één dosis of meerdere doses per keer. Bij eenmalig gebruik wordt
de stof via een capsule in het inhalatieapparaat gebracht. Met een krachtige inhalatie
wordt de vaste stof in de longen verdeeld. Voor meermalig gebruik zit het middel
opgesloten in het apparaat. Bij elke inademing komt één dosis vrij.
Dosis-aerosolen
Bij de inhalatiesprays bevindt het geneesmiddel zich in een houder met drijfgas. Er
wordt gebruik gemaakt van voorzetkamers. Dit maakt het inhaleren makkelijker.
Hiermee kan de patiënt rustig inhaleren.
Medicatietoediening via de luchtwegen:
Volgorde van inhaleren:
1. Kortwerkende luchtwegverwijders, werken 4 tot 6 uur.
2. Langwerkende luchtwegverwijders, werken 12 tot 24 uur.
3. Ontstekingsremmers.
Wacht altijd 1 minuut voor het inhaleren van een volgend medicijn.
Dosisaerosol: goed schudden, volledig uitademen en vervolgens inhaleren en de adem 5-
10 tellen inhouden, vervolgens rustig uitademen. Spoel mond en keel met water bij gebruik
van cortico’s. Eerste slokje spugen, tweede doorslikken. Voorkomt schimmelinfectie en
tandbederf. Mondstuk schoonmaken met droge tissue, niet afspoelen.
Dosisaerosol met voorzetkamer: vijf keer rustig in en uit ademen, indien dit moeilijk is met
de één tuig-methode. Rustige inademing, adem vasthouden. Voorzetkamer een keer per
week schoonmaken.
Poederinhalator: Tijdens inhaleren hoofd iets achterover kantelen, diepe inhaalteug. Bij
goede inhalatiekracht trilt de capsule hoorbaar. Adem inhouden.
Vernevelen: vernevelvloeistof bestaat uit vloeibaar medicijn gemengd met oplosvloeistof.
Dien vernevelvloeistof toe op kamertemperatuur, zittende houding, rustig door de mond in en
uitademen.
GDS: geneesmiddelendistributiesysteem (baxter).
Overgevoeligheidsreactie: voorkomen bij bijzondere sterke en onvoorspelbare bijwerking.
Kunnen acuut optreden maar ook enkele dagen duren, zoals rode vlekjes op de huis na
antibiotica.
Acute reacties: Vaak binnen enkele minuten na inname. Typische klachten: galbulten,
netelroos, zwelling, prikkeling in de mond- keelholte, verstopte neus, rode prikkende ogen,
buikkrampen, misselijkheid, braken en diarree. Bij een anafylaxie dreigt de zorgvrager buiten
bewustzijn te raken. Kan stikken door zwelling keel, slap worden en heftig braken.
2
Samenvatting OWE 6 || Partners In Preventie
, Type vernevelaars: gewone vernevelaar (rustig in- en uitademen) en jet vernevelaar, hierbij
bevindt de medicijnoplossing in een reservoir. De compressor zorgt voor luchtstroom. De
lucht blaast het medicijn uit het reservoir omhoog en vernevelt de vloeistof.
Bij onvoldoende reiniging kunnen er hygiënische problemen en infectiegevaar optreden.
Vernevelen is niet beter dan inhaleren middels een dosis aerosol met voorzetkamer.
Algemene bijwerkingen luchtwegverwijderaar: duizeligheid, droge mond, snelle hartslag,
trillende handen, misselijkheid, hoofdpijn, schimmelinfectie mond.
Algemene adviezen: neem van te voren een slok water, kan heesheid en schimmelinfectie
veroorzaken dus spoelen na inhaleren, vernevelen door de mond is effectiever dan door de
neus, via de neus wordt het weggevangen.
Corticosteroïden onderdrukken de ontsteking, zodat de zwelling in de luchtwegen afneemt.
2. Stomazorg
Een stoma is een kunstmatige uitgang in het menselijk lichaam. Soorten: colostoma,
ileostoma, urostoma en tracheostoma.
Er zijn twee soorten stoma’s voor ontlasting:
1. Colostoma – waarbij de uitgang is aangebracht op de dikke darm.
2. Ileostoma – waarbij de uitgang is aangebracht op de dunne darm.
Een tijdelijk stoma is er om een darmdeel rust te geven, een blijvend stoma wanneer
bijvoorbeeld de colon weggehaald moet worden.
Colostoma: Bij een stoma kan ontlasting elk moment uit het lichaam komen. Het kan op
verschillende delen van de dikke darm worden aangelegd. Als de stoma laag op de dikke
darm is betekent het dat alleen de endeldarm is weggenomen. De ontlasting is vrij dit.
Bovenaan is dit minder dik.
Enkelloops colostoma: Deze stoma heeft één opening. Er komt alleen ontlasting naar
buiten. Het stuk darm dat vanuit de endeldarm komt is in deze situatie helemaal verwijderd of
laatste stuk is dicht gehecht en ligt nog in de buikholte. In de laatste situatie kan mogelijk nog
een hersteloperatie plaatsvinden. Als de endeldarm nog in de buikholte ligt kan er eventueel
nog slijm afgescheiden worden via het rectum. Mensen met een eindstandig stoma kunnen
aandrang ervaren.
Dubbelloops colostoma: Deze stoma heeft twee openingen naast elkaar uit de ene komt
ontlasting en uit de andere alleen slijm. Een tijdelijke stoma is vaak dubbelloops. Hierbij haalt
de chirurg een stuk van de darm door een opening in de buik naar buiten (darmlis). Dat
darmdeel wordt geopend in de buikwand gehecht. De darm heeft dan een soort omleiding.
De genezing kan dan beter verlopen. Het stuk waar het slijm uit komt wordt soms onder de
huid gehecht, zodat er maar één opening zichtbaar is. Het lijkt dan net op een enkelloops
stoma. Een dubbelloops stoma kan er uitzien als één stoma met twee openingen of als twee
aparte stoma’s (splitsoma).
Indicaties colostoma: tumoren, chronische darmontstekingen, aangeboren afwijkingen,
darmpoliepen, diverticulitis, fistels, neurologische aandoeningen, slechte darmfunctie,
operaties, incontinentie, ileus, verwondingen.
Ileostoma: Deze wordt aangelegd als het nodig is om de hele dikke darm te verwijderen of
tijdelijk te ontzien. De ileostoma wordt dan meestal aan het einde van de ileus aangebracht.
2
Samenvatting OWE 6 || Partners In Preventie