Organisatie van het zenuwstelsel:
Hersenen:
- 20% vh volume cellen, 80% cerebrospinale vloeistof
- 20% vd doorbloeding
- 10^11 neuronen, 10^12 gliacellen
Soorten gliacellen:
- Oligodendrocyten > in CNS
Oligodendrocyten in white matter > bij de uitlopers van neuronen
Perineurale oligodendrocyten > in buurt vd cellichamen van
neuronen > spelen belangrijke metabolische rol, ondersteuning
- Schwanncellen > in PNS > vormen myelineschede met nodes of Ranvier >
zorgen voor snelle signaaloverdracht > met name aanwezig in motorische
neuronen
- Astrocyten > ondersteuning + vorming bloed-hersenbarrière
- Microglia > immuuncellen in de hersenen > bescherming van neuronen door
cytokines en fagocytose van indringers
Rol van de gliacellen:
- Steunfunctie:
Energiebron voor neuronen > door glucose (direct) en lactaat
(indirect: gliacel zet glucose om in lactaat)
Buffering van extracellulaire K+ > K+ doorgegeven via gap junctions
(met elkaar en met neuronen)
Reguleren neurotransmitter concentraties > synthese, opslag en
extracellulaire buffering (bv. glutamaat opslaan als glutamine)
Hebben tal van receptoren voor allerlei stoffen
- Communicatie neuronen:
Tripartite synaps = gliacellen zitten om synaps heen en spelen dus
belangrijke rol bij signaaloverdracht
, Samenvatting functie gliacellen:
Mutatie in connexine (= een gap junction) > myelineschede kan afbreken > vb:
Multiple Sclerose > ontsteking van CNS door geleidelijke afbraak van myeline
Soorten neuronen:
- Projectieneuronen > tussen hersendelen in
- Intrinsieke neuronen > communicatie binnen netwerken efficiënt laten
verlopen