Samenvatting
Maatschappijleer
Pluriforme samenleving
H1: Verschil en verdraagzaamheid
gedogen = dat je het ergens niet mee eens bent, maar het wel toestaat. Je verdraagt
het.
vroeger voelde mensen zich geen Nederlander maar bv een brabander. → door
communicatiemiddelen en tijdsrekening (=overal zelfde tijd) steeds meer 1
samenleving.
conformisme = het verlangen om zich aan te passen aan de opvattingen en
gedragingen van de meerderheid in de samenleving.
Sociale cohesie = maatschappelijke samenhang, mate waarin mensen zich met
elkaar verbonden voelen in een bepaalde buurt, woonplaats, land.
H2: Cultuur en identiteit
Cultuur = alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die de leden van
een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en als vanzelfsprekend
beschouwen. → Mensen die veel en langdurig met elkaar optrekken, ontwikkelen
een gezamenlijke cultuur.
Functies van cultuur:
- de cultuur van de groep waar je bij hoort, bepaalt een deel van je
persoonlijkheid→ Wie je bent en hoe je jezelf ziet, hoe mensen zich kleden,
de films waar ze naar kijken, de muziek waar ze naar luisteren, de sociale
media die ze gebruiken en wellicht ook de godsdienst die ze met andere
delen.
- mensen hebben door hun cultuur een gemeenschappelijk referentiekader met
deels dezelfde normen, waarden en gewoonten. → begrijpen elkaar en
kunnen makkelijker gedachten en gevoelens uitwisselen.
- cultuur geeft richting aan het denken en doen van mensen →
gedragsregulerend, het doet het gedrag van mensen geordend en
voorspelbaar verlopen.
Socialisatie = het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere
cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep krijgt aangeleerd.
(cultuuroverdracht)
→ vindt vooral plaats door imitatie
Socialiserende instituties = Instellingen, organisaties en collectieve
gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt.
→ vb: je gezin, school, vrienden, media, verenigingen, overheid
Maatschappijleer
Pluriforme samenleving
H1: Verschil en verdraagzaamheid
gedogen = dat je het ergens niet mee eens bent, maar het wel toestaat. Je verdraagt
het.
vroeger voelde mensen zich geen Nederlander maar bv een brabander. → door
communicatiemiddelen en tijdsrekening (=overal zelfde tijd) steeds meer 1
samenleving.
conformisme = het verlangen om zich aan te passen aan de opvattingen en
gedragingen van de meerderheid in de samenleving.
Sociale cohesie = maatschappelijke samenhang, mate waarin mensen zich met
elkaar verbonden voelen in een bepaalde buurt, woonplaats, land.
H2: Cultuur en identiteit
Cultuur = alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die de leden van
een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en als vanzelfsprekend
beschouwen. → Mensen die veel en langdurig met elkaar optrekken, ontwikkelen
een gezamenlijke cultuur.
Functies van cultuur:
- de cultuur van de groep waar je bij hoort, bepaalt een deel van je
persoonlijkheid→ Wie je bent en hoe je jezelf ziet, hoe mensen zich kleden,
de films waar ze naar kijken, de muziek waar ze naar luisteren, de sociale
media die ze gebruiken en wellicht ook de godsdienst die ze met andere
delen.
- mensen hebben door hun cultuur een gemeenschappelijk referentiekader met
deels dezelfde normen, waarden en gewoonten. → begrijpen elkaar en
kunnen makkelijker gedachten en gevoelens uitwisselen.
- cultuur geeft richting aan het denken en doen van mensen →
gedragsregulerend, het doet het gedrag van mensen geordend en
voorspelbaar verlopen.
Socialisatie = het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere
cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep krijgt aangeleerd.
(cultuuroverdracht)
→ vindt vooral plaats door imitatie
Socialiserende instituties = Instellingen, organisaties en collectieve
gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt.
→ vb: je gezin, school, vrienden, media, verenigingen, overheid