Thema 8 Differentiëren
Differentiëren: het bewust , doelgericht aanbrengen van verschillen in instructie,
leertijd of leerstof binnen een heterogene groep (op basis van onder andere
prestaties van de leerlingen).
Verschillende soorten differentiaties
Divergente differentiatie -> De leerdoelen worden zo veel mogelijk aangesloten op de
individuele leerbehoeftes en leerniveaus van de leerlingen in de groep
Organisatorisch differentiëren -> wanneer de docent de klassenorganisatie aanpast
zodat verschillende groepen leerlingen ieder op eigen niveau en tempo verder
kunnen leren.
Didactisch differentiëren ->Wanneer de docent het onderwijsleerproces zo
organiseert dat de verschillen tussen leerlingen in het leren niet zozeer
weggeorganiseerd worden, maar juist benut worden voor het leren van en met
elkaar.
Convergente differentiatie -> er wordt een minimum doel voor de groep leerlingen als
geheel gesteld.
Voorbeelden verschillende soorten differentiaties
Voorbeeld van huiswerkdifferentiatie -> ‘willen jullie deze opdracht de volgende keer
op het bord zetten? Bereid een powerpoint voor’
Voorbeeld van didactisch differentiëren -> slim duo’s maken waarbij je niveau
verschillen van leerlingen benut
Voorbeeld van organisatorisch differentiëren -> werken in niveaugroepen
Verschillende soorten intelligenties
Interpersoonlijke intelligentie -> houdt van contact met anderen, werkt graag samen,
voelt aan wat andere bezighoudt.
Intrapersoonlijke intelligentie -> stelt zich liever op de achtergrond, leeft in een eigen
wereld, houdt van mijmeren en poëzie.
Existentiële intelligentie -> kan filosoferen over wezenlijke thema’s. Is gevoelig voor
grote vraagstukken, zoals klimaatverandering. Denk na over de zin van het leven.
Logisch-mathematische intelligentie -> ordent gemakkelijk informatie speelt graag
met cijfers denkt kritisch.
Muzikaal-ritmische intelligentie -> pikt snel melodietjes op, speelt graag een
muziekinstrument.
Natuurgerichte intelligentie -> is gefascineerd door alles wat groeit en bloeit, graat
graag met dieren om, herkent snel kenmerken van planten en dieren.
Verbaal-linguïstische intelligentie -> denkt in woorden, formuleert gemakkelijk kan
gemakkelijk ideeën onder woorden brengen.
Differentiëren: het bewust , doelgericht aanbrengen van verschillen in instructie,
leertijd of leerstof binnen een heterogene groep (op basis van onder andere
prestaties van de leerlingen).
Verschillende soorten differentiaties
Divergente differentiatie -> De leerdoelen worden zo veel mogelijk aangesloten op de
individuele leerbehoeftes en leerniveaus van de leerlingen in de groep
Organisatorisch differentiëren -> wanneer de docent de klassenorganisatie aanpast
zodat verschillende groepen leerlingen ieder op eigen niveau en tempo verder
kunnen leren.
Didactisch differentiëren ->Wanneer de docent het onderwijsleerproces zo
organiseert dat de verschillen tussen leerlingen in het leren niet zozeer
weggeorganiseerd worden, maar juist benut worden voor het leren van en met
elkaar.
Convergente differentiatie -> er wordt een minimum doel voor de groep leerlingen als
geheel gesteld.
Voorbeelden verschillende soorten differentiaties
Voorbeeld van huiswerkdifferentiatie -> ‘willen jullie deze opdracht de volgende keer
op het bord zetten? Bereid een powerpoint voor’
Voorbeeld van didactisch differentiëren -> slim duo’s maken waarbij je niveau
verschillen van leerlingen benut
Voorbeeld van organisatorisch differentiëren -> werken in niveaugroepen
Verschillende soorten intelligenties
Interpersoonlijke intelligentie -> houdt van contact met anderen, werkt graag samen,
voelt aan wat andere bezighoudt.
Intrapersoonlijke intelligentie -> stelt zich liever op de achtergrond, leeft in een eigen
wereld, houdt van mijmeren en poëzie.
Existentiële intelligentie -> kan filosoferen over wezenlijke thema’s. Is gevoelig voor
grote vraagstukken, zoals klimaatverandering. Denk na over de zin van het leven.
Logisch-mathematische intelligentie -> ordent gemakkelijk informatie speelt graag
met cijfers denkt kritisch.
Muzikaal-ritmische intelligentie -> pikt snel melodietjes op, speelt graag een
muziekinstrument.
Natuurgerichte intelligentie -> is gefascineerd door alles wat groeit en bloeit, graat
graag met dieren om, herkent snel kenmerken van planten en dieren.
Verbaal-linguïstische intelligentie -> denkt in woorden, formuleert gemakkelijk kan
gemakkelijk ideeën onder woorden brengen.