Groot-Brittannië
In de moderne tijd kwam de economische leiding in handen van een klasse industriele
kapitalisten. Deze ondernemers kregen een grote invloed in de samenleving en de politiek.
- Ze streefde binnen het Britse rijk naar een liberale markteconomie met vrijhandel en
een kleinere rol van de overheid
Hierbij hielp de hervorming van het kiesrecht, die in 1832 werd doorgevoerd onder de naam:
Reform Bill.
Dit zorgde ervoor dat de plattelandsdistricten in het stelsel werden opgeheven of
samengevoegd, terwijl de industriesteden meer zetels kregen. Zo hadden ondernemers
meer politieke invloed. (ook het mannenkiesrecht werd uitgebreid)
In 1833 kwam in Groot-Brittannië de zogenoemde Factory Act (fabriekswet) tot stand. De
Factory Act kwam tot stand onder druk van de vakbonden en het socialisme. Ze werden in
1833 door het Britse parlement aangenomen en geratificeerd. Het belangrijkste doel was om
de levens- en werkomstandigheden van (jonge) kinderen in de Engelse fabrieken te
verbeteren.
De Britten investeerden hun vermogen ook buiten het Britse Rijk. Naast dat leverden ze ook
leningen aan buitenlandse regeringen. London werd het financiële hart van de wereld.
- Regeringen en ondernemingen leenden geld
- Verzekeringen werden afgesloten
- De handel in aandelen
De Britse markt was door deze vele handelscontacten wel gevoelig voor veranderingen op
mondiaal niveau. Zoals de burgeroorlog in Amerika 1861.
Dreigende concurrentie
Na 1870 nam de voorsprong van Groot-Brittannië op andere westerse landen af. De Britse
industrie kreeg grote concurrentie en dan met name van Duitsland en de VS.
- Tegelijk gingen andere Europese landen streven naar de uitbreiding van hun
koloniaal bezit.
Dit bedreigde de positie van het Britse rijk. Mede om hun economische belangen te
beschermen en hun markten uit te breiden gingen ook de Britten hun koloniaal bezit
vergroten.
, Politiek en maatschappij in de Moderne Tijd
KA:
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionalisme en feminisme
Congres van Wenen 1814-1815
Na de ondergang van Napoleon maakten Europese regeringsleiders op het Congres van
Wenen (1814-1815) afspraken over de naoorlogse orde. Ze wilden een machtsevenwicht in
Europa zodat Frankrijk niet weer de vrede zal bedreigen.
Overal op het Europese vasteland werden burgerrechten beperkt en voorrechten van de
adel en kerk hersteld.
Als verzet tegen deze autoritaire orde ontstonden er bewegingen met eigen opvattingen
over staat en maatschappij.
(wat niet lang bleef volhouden tegen het groeiend verzet hiertegen)
Liberalisme
- Vrijheid is de kern
Het liberalisme kreeg vooral veel aanhang onder de burgerij. Zij waren aanhangers van de
verlichting en wilde een nieuwe grondwet daarop gebaseerd.
Ook economen wilden de liberalen vrijheid. Regels die ondernemers beperkte moesten
worden afgeschaft. Productie moest worden bepaald door vraag en aanbod. Zon
markteconomie zal het beste zijn.
Nationalisme
Nationalisme is simpelweg liefde voor je vaderland en eigen mensen. Volken moeten recht
hebben op hun eigen staat, natiestaat. Volken moesten hun eigen lot kunnen bepalen.
- Dit kreeg daarom veel aanhang in landen die geen staat waren zoals het Duitse rijk of
Italië.