Samenvatting hoofdstuk 2 & 3
Paragraaf 2.1 – Macro en micro
Het macroniveau is alles van een stof dat je met je zintuigen kan waarnemen. Het
microniveau van een stof wat je niet met je zintuigen kan waarnemen.
Geurdeeltjes die in je neus komen zijn moleculen. Een verbinding (ontleedbare stof) is een
molecuul dat bestaat uit meerdere soorten atomen, een element (niet-ontleedbare stof) is
een molecuul dat uit één soort atomen bestaat. Een zuivere stof bestaat uit één soort
moleculen. Mengsels bestaan uit meerdere soorten moleculen.
Vast, vloeibaar of gas kan je op macroniveau waarnemen, maar om te beschrijven waarom
de moleculen zich zo gedragen moet je op microniveau kijken.
Bij een vaste stof trillen de moleculen op één plek, ze kunnen niet weg van hun plek.
Bij een vloeistof zitten de moleculen tegen elkaar aan, maar kunnen ze vrij langs
elkaar bewegen
Bij een gas bewegen moleculen op grote snelheid en afstand van elkaar. Omdat ze ver
uit elkaar zitten kan je gassen niet zien.
Je kan hele grote dingen (vliegtuigen) of kleine dingen (moleculen) weergaven in een model,
een versimpelde weergave. Je gebruikt altijd het meest eenvoudige model waarmee je de
waarnemingen op macroniveau, op microniveau kunt verklaren.
Paragraaf 2.2 – Periodiek systeem
Een molecuul bestaat uit 2 of meer atomen. Twee moleculen kunnen verschillend zijn door
de soorten atomen, de hoeveelheid atomen en de verbindingen tussen atomen. Je kan
moleculen tekenen met het space-filling model, dan teken je de moleculen tegen elkaar aan.
Voor grote moleculen kan je het ball-stick model gebruiken om duidelijk te zien welke
atomen met elkaar zijn verbonden, de atomen zijn dan verbinden met stokjes. Metalen
bestaan niet uit moleculen, maar uit losse atomen.
Elk atoom heeft een symbool van 1 of 2 letters. De eerste letter is een hoofdletter en de
tweede letter is een kleine letter. De atomen zijn verdeeld in de groepen: ‘metalen’,
‘metalloïden’ en ‘niet-metalen’ Alle atomen staan in het periodiek systeem der elementen
van dat in 1869 is gemaakt door de rus Dmitri Mendelejev, als zijn er intussen wel atomen
bijgekomen. De atomen zijn ingedeeld in perioden en groepen. Als verschillende stoffen uit
één atoomsoort bestaan, hebben ze vergelijkbare eigenschappen als andere atoomsoorten
uit dezelfde groep. De 4 groepen waar je de naam van moet kennen zijn:
Groep 1: alkalimetalen
Groep 2: aardalkalimetalen
Groep 17: halogenen
Groep 18: edelgassen