Celbiologie is een hele belangrijke tak van biologie en speelt op heel veel niveaus een rol.
CRISPR-Cas systeem
Aanpassen van DNA
Cellen zijn de kleinste eenheid van leven
Ontwikkeling van microscopen is erg belangrijk voor de celbiologie geweest.
Wat definieert leven?
- Homeostase
- Groei, reproductie en ontwikkeling
- Metabolisme
o Anabolisme
o Catabolisme
- Reageert op stimuli
- Aanpassing aan omgeving
- Hoge mate van organisatie
Centraal dogma:
Start van de celbiologie: uitvinding van de microscopen
Voor het eerst cellen gezien, Antonie van leeuwenhoek
In staat om cellen te bestuderen en organellen zichtbaar te maken.
Lichtmicroscopie: levende cellen bekijken
Fluorescentie microscoop:
,Kan ook met een fluorescentie microscoop naar levende cellen kijken.
Met lichtmicroscopen kan je niet bepaalde structuren goed zien, alleen mitochondrien kan je
onderscheiden.
Elektronenmicroscopie.
Transmissie elektronen microscoop:
Vacuüm tussen elektronen gun en preparaat, dus kan niet naar levende cellen kijken.
Organellen:
- Plasma membraan
- ER
- Mitochondrien
- Lysosoom
- Peroxisoom
- Ribosoom
- Microtubuli
- Actine filamenten
- Chromatine (DNA)
- Nuclear pore
- Nuclear envelope
- Extracellulaire matrix
- Nucleus
- Nucleolus
- Intermediate filaments
- Golgi apparatus
- Cel wand
- Vacuole
- Chloroplast
- Vacuole membraan
Scanning elektronen microscoop: hierbij kijk je naar de oppervlakte van bijv. een cel of organisme.
,Prokaryoot: plasmamembraan met celbraam en cytoplasma zonder organellen en zonder celkern.
Eukaryoot: compartimentalisatie, dus organellen met verschillende specialisaties, en een kern, één-
of meercellig.
Idee: voorloper van eukaryoot heeft prokaryote cellen opgenomen die mitochondrien (eerst) en later
ook chloroplasten zijn geworden.
Er wordt veel werk gedaan met model organismen.
- Zebravis
- Bakkersgist
- Drosophila
- C. elegans
- Muizen
- E. coli
- Arabidopsis
Onderzoeken of eiwitten van verschillende organismen die dezelfde functie hebben,
Gen uitschakelen: proces werkt niet meer, eiwit van ander organisme toevoegen, kijken of het nu
wel weer of nog steeds niet werkt.
Organoiden: in kweek brengen van stamcellen en die kan je dan ontwikkelen tot structuren die
bijvoorbeeld heel erg hetzelfde zijn als hersenen.
HeLa cellen (tumorcellen van Henrietta Laks, baarmoederhalskanker)
Hoofdstuk 2
Isotoop: ander aantal neutronen
Atoomgewicht
1 mol = 6 x 1023
Atoomgewicht = 58 Mw in 1 mol zit 58 gram
,Twee soorten chemische bindingen door overdracht of delen van elektronen in incomplete schil.
- Covalente binding
Het delen van elektronen zodat beide atomen het gewenste aantal elektronen hebben
o Nonpolair
o Polair
▪ Verschil in elektronegativiteit waardoor de atomen partieel geladen worden.
- Ion binding
Één elektron wordt volledig overgedragen aan het andere atoom, is sterker in vacuum dan in
water
o Positief geladen atoom is kation
o Negatief geladen atoom is anion
Zwakke bindingen (intermoleculair en soms intramoleculair)
- Waterstofbruggen
- Elektrostatisch
- Vanderwaals interacties
, Al deze bindingen zorgen er voor dat eiwitten precies in elkaar passen en aan elkaar kunnen binden.
Waterstofbruggen (heel belangrijk voor het leven)
Tussen DNA strengen en voor de 3D structuur van eiwitten
Partieel positief geladen atoom samen met partieel negatief geladen atoom
Temperatuurgevoelig en short-lived interacties
Afstand is 0.17nm
G-C 3 bindingen
A-T 2 bindingen
Polaire moleculen lossen goed op in water, apolaire moleculen hebben weinig lading en gaan
hierdoor bij elkaar zitten.
Elektrostatische interacties
Aantrekking tussen positief en negatief geladen moleculen
Ook belangrijk voor substraat-enzym interacties
Vanderwaals interacties
Ontzettend zwak
Elektronen in een molecuul zijn niet altijd gelijk verdeeld, beetje positief en negatieve kant waardoor
moleculen elkaar een beetje kunnen aantrekken.
Zuren en basen
pH = -log [H+]