Roel Huntink
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: verantwoording 2
1.1 Grijs gebied tussen coachen en psychotherapie 2
1.2 Inzet psychologische kennis in coaching 2
1.2.1 Verdiepen in coaching 2
1.2.2 Het juiste moment om coaching te verdiepen 3
1.2.3 Doorverwijzen naar de huisarts of psycholoog 3
Hoofdstuk 2: wat is de werkelijke oorzaak van gedrag 4
2.1. Attributie, fundamentele attributiefout en situationele correctie 4
2.2. Locus of control 4
2.3. Overtuigingen van de gecoachte 4
2.4 The Big Five 5
Hoofdstuk 3: waarom loopt de communicatie niet? 5
3.1 Dramadriehoek 5
3.2 Overdracht en projectie 5
3.3 Weerstand 6
3.3 Appel-aspect van communicatie 6
Hoofdstuk 4: hoe ervaren we gebeurtenissen? 7
4.1 Actor-waarnemer bias 7
4.2 Cognitieve dissonantie 7
4.3 Cognitieve labelling 8
4.4 Cognitief schema 9
Hoofdstuk 5: welke inzichten vergroten het leervermogen? 9
5.1 Behoeftepiramide 9
5.2 Flow 10
5.3 Motivatie 10
5.3 Self-efficacy 11
Hoofdstuk 6: wat gebeurt er met de coach? 12
6.1 Tegenoverdracht 12
6.2 Overhelpen - compenseren en activeren 12
6.2 Overtuigingen van de coach 13
6.2 Compassion fatigue 13
Herhaling kernbegrippen 14
,Hoofdstuk 1: verantwoording
1.1 Grijs gebied tussen coachen en psychotherapie
Verschil coachen en psychotherapie:
Coachen: vergroten van de persoonlijke effectiviteit in het werk of de kwaliteit van de
loopbaanontwikkeling
Psychotherapie: richt zich op ernstige problematiek die het functioneren belemmert.
Ernstig Minder ernstig
Curatief ↔ Preventief
Psychotherapie Individuele counseling Individuele coaching
Langdurend Kortdurend
Uit onderzoek blijkt dat onder verschillende omstandigheden, paraprofessionals (klinisch opgeleide
therapeuten als counselors, coachen of mentoren) minstens net zo goed of zelfs beter functioneren
dan professionele therapeuten.
‘Psychotherapie is een zeer gespecialiseerde hulpverlening activiteit die alleen zelfstandig beoefend
mag worden nadat een aanvullende postdoctorale opleiding met goed gevolg is afgelegd’ (De Jong,
2007). Coaches moeten zich bewust zijn van de dunne lijn tussen coachen en psychotherapie.
1.2 Inzet psychologische kennis in coaching
1.2.1 Verdiepen in coaching
Mensen hebben allerlei gedachten en overtuigingen welke ten grondslag kunnen liggen aan gedrag.
McLelland heeft hiervoor het ijsbergmodel bedacht. Kennis, gedrag en vaardigheden liggen boven de
waterspiegel en zelfbeeld, normen en waarden, eigenschappen en motieven eronder.
, UI-model - Korthagen en Vasalos (2002)
Verschillende niveaus (schillen) waarop verandering
kan plaatsvinden:
- Betrokkenheid
- Identiteit
- Overtuigingen
- Bekwaamheden
- Gedrag
- Omgeving
Dit model is volgens hen direct gekoppeld aan het
ontdekken van de kernwaarden, door door te vragen
kunnen diepere lagen ontdekt worden. Overtuigingen
zijn vaak gedragsbepalers.
1.2.2 Het juiste moment om coaching te verdiepen
Wanneer je signalen waarneemt bij de coachee, is het goed deze ter sprake te brengen.
JOHARI-kwadrant (Luft en Ingham, 1955)
Een gesprek is het meest effectief en open wanneer er veel vrije ruimte is. De grootte van de vrije
ruimte wordt bepaald door de mate waarin aspecten van de persoonlijkheid en de beleving die van
belang zijn voor het gesprek en de gesprekspartner beiden bekend zijn.
Voorbeeld: je stoort je erg aan de ideeën over opvoeding van de coachee, of je denkt te merkten dat
er ideeën spelen bij de coachee over opvoeding waarvan hij zich zelf niet bewust is. Bespreek dit,
zodat er vrije ruimte ontstaat.
Persoon X Bekend aan jezelf Onbekend aan jezelf
Bekend aan ander Vrije ruimte Blinde vlek
Onbekend aan ander Verborgen gebied Onbekende zelf
Het JOHARI-kwadrant.
1.2.3 Doorverwijzen naar de huisarts of psycholoog
Als je de vragen of gevoelens van de coachee niet kan beantwoorden, verwijs dan door naar huisarts.
Onwetend de deur uit gaan kan resulteren in depressie of bij minder ernstige gevallen tot minder
arbeidssatisfactie of een gevoel van minder zeker voelen over eigen kunnen, wat Bandura (1997)
beschrijft als self-efficacy. Een ander risico kan zijn dat het coachingstraject nergens toe leidt.
Psychische stoornissen, ofwel DSM-IV stoornissen, zijn stoornissen beschreven in de Diagnostic and
Statistic Manual (DWM) van de American Psychiatric Association (APA).