-Corresponderen correcteen volledige e-mail schrijven bij scenario
-Informatievaardigheden/Bronnenonderzoek en rapporteren (syllabus + leerpaden)inhoudsvragen
-vragenlijstenOnderzoeksvaardighedenChamilo–tekstdelenverbeteren –J/F vragen –tekstnoten maken -...-
Academische woordenschat betekenis uitleggen/synoniemgeven
-Zakelijke communicatie inhoudsvragen (zie voorbeeldvragencursus)
-Presenteren inhoudsvragen (zie voorbeeldvragen cursus) + slides verbeteren (zie extra oefeningenChamilo
ZAKELIJKE COMMUNIECATIE
HET COMMUNIECATIEMODEL
Communicatiemodel van Roman Jakobson is gebaseerd op:
-Informatieoverdracht: taal dient om informatie over te brengen
-Sociale profilering: (on)bewust informatie geven over sociale achtergrond
Elementen van het communicatiemodel:
-Zender: laat communicatie van start gaan door boodschap naar ontvanger te sturen
-Ontvanger: persoon aan wie de boodschap gericht is
-Context: waar en wanneer de situatie zich bevindt
-Code: vorm waarin boodschap wordt verstuurd
-Contact: relatie tussen zender en ontvanger
-Medium/kanaal: middel om boodschap aan ontvanger over te brengen
-Bedoeling: wat wil zender met boodschap bereiken
-Ruis: elementen die communicatie negatief beïnvloeden
-Feedback: wederkerigheid van communicatie
-Proces van (de)coderen: gedachten in taal omzetten/boodschap terug in gedachten omzetten/begrijpen
-Relatie: rollen die gesprekspartners tegenover elkaar hebben
-Perceptie: hoe je rekening met partner/interpreteer je inhoud op goede manier
Soorten communicatie:
-zakelijke communicatie vanuit het standpunt van de zender:
-externe communicatie (tussen mensen uit verschillende bedrijven)
-interne communicatie (tussen mensen uit zelfde bedrijf)
-zakelijke communicatie vanuit standpunt van de boodschap:
-mondelinge communicatie (bv. Een telefoongesprek)
-direct contact/eenmalig/zender bepaald/kan informeler zijn/meer kans op ruis
-zichtbare/hoorbare expressieve factoren
-reduntantie:
-tussenwerpsels/overbodige zinnen/herhaling/modale formuleringen/toutologieën
-schriftelijke communicatie (bv. Op papier)
-indirect contact/meermalig/ontvanger bepaalt/vlugger formeel/niet snel ruis
-typografische verzorging
-reduntantie:
-gemakkelijker correcter AN wegens controleerbaarheid
-verbale communicatie (gebruik makend van woorden)
-non-verbale communicatie (geen woorden gebruiken)
, -zakelijke communicatie vanuit het standpunt van de ontvanger:
-intra persoonlijke communicatie: ontvanger is gelijk aan zender (communicatie naar eigen gericht)
-interpersoonlijke communicatie: zender kent ontvanger en verwacht meteen feedback
-massacommunicatie: zender brengt boodschap naar groot aantal ontvangers
-zakelijke communicatie:
-zender/ontvanger kennen elkaar meestal enkel beroepsgericht
TAALREGISTER
Keuze van register wordt bepaald door context/omstandigheden/sociale achtergrond van spreker
Standaardtaal:
-algemeen bruikbaar in alle belangrijke sectoren (formeel) (algemeen Nederlands)
Tussentaal/dialect:
-informele spreektaal (geen algemeen Nederlands)
-voorbeelden: gij/u/uw/zijdegij/oe noemde gij/ne man/nen auto/da/nie/boekske/webben
WETENSCHAPPELIJK FORMULEREN:
SCHFSTRATEGIEËN
WOORDSOORTEN EN ZINSDELEN
Woordsoorten:
-Zelfstandig naamwoord (de koe/het huis/rijst/België)
-Bijvoeglijk naamwoord (mooi/groot/klein/lelijk)
-Voornaamwoord:
-persoonlijk voornaamwoord (ik/jij/wij/mij/je/jullie)
-wederkerend voornaamwoord (zich/ons)
-betrekkelijk voornaamwoord (dat/die)
-aanwijzend voornaamwoord (deze/die/dit/dat)
-vragend voornaamwoord (wie/wat)
-bezittelijk voornaamwoord (mijn/jouw/zijn/haar)
-onbepaald voornaamwoord (niemand/iemand/niets/iets)
-Lidwoord (de/het/een)
-Werkwoord (ik werk)
-Telwoord (een/twee/drie/vier)
-Bijwoord (gisteren/binnenkort/wel/toch/erop)
-Voegwoord (als/dan/wanneer/indien/toen/opdat/hoewel/omdat/en/maar/want)
-Voorzetsel (voor/in/naast/tussen/onder/vanwege/wegens)
-Tussenwerpsel (ach/foei)
Zinsdelen:
-Persoonsvorm
-Onderwerp
-Werkwoordelijke aanvulling
-Niet-werkwoordelijke aanvulling
-Gezegde
-Informatievaardigheden/Bronnenonderzoek en rapporteren (syllabus + leerpaden)inhoudsvragen
-vragenlijstenOnderzoeksvaardighedenChamilo–tekstdelenverbeteren –J/F vragen –tekstnoten maken -...-
Academische woordenschat betekenis uitleggen/synoniemgeven
-Zakelijke communicatie inhoudsvragen (zie voorbeeldvragencursus)
-Presenteren inhoudsvragen (zie voorbeeldvragen cursus) + slides verbeteren (zie extra oefeningenChamilo
ZAKELIJKE COMMUNIECATIE
HET COMMUNIECATIEMODEL
Communicatiemodel van Roman Jakobson is gebaseerd op:
-Informatieoverdracht: taal dient om informatie over te brengen
-Sociale profilering: (on)bewust informatie geven over sociale achtergrond
Elementen van het communicatiemodel:
-Zender: laat communicatie van start gaan door boodschap naar ontvanger te sturen
-Ontvanger: persoon aan wie de boodschap gericht is
-Context: waar en wanneer de situatie zich bevindt
-Code: vorm waarin boodschap wordt verstuurd
-Contact: relatie tussen zender en ontvanger
-Medium/kanaal: middel om boodschap aan ontvanger over te brengen
-Bedoeling: wat wil zender met boodschap bereiken
-Ruis: elementen die communicatie negatief beïnvloeden
-Feedback: wederkerigheid van communicatie
-Proces van (de)coderen: gedachten in taal omzetten/boodschap terug in gedachten omzetten/begrijpen
-Relatie: rollen die gesprekspartners tegenover elkaar hebben
-Perceptie: hoe je rekening met partner/interpreteer je inhoud op goede manier
Soorten communicatie:
-zakelijke communicatie vanuit het standpunt van de zender:
-externe communicatie (tussen mensen uit verschillende bedrijven)
-interne communicatie (tussen mensen uit zelfde bedrijf)
-zakelijke communicatie vanuit standpunt van de boodschap:
-mondelinge communicatie (bv. Een telefoongesprek)
-direct contact/eenmalig/zender bepaald/kan informeler zijn/meer kans op ruis
-zichtbare/hoorbare expressieve factoren
-reduntantie:
-tussenwerpsels/overbodige zinnen/herhaling/modale formuleringen/toutologieën
-schriftelijke communicatie (bv. Op papier)
-indirect contact/meermalig/ontvanger bepaalt/vlugger formeel/niet snel ruis
-typografische verzorging
-reduntantie:
-gemakkelijker correcter AN wegens controleerbaarheid
-verbale communicatie (gebruik makend van woorden)
-non-verbale communicatie (geen woorden gebruiken)
, -zakelijke communicatie vanuit het standpunt van de ontvanger:
-intra persoonlijke communicatie: ontvanger is gelijk aan zender (communicatie naar eigen gericht)
-interpersoonlijke communicatie: zender kent ontvanger en verwacht meteen feedback
-massacommunicatie: zender brengt boodschap naar groot aantal ontvangers
-zakelijke communicatie:
-zender/ontvanger kennen elkaar meestal enkel beroepsgericht
TAALREGISTER
Keuze van register wordt bepaald door context/omstandigheden/sociale achtergrond van spreker
Standaardtaal:
-algemeen bruikbaar in alle belangrijke sectoren (formeel) (algemeen Nederlands)
Tussentaal/dialect:
-informele spreektaal (geen algemeen Nederlands)
-voorbeelden: gij/u/uw/zijdegij/oe noemde gij/ne man/nen auto/da/nie/boekske/webben
WETENSCHAPPELIJK FORMULEREN:
SCHFSTRATEGIEËN
WOORDSOORTEN EN ZINSDELEN
Woordsoorten:
-Zelfstandig naamwoord (de koe/het huis/rijst/België)
-Bijvoeglijk naamwoord (mooi/groot/klein/lelijk)
-Voornaamwoord:
-persoonlijk voornaamwoord (ik/jij/wij/mij/je/jullie)
-wederkerend voornaamwoord (zich/ons)
-betrekkelijk voornaamwoord (dat/die)
-aanwijzend voornaamwoord (deze/die/dit/dat)
-vragend voornaamwoord (wie/wat)
-bezittelijk voornaamwoord (mijn/jouw/zijn/haar)
-onbepaald voornaamwoord (niemand/iemand/niets/iets)
-Lidwoord (de/het/een)
-Werkwoord (ik werk)
-Telwoord (een/twee/drie/vier)
-Bijwoord (gisteren/binnenkort/wel/toch/erop)
-Voegwoord (als/dan/wanneer/indien/toen/opdat/hoewel/omdat/en/maar/want)
-Voorzetsel (voor/in/naast/tussen/onder/vanwege/wegens)
-Tussenwerpsel (ach/foei)
Zinsdelen:
-Persoonsvorm
-Onderwerp
-Werkwoordelijke aanvulling
-Niet-werkwoordelijke aanvulling
-Gezegde