Didactiek Frans
1. Wettelijke bepalingen en vroeg
vreemdetalenonderwijs
- In Vlaanderen:
o Frans is verplicht vanaf de 3de graad
o Andere initiatieven:
Taalsensibilisering: weten dat er andere talen en culturen zijn.
Taalinitiatie
o In secundaire scholen: CLIL= Niet-taalvakken krijg je in het Frans of in het Engels.
- In Wallonië
o Ook immersie: onderdompelen, 3/4 van de lessen wordt gegeven in het Nederlands.
1.1. Wettelijke bepalingen in het taalonderwijs
- Vanaf het schooljaar 2017-2018
o Taalinitiatie: dit mag enkel als de leerlingen de onderwijstaal voldoende beheersen
- Naast het verplicht onderwijs van het Frans in de derde graad, kunnen scholen ervoor kiezen
om meer Frans te geven.
- Facultatief Frans in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad: Frans is mogelijk vanaf het
eerste jaar lager onderwijs
- Facultatief frans in het Nederlands taalgebied: Frans mogelijk vanaf het derde jaar: op
voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands goed beheersen.
1.2. Vroeg vreemdetalenonderwijs
- 2002, Europese Raad: inwoners van EU-landen moeten minstens twee talen beheersen.
- Motto= hoe vroeger, hoe beter
o Jonge kinderen leren vlotter een tweede taal en dit leidt tot betere taalbeheersing
- Vlaanderen:
o Sinds 2004 in Vlaanderen mogelijk om op vroege leeftijd te starten met vreemde
talen.
o 2017: versoepelingsmaatregelen
- Jonger: openere en flexibelere werking van de hersenen
- Een tweetalig jong kind: de beide talen bevinden zich in eenzelfde zone in de hersenen =
eerstehands
- Latere nieuwe talen: bevinden zich niet in de zelfde zone, ze bevinden zich in andere zones in
de hersenen= tweedehands
- Er is een systematisch toetsing nodig
, - Natuurlijke context:
o Rijke input
o Betekenisvolle context
- Schoolse context:
o Formeel leren
o Beperkt contact met de vreemd taal
Leren die later beginnen halen vrij snel jongere starters in, want verder in hun cognitieve
ontwikkeling
- Vroeg starten: mogelijkheid tot een hoger aantal uren taalcontact.
Voordelen
1. Affectieve doelen: interesse, openstaan voor vreemde talen
2. Betere Metalinguistsiche competentie: nadenken over taal
3. Positieve invloed op de ontwikkeling van de moedertaal
- Vlaanderen:
o Relatief late start (5e leerjaar)
o De helft van de leerlingen heeft al een vroegere kennismaking door middel van
taalinitiatie
- Meerderheid Europese landen:
o Start tussen 6 en 8 jaar
2. Eindtermen -> vastgelegd door de overheid en de minister van
onderwijs
2.1. ERK (2001)
- ERK: Europees referentiekader: een gemeenschappelijke Europees referentiekader voor het
leren, onderwijzen en evalueren voor moderne vreemde talen.
- Hoofddoel: het mogelijk maken van hoogwaardig taalonderwijs en het bevorderen van een
Europa van ruimdenkende meertalige burgers
- Niveaubeschrijvingen voor alle moderne vreemde talen
- De niveaus worden gekoppeld aan vaardigheden
o Leerlingen basisschool: A1
o Leerkracht basisschool
B1 (schrijven, lezen)
B2 (spreken, luisteren)
, - Binnen de eindtermen zijn er 2 grote onderdelen:
o Vaardigheden: taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten,….
o Kennis en attitudes
2.2.begrippen
- deze begrippen worden vermeld in de eindtermen
Tekst
- Alle taaltaken hebben betrekking op teksten: alles wat de leerlingen beluisteren en lezen,
maar ook schrijven en zeggen.
- Het begrip tekst wordt zeer breed gebruikt en kan ook bestaan uit een woord of een korte
zin.
Tekstkenmerken
- Het zijn begrippen die bepalen hoe moeilijk een tekst is.
Taaltaak
- Een realistische taak in een zo authentiek mogelijke context ( = een dagdagelijkse situatie),
die moet leiden tot een concreet resultaat of product.
- Er is sprake van een open situatie, waarin de leerlingen zelfstandig moeten functioneren in
de doeltaal.
Tekstsoorten ( op basis van het meest dominante kenmerk) extra: powerpoint
1. Wettelijke bepalingen en vroeg
vreemdetalenonderwijs
- In Vlaanderen:
o Frans is verplicht vanaf de 3de graad
o Andere initiatieven:
Taalsensibilisering: weten dat er andere talen en culturen zijn.
Taalinitiatie
o In secundaire scholen: CLIL= Niet-taalvakken krijg je in het Frans of in het Engels.
- In Wallonië
o Ook immersie: onderdompelen, 3/4 van de lessen wordt gegeven in het Nederlands.
1.1. Wettelijke bepalingen in het taalonderwijs
- Vanaf het schooljaar 2017-2018
o Taalinitiatie: dit mag enkel als de leerlingen de onderwijstaal voldoende beheersen
- Naast het verplicht onderwijs van het Frans in de derde graad, kunnen scholen ervoor kiezen
om meer Frans te geven.
- Facultatief Frans in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad: Frans is mogelijk vanaf het
eerste jaar lager onderwijs
- Facultatief frans in het Nederlands taalgebied: Frans mogelijk vanaf het derde jaar: op
voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands goed beheersen.
1.2. Vroeg vreemdetalenonderwijs
- 2002, Europese Raad: inwoners van EU-landen moeten minstens twee talen beheersen.
- Motto= hoe vroeger, hoe beter
o Jonge kinderen leren vlotter een tweede taal en dit leidt tot betere taalbeheersing
- Vlaanderen:
o Sinds 2004 in Vlaanderen mogelijk om op vroege leeftijd te starten met vreemde
talen.
o 2017: versoepelingsmaatregelen
- Jonger: openere en flexibelere werking van de hersenen
- Een tweetalig jong kind: de beide talen bevinden zich in eenzelfde zone in de hersenen =
eerstehands
- Latere nieuwe talen: bevinden zich niet in de zelfde zone, ze bevinden zich in andere zones in
de hersenen= tweedehands
- Er is een systematisch toetsing nodig
, - Natuurlijke context:
o Rijke input
o Betekenisvolle context
- Schoolse context:
o Formeel leren
o Beperkt contact met de vreemd taal
Leren die later beginnen halen vrij snel jongere starters in, want verder in hun cognitieve
ontwikkeling
- Vroeg starten: mogelijkheid tot een hoger aantal uren taalcontact.
Voordelen
1. Affectieve doelen: interesse, openstaan voor vreemde talen
2. Betere Metalinguistsiche competentie: nadenken over taal
3. Positieve invloed op de ontwikkeling van de moedertaal
- Vlaanderen:
o Relatief late start (5e leerjaar)
o De helft van de leerlingen heeft al een vroegere kennismaking door middel van
taalinitiatie
- Meerderheid Europese landen:
o Start tussen 6 en 8 jaar
2. Eindtermen -> vastgelegd door de overheid en de minister van
onderwijs
2.1. ERK (2001)
- ERK: Europees referentiekader: een gemeenschappelijke Europees referentiekader voor het
leren, onderwijzen en evalueren voor moderne vreemde talen.
- Hoofddoel: het mogelijk maken van hoogwaardig taalonderwijs en het bevorderen van een
Europa van ruimdenkende meertalige burgers
- Niveaubeschrijvingen voor alle moderne vreemde talen
- De niveaus worden gekoppeld aan vaardigheden
o Leerlingen basisschool: A1
o Leerkracht basisschool
B1 (schrijven, lezen)
B2 (spreken, luisteren)
, - Binnen de eindtermen zijn er 2 grote onderdelen:
o Vaardigheden: taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten,….
o Kennis en attitudes
2.2.begrippen
- deze begrippen worden vermeld in de eindtermen
Tekst
- Alle taaltaken hebben betrekking op teksten: alles wat de leerlingen beluisteren en lezen,
maar ook schrijven en zeggen.
- Het begrip tekst wordt zeer breed gebruikt en kan ook bestaan uit een woord of een korte
zin.
Tekstkenmerken
- Het zijn begrippen die bepalen hoe moeilijk een tekst is.
Taaltaak
- Een realistische taak in een zo authentiek mogelijke context ( = een dagdagelijkse situatie),
die moet leiden tot een concreet resultaat of product.
- Er is sprake van een open situatie, waarin de leerlingen zelfstandig moeten functioneren in
de doeltaal.
Tekstsoorten ( op basis van het meest dominante kenmerk) extra: powerpoint