EBD2 – GLUTENGERELAT. AAND.
PATHOLOGIE
GLUTENGERELATEERDE AANDOENINGEN
WAT ZIJN GLUTEN
= wateronoplosbare eiwitfractie in granen als tarwe (waaronder spelt en
kamut), gerst en rogge
Gluten bestaan uit prolamines (niet wateroplosbaar)
- Gliadinen
- Gluteninen
CLASSIFICATIE VAN GLUTENGERELATEERDE AANDOENINGEN
Coeliakie is geen allergie maar een auto-immuunziekte
- Gluten komen exogeen binnen dus normaal wel allergie -> coeliakie is uitzondering
- De reactie is niet op de gluten gericht maar op de darmen, gluten zijn de trigger
Pagina 1 van 20
,COELIAKIE
DEFINITIE
Synoniemen
- Niet tropische spruw
- Glutenenteropathie
Voedingsgluten veroorzaken inflammatie van de dunnedarmmucosa bij personen met een genetische
aanleg -> villeuze atrofie en hyperplasie van de crypten
Schade kan worden hersteld door glutenvrij dieet, maar kan terugkeren wanneer de pt opnieuw een
normaal dieet volgt
Prevalentie in W-Europa
- 1/100 belgen zou coeliakie hebben
- Veel onderdiagnose
- 2-3 keer meer bij vrouwen
KLINISCH BEELD
- Klassieke malabsorptie is zeldzaam en ziekte wordt vaak gediagnosticeerd obv milde, GI-
symptomen of geassocieerde aandoeingen
Klinische verschijnselen
- Zeer heterogeen, veel verschillende presentatievormen
- Vaak presentatie tijdens kindertijd of 50-60 jaar oud
- Symptomen
o Chronische diarree (malabsorptie -> darmwand ontsteekt -> geen
absorptie -> hogere osm waarde -> osmotsiche diarree)
o Anorexie
o Braken
o Humeurigheid (omdat immuunsysteem heel hard moet werken kost het
veel energie en wordt je moe)
o Algemene malaise
o Onverklaarde ferriprieve anemie (malabsorptie ijzer)
o Huiduitslag
- Kan ook huidziekte (dermatitis herpetiformis), waarbij vnl thv de
ellebogen, knieën en billen jeukende huiduitslag met blaasjes
verschijnt
Klinisch beeld
- Inflammatie -> villusatrofie met crypthyperplasie
o Ernstiger proximaal dan distaal (duodenum)
o Proximaal duodenum ligt net na de maag, waarom daar meer symptomen -> de gluten
komen daar het minst verteerd toe, dus de meeste reactie mogelijk
- Verdwijnt bij aangepast dieet
Pagina 2 van 20
, Normaal Coeliakie
PATHOFYSIOLOGIE
1. Gliadine wordt doorheen enterocyt geabsorbeerd -> komt in interstitiële ruimte terecht
2. Gliadine bindt op het enzym weefsel (tissue) transglutaminase (tTG). tTG en gliadine vormen
tijdelijk een sterke covalente binding
3. APC (macrofagen) hebben door het HLA-DQ2(8) gen , HLA-DQ2(8) receptoren
4. Het tTG-gliadine complex wordt herkend door deze HLA-DQ2(8) receptoren op het opp van
de APC
5. Het tTG-gliadinecomplex, gebonden op de HLA-receptoren, activeert T-cellen
6. T-cellen: maken ontstekingsmediatoren IFN-gamma aan => zorgt voor ontsteking
(villusatrofie)
7. De T-cellen activeren op hun beurt B-cellen
8. B-cellen: maken 3 antilichamen aan: antigliadine, anti-endomysium (EMA) en anti-tTG
antilichamen (IgA)
Pagina 3 van 20
PATHOLOGIE
GLUTENGERELATEERDE AANDOENINGEN
WAT ZIJN GLUTEN
= wateronoplosbare eiwitfractie in granen als tarwe (waaronder spelt en
kamut), gerst en rogge
Gluten bestaan uit prolamines (niet wateroplosbaar)
- Gliadinen
- Gluteninen
CLASSIFICATIE VAN GLUTENGERELATEERDE AANDOENINGEN
Coeliakie is geen allergie maar een auto-immuunziekte
- Gluten komen exogeen binnen dus normaal wel allergie -> coeliakie is uitzondering
- De reactie is niet op de gluten gericht maar op de darmen, gluten zijn de trigger
Pagina 1 van 20
,COELIAKIE
DEFINITIE
Synoniemen
- Niet tropische spruw
- Glutenenteropathie
Voedingsgluten veroorzaken inflammatie van de dunnedarmmucosa bij personen met een genetische
aanleg -> villeuze atrofie en hyperplasie van de crypten
Schade kan worden hersteld door glutenvrij dieet, maar kan terugkeren wanneer de pt opnieuw een
normaal dieet volgt
Prevalentie in W-Europa
- 1/100 belgen zou coeliakie hebben
- Veel onderdiagnose
- 2-3 keer meer bij vrouwen
KLINISCH BEELD
- Klassieke malabsorptie is zeldzaam en ziekte wordt vaak gediagnosticeerd obv milde, GI-
symptomen of geassocieerde aandoeingen
Klinische verschijnselen
- Zeer heterogeen, veel verschillende presentatievormen
- Vaak presentatie tijdens kindertijd of 50-60 jaar oud
- Symptomen
o Chronische diarree (malabsorptie -> darmwand ontsteekt -> geen
absorptie -> hogere osm waarde -> osmotsiche diarree)
o Anorexie
o Braken
o Humeurigheid (omdat immuunsysteem heel hard moet werken kost het
veel energie en wordt je moe)
o Algemene malaise
o Onverklaarde ferriprieve anemie (malabsorptie ijzer)
o Huiduitslag
- Kan ook huidziekte (dermatitis herpetiformis), waarbij vnl thv de
ellebogen, knieën en billen jeukende huiduitslag met blaasjes
verschijnt
Klinisch beeld
- Inflammatie -> villusatrofie met crypthyperplasie
o Ernstiger proximaal dan distaal (duodenum)
o Proximaal duodenum ligt net na de maag, waarom daar meer symptomen -> de gluten
komen daar het minst verteerd toe, dus de meeste reactie mogelijk
- Verdwijnt bij aangepast dieet
Pagina 2 van 20
, Normaal Coeliakie
PATHOFYSIOLOGIE
1. Gliadine wordt doorheen enterocyt geabsorbeerd -> komt in interstitiële ruimte terecht
2. Gliadine bindt op het enzym weefsel (tissue) transglutaminase (tTG). tTG en gliadine vormen
tijdelijk een sterke covalente binding
3. APC (macrofagen) hebben door het HLA-DQ2(8) gen , HLA-DQ2(8) receptoren
4. Het tTG-gliadine complex wordt herkend door deze HLA-DQ2(8) receptoren op het opp van
de APC
5. Het tTG-gliadinecomplex, gebonden op de HLA-receptoren, activeert T-cellen
6. T-cellen: maken ontstekingsmediatoren IFN-gamma aan => zorgt voor ontsteking
(villusatrofie)
7. De T-cellen activeren op hun beurt B-cellen
8. B-cellen: maken 3 antilichamen aan: antigliadine, anti-endomysium (EMA) en anti-tTG
antilichamen (IgA)
Pagina 3 van 20