Tentamen Optica en Optisch Waarnemen
Juni 2017
Dit tentamen bestaat uit 4 opgaves die alle even zwaar meetellen.
Vermeld op ieder antwoordblad je naam en studentennummer.
1. Context
(a) Noem een argument dat aantoont dat licht een golfkarakter heeft.
(b) Wat is het verschil tussen een reeël brandpunt en een virtueel
brandpunt?
(c) Wat is het verschil tussen een longitudinale golf en een transversale
golf?
(d) Wat is een lineaire polarisator?
(e) Wat is spherische aberratie?
2. Bolgolven
Een puntbron bevindt zich op positie (x, y, z) = (0, 0, 0), en genereert
een bolgolf met golflengte λ = 628, 3 nm. Wat zijn de drie componenten
van de golfvector k in het observatiepunt (x, y, z) = (0, 3, 4) m?
3. Polarisatie
Beschrijf de polarisatietoestand (de vorm van de ellips en de “handed-
ness”) van de onderstaande vijf elektrische velden. Licht je antwoord
toe!
(a) E(t) = x̂E0 cos(ωt) + ŷE0 sin(ωt)
(b) E(t) = x̂E0 cos(ωt) + ŷE0 cos(ωt)
(c) E(t) = x̂E0 sin(ωt) − ŷ2E0 sin(ωt)
(d) E(t) = x̂E0 sin(ωt) − ŷE0 sin(ωt − π/2)
(e) E(t) = x̂A cos(ωt) + ŷB sin(ωt + φ),
waarbij A > B en φ = 0.1π.
4. Microscopie
Beschrijf het principe van Total Internal Reflection Fluorescent Mi-
croscopy (TIRFM). Gebruik daarbij de begrippen totale interne reflec-
tie en evanescente golven. Licht je beschrijving toe met een schema
van een TIRFM opstelling.
1
Juni 2017
Dit tentamen bestaat uit 4 opgaves die alle even zwaar meetellen.
Vermeld op ieder antwoordblad je naam en studentennummer.
1. Context
(a) Noem een argument dat aantoont dat licht een golfkarakter heeft.
(b) Wat is het verschil tussen een reeël brandpunt en een virtueel
brandpunt?
(c) Wat is het verschil tussen een longitudinale golf en een transversale
golf?
(d) Wat is een lineaire polarisator?
(e) Wat is spherische aberratie?
2. Bolgolven
Een puntbron bevindt zich op positie (x, y, z) = (0, 0, 0), en genereert
een bolgolf met golflengte λ = 628, 3 nm. Wat zijn de drie componenten
van de golfvector k in het observatiepunt (x, y, z) = (0, 3, 4) m?
3. Polarisatie
Beschrijf de polarisatietoestand (de vorm van de ellips en de “handed-
ness”) van de onderstaande vijf elektrische velden. Licht je antwoord
toe!
(a) E(t) = x̂E0 cos(ωt) + ŷE0 sin(ωt)
(b) E(t) = x̂E0 cos(ωt) + ŷE0 cos(ωt)
(c) E(t) = x̂E0 sin(ωt) − ŷ2E0 sin(ωt)
(d) E(t) = x̂E0 sin(ωt) − ŷE0 sin(ωt − π/2)
(e) E(t) = x̂A cos(ωt) + ŷB sin(ωt + φ),
waarbij A > B en φ = 0.1π.
4. Microscopie
Beschrijf het principe van Total Internal Reflection Fluorescent Mi-
croscopy (TIRFM). Gebruik daarbij de begrippen totale interne reflec-
tie en evanescente golven. Licht je beschrijving toe met een schema
van een TIRFM opstelling.
1