OPGROEIEN IN GEZIN 2
ORGANISATIE EN WETGEVING VAN HET WERKVELD
HOOFDSTUK 1: OPVOEDINGSONDERSTEUNING
= Belangrijk instrument ter preventie v. opvoedings- en gedragsproblemen.
= Antwoord geven op noden & behoeften v. ouders zelf
Belangrijke invloed op kinderlijke ontwikkeling:
❖ Kwaliteit ouder- kindrelatie ❖ Ouderlijke opvoedingsstijl
Programma’s opvoedingsondersteuning → Vermindering gedrags- en emotionele problemen
→ Vermeerdering constructief gedrag
→ Positief effect op opvoedingsattituden- en of opvoedingsgedrag.
Kijken welk programma het meest effectief is voor welk gezin.
Verschillende terreinen ondersteunend = effectief
Kanttekening: Het is geen ultiem redmiddel.
Preventieprogramma’s grijpen in o.b.v. wetenschappelijke risicofactoren → interventies legitimeren
bij groepen die (nog) geen problemen ervaren.
Ouders vaak uitgesloten, Ouders moeten zich aanpassen
Opvoedingsonzekerheid: Intentie om zo goed mogelijk op te voeden & gebruik maken van recente
inzichten.
MOET GEZIEN WORDEN ALS EEN POSITIEVE EIGENSCHAP
Bakker: Opvoedingsonzekerheid = constructie v. professionelen om zich te mogen bemoeien.
Van Leeuwen: Veel thema’s opvoedingsonzekerheid ook al bij onze voorouders.
Vandenbroeck: Opvoedingsonzekerheid → normale opvoedingsproces & reflectie v. ouders op eigen
handelen.
1.1. OPVOEDINGSONDERSTEUNING: EEN VERKENNINGHOORCOLLEGE 1:
Vroeger: opvoedingsondersteuning ter preventie van problemen, in termen van programma’s
Bedenkingen: Geen ultiem redmiddel + om te voorkomen → legitimeren van interventies
Opvoedingsonzekerheid Intentie om het zo goed mogelijk te doen.
Vragen = inherent opvoeden: betrokkenheid
Ouders als gelijkwaardige partners zien als pedagogisch ondersteuner
Opvoedingsondersteuning ≠ Gezinsondersteuning
, Onderscheid tussen opvoedings- en gezinsondersteuning
Gezinsondersteuning Opvoedingsondersteuning
● Koepelbegrip ● Valt onder gezinsondersteuning
● Geheel v. (beleids)maatregelen &
voorzieningen
● Welzijn v. gezinnen & gezinsleden
bevorderen
Kritische bedenkingen onderscheid
❖ Opvoedingsondersteuning met nadruk op exclusieve verantwoordelijkheid bij
ouders:
~ Je slaagt niet in je taak als ouder → nood aan opvoedingsondersteuning
Opvoeding = contextgebonden
❖ Onderscheid enkel relevant voor externe factoren
Definitie:
❖ Activiteiten die gezinsleden ervaren als ondersteunend of aanvullend bij de opvoeding
❖ Onderdeel van maatschappelijke dienstverlening
❖ Erkenning van het recht op respect voor privé- en gezinsleven
❖ Beleving van ouders = centraal
❖ Zelfoplossend vermogen opvoeders & kinderen/jongeren
❖ Opvoeden als gedeelde verantwoordelijkheid tss. ouders & samenleving
Activiteiten
8 activiteiten binnen opvoedingsondersteuning
Voorlichting/ Info geven. Training van Aanleren opvoedingsvaardigheden
informatie Persoonlijk verstrekken v. info vaardigheden Oudercursussen- en vormingen
verstrekking of via massa- en audiovisuele media STOP4-7 project
Instrumentele Praktische pedagogische hulp. Sociale Toeleiding/uitbouw ondersteunend
steun Diensten, materialen/documentatie steun/zelfhulp sociaal netwerk.
Steun in ongelijke mate beschikbaar
Emotionele Tonen van betrokkenheid, uiten v. Vroegtijdige Doorverwijzingen
steun respect, waardering & begrip. detectie
Bieden v. bevestiging.
Individueel of in groep
Advies Geven van concrete tips Signalering aan Tendensen in opvoedingsvragen &
Verwerven van inzichten beleidsinstantie tekorten in ondersteuningsaanbod.
Handelingsalternatieven s Signaleren → contact met
Individueel of in groep beleidsinstanties, studiedagen/
media
, 1.2. SPANNINGSVELDEN
Hoorcollege 1:
❖ Binnen opvoedingsondersteuning keuze maken → kiezen = verliezen
spanningen/dilemma’s waarin hulpverleners & gezinnen zich bevinden
Uitgaan van ouderlijke competentie Uitgaan van ouderlijke tekortkomingen
= competentie-denken = deficit-denken
Zelf vaststellen → vragen & waar ze terecht kunnen Niet in staat verantwoordelijkheid opvoeding
vroeger was dit het dominante uitgangspunt
Discours in de jaren 1900: moeders zijn verantwoordelijk voor (on)gezondheid van kinderen.
EMPOWERMENT: eigenmachtig worden → sterker maken eigen mogelijkheden → beter grip op eigen situatie
Doelgroepgericht werken Universeel werken
Specifieke groepen ondersteunen. - Vanuit middenklasse denkkader ontworpen
Nood aan ontmoeting met anderen die gelijkaardige - Veel minder op maat werken
ervaring hebben - Mattheus-effect = vaststelling dat
Nadeel: vervallen in stereotypen, diversiteit over het voordelen van e welvaartstaat
hoofd gezien verhoudingsgewijs meer ten goede komen
Kan leiden tot: aan de hogere dan dan de lagere sociale
- Stigmatisering & beschuldiging geledingen
- Exclusiviteit
Antwoord hierop: PROPORTIONEEL UNIVERSALISME: biedt iets aan voor iedereen, maar zorg dat het
laagdrempelig genoeg is voor mensen met specifieke noden die er moeilijk geraken.
ORGANISATIE EN WETGEVING VAN HET WERKVELD
HOOFDSTUK 1: OPVOEDINGSONDERSTEUNING
= Belangrijk instrument ter preventie v. opvoedings- en gedragsproblemen.
= Antwoord geven op noden & behoeften v. ouders zelf
Belangrijke invloed op kinderlijke ontwikkeling:
❖ Kwaliteit ouder- kindrelatie ❖ Ouderlijke opvoedingsstijl
Programma’s opvoedingsondersteuning → Vermindering gedrags- en emotionele problemen
→ Vermeerdering constructief gedrag
→ Positief effect op opvoedingsattituden- en of opvoedingsgedrag.
Kijken welk programma het meest effectief is voor welk gezin.
Verschillende terreinen ondersteunend = effectief
Kanttekening: Het is geen ultiem redmiddel.
Preventieprogramma’s grijpen in o.b.v. wetenschappelijke risicofactoren → interventies legitimeren
bij groepen die (nog) geen problemen ervaren.
Ouders vaak uitgesloten, Ouders moeten zich aanpassen
Opvoedingsonzekerheid: Intentie om zo goed mogelijk op te voeden & gebruik maken van recente
inzichten.
MOET GEZIEN WORDEN ALS EEN POSITIEVE EIGENSCHAP
Bakker: Opvoedingsonzekerheid = constructie v. professionelen om zich te mogen bemoeien.
Van Leeuwen: Veel thema’s opvoedingsonzekerheid ook al bij onze voorouders.
Vandenbroeck: Opvoedingsonzekerheid → normale opvoedingsproces & reflectie v. ouders op eigen
handelen.
1.1. OPVOEDINGSONDERSTEUNING: EEN VERKENNINGHOORCOLLEGE 1:
Vroeger: opvoedingsondersteuning ter preventie van problemen, in termen van programma’s
Bedenkingen: Geen ultiem redmiddel + om te voorkomen → legitimeren van interventies
Opvoedingsonzekerheid Intentie om het zo goed mogelijk te doen.
Vragen = inherent opvoeden: betrokkenheid
Ouders als gelijkwaardige partners zien als pedagogisch ondersteuner
Opvoedingsondersteuning ≠ Gezinsondersteuning
, Onderscheid tussen opvoedings- en gezinsondersteuning
Gezinsondersteuning Opvoedingsondersteuning
● Koepelbegrip ● Valt onder gezinsondersteuning
● Geheel v. (beleids)maatregelen &
voorzieningen
● Welzijn v. gezinnen & gezinsleden
bevorderen
Kritische bedenkingen onderscheid
❖ Opvoedingsondersteuning met nadruk op exclusieve verantwoordelijkheid bij
ouders:
~ Je slaagt niet in je taak als ouder → nood aan opvoedingsondersteuning
Opvoeding = contextgebonden
❖ Onderscheid enkel relevant voor externe factoren
Definitie:
❖ Activiteiten die gezinsleden ervaren als ondersteunend of aanvullend bij de opvoeding
❖ Onderdeel van maatschappelijke dienstverlening
❖ Erkenning van het recht op respect voor privé- en gezinsleven
❖ Beleving van ouders = centraal
❖ Zelfoplossend vermogen opvoeders & kinderen/jongeren
❖ Opvoeden als gedeelde verantwoordelijkheid tss. ouders & samenleving
Activiteiten
8 activiteiten binnen opvoedingsondersteuning
Voorlichting/ Info geven. Training van Aanleren opvoedingsvaardigheden
informatie Persoonlijk verstrekken v. info vaardigheden Oudercursussen- en vormingen
verstrekking of via massa- en audiovisuele media STOP4-7 project
Instrumentele Praktische pedagogische hulp. Sociale Toeleiding/uitbouw ondersteunend
steun Diensten, materialen/documentatie steun/zelfhulp sociaal netwerk.
Steun in ongelijke mate beschikbaar
Emotionele Tonen van betrokkenheid, uiten v. Vroegtijdige Doorverwijzingen
steun respect, waardering & begrip. detectie
Bieden v. bevestiging.
Individueel of in groep
Advies Geven van concrete tips Signalering aan Tendensen in opvoedingsvragen &
Verwerven van inzichten beleidsinstantie tekorten in ondersteuningsaanbod.
Handelingsalternatieven s Signaleren → contact met
Individueel of in groep beleidsinstanties, studiedagen/
media
, 1.2. SPANNINGSVELDEN
Hoorcollege 1:
❖ Binnen opvoedingsondersteuning keuze maken → kiezen = verliezen
spanningen/dilemma’s waarin hulpverleners & gezinnen zich bevinden
Uitgaan van ouderlijke competentie Uitgaan van ouderlijke tekortkomingen
= competentie-denken = deficit-denken
Zelf vaststellen → vragen & waar ze terecht kunnen Niet in staat verantwoordelijkheid opvoeding
vroeger was dit het dominante uitgangspunt
Discours in de jaren 1900: moeders zijn verantwoordelijk voor (on)gezondheid van kinderen.
EMPOWERMENT: eigenmachtig worden → sterker maken eigen mogelijkheden → beter grip op eigen situatie
Doelgroepgericht werken Universeel werken
Specifieke groepen ondersteunen. - Vanuit middenklasse denkkader ontworpen
Nood aan ontmoeting met anderen die gelijkaardige - Veel minder op maat werken
ervaring hebben - Mattheus-effect = vaststelling dat
Nadeel: vervallen in stereotypen, diversiteit over het voordelen van e welvaartstaat
hoofd gezien verhoudingsgewijs meer ten goede komen
Kan leiden tot: aan de hogere dan dan de lagere sociale
- Stigmatisering & beschuldiging geledingen
- Exclusiviteit
Antwoord hierop: PROPORTIONEEL UNIVERSALISME: biedt iets aan voor iedereen, maar zorg dat het
laagdrempelig genoeg is voor mensen met specifieke noden die er moeilijk geraken.