In 1859 publiceert Charles Darwin zijn beroemde boek: the Origin of Species. Zijn
theorie heeft een historische basis die al begint in de Griekse oudheid.
Aristoteles (384-322 v.Chr.)
Alles is door God geschapen en is perfect. Soorten veranderen niet.
Linnaeus (1707-1778)
Begint als eerste met het benamen van soorten om zo het leven op aarde te
classificeren.
George Carvier (1769-1832)
Deze geoloog onderzocht fossielen en kwam er achter dat soorten verdwijnen
en nieuwe soorten ineens opduiken. Hij dacht dat dit kwam door plotselinge
gebeurtenissen, zoals overstromingen of vulkaanuitbarstingen.
James Hutton en Charles Lyell (1797-1875)
Deze geologen dachten na over het langzaam veranderen van een landschap,
zoals het geleidelijk ontstaan van rivieren. Dit proces heeft tijd nodig. De aarde
was veel ouder dan dat men toen dacht.
Jean Baptiste de Lamarck (1744-1829)
Bedacht hoe veranderingen plaats vonden. Evolutionaire veranderingen
zouden de patronen van fossielen kunnen verklaren. Zijn hypothese bleek niet
juist te zijn.
- Use and disuse: Lamarck geloofde dat delen van een lichaam groter zouden
zijn bij intensief gebruik en ongebruikte delen kleiner.
- Inheritance of aquired characteristics: een organisme zou zijn aanpassingen
door kunnen geven aan het nageslacht. (de zoon van een bakker is sterker
dan de zoon van een bankier)