Hoofdstuk 2
- Er zijn twee hoofddoelen van survey methodologie:
Het minimaliseren van fouten in gegevens.
Het meten van de fout die deel uit maakt van de survey.
- Sample (=steekproef) = subgroep van de gehele populatie.
- Er zijn twee fundamentele uitgangspunten bij survey:
Door de steekproef van mensen die daadwerkelijk reageren te beschrijven,
kan men de doelpopulatie beschrijven.
De antwoorden die mensen geven, kunnen worden gebruikt om de
kenmerken van de respondenten nauwkeurig te beschrijven.
De mate waarin de kenmerken niet in dezelfde mate aanwezig zijn, op
dezelfde manier worden verdeeld in de steekproef en de mate waarin
antwoorden geen nauwkeurige metingen zijn, zijn fundamentele bronnen
van fouten in surveys.
- Doel survey = het minimaliseren van de random verschillen tussen de steekproef en de
populatie.
Je hoopt dus bij het beschrijven van de steekproef, dat je eigenlijk de hele
doelpopulatie aan het beschrijven bent.
- Het ontwerp van de survey en de manier waarop gegevens worden verzameld, kunnen
fouten beïnvloeden.
- Telkens wanneer een steekproef uit een grotere populatie wordt getrokken, kan de
steekproef alleen bij toeval verschillen van de totale populatie waaruit deze werd
getrokken.
- Sampling error = de mogelijke fout die uitsluitend voortkomt uit het feit dat
gegevens worden verzameld uit een steekproef in plaats van uit elk lid van de
bevolking.
- Bias = op een systematische manier de mensen die op een survey reageren, verschillen
van de doelpopulatie als geheel.
- Er zijn drie stappen in het proces van dataverzameling, die elk potentieel bias in een
steekproef kunnen introduceren:
1. Sample frame = degene die daadwerkelijk een kans hebben om mee te doen aan
de survey. Voor de variabelen waarvan de mensen die zijn meegenomen
, verschillen van degenen die systematisch worden weggelaten, zullen de
steekproeven van wie gegevens worden verzameld biased zijn.
v.b.: je bereikt mensen door middel van een telefoon. Zo sluit je systematisch mensen
zonder telefoon uit.
2. Proces of selecting = als het proces van selecteren niet random is, zal de steekproef
bestaan uit respondenten die verschillen van de doelpopulatie.
v.b.: wanneer een steekproef bestaat uit vrijwillige respondenten, zullen zij een ander
profiel van interesses hebben dan respondenten die niet vrijwillig mee willen doen.
3. Failure to collect answers from everyone = sommige mensen zijn niet in staat om
vragen te beantwoorden. Deze mensen zijn anders dan de rest van de populatie
waardoor wellicht de survey antwoorden en resultaten biased kunnen zijn.
v.b.: mensen met gezondheidsproblemen of een taalachterstand zijn ongeschikt voor
surveys.
- Objectieve feiten = dit zijn vragen die respondenten gelijk kunnen invullen omdat dit
niets meer dan feiten zijn. Ook kan dit gecontroleerd worden.
v.b.: lengte, leeftijd en opleiding.
- Subjectieve states = dit zijn vragen waar respondenten goed over na moeten denken
omdat dit meestal met je gevoel te maken heeft.
v.b.: hoe moe iemand zich voelt.
- Er zijn twee componenten:
The true score -> perfecte reporter met perfecte kennis
Element of error
x i=t i+ ei
Antwoorden worden beïnvloed door andere factoren dan de feiten waarop het
antwoord moet worden gebaseerd.
- Errors (fouten) kunnen door verschillende dingen worden veroorzaakt:
Het niet begrijpen van de vraag.
Niet de benodigde informatie hebben om de vraag te kunnen beantwoorden.
Antwoordcategorieën hebben die niet aansluiten op de vraag.
Sociale wenselijkheid.
- Validiteit = relatie tussen een antwoord en een zekere mate van de perfecte score. In
hoeverre meten de antwoorden dát wat we willen meten?
Hoofdstuk 3