55 veel voorkomende tentamenvragen met antwoorden
+ 15 moeilijke vragen zonder antwoorden (lekker zelf
opzoeken)
+ 12 vragen die op tentamen zijn geweest
Op basis colleges 2024
,Hoofdstuk 1: Plaats en functie van het recht
1. Wat is het primaire doel van het recht?
Het recht dient de vrede en de vreedzame ordening van de
samenleving.
2. Wat zijn de vier typen gedragsregels volgens Hobbes?
Gebiedende, verbiedende, veroorlovende en constitutieve
gedragsregels.
3. Hoe beïnvloeden cultuur en recht elkaar?
Recht verschilt wereldwijd door culturele, historische en
godsdienstige invloeden.
4. Wat is jurisprudentie?
Jurisprudentie ontstaat wanneer rechters herhaaldelijk dezelfde
beslissingen nemen in soortgelijke zaken.
5. Wat betekent het legaliteitsbeginsel?
Overheidsoptreden moet gebaseerd zijn op een wettelijke
bevoegdheid.
Hoofdstuk 2: Recht en andere gedragsregels
6. Wat is het verschil tussen recht en moraal?
Recht richt zich op uitwendige gedragingen en wordt afgedwongen
, door sancties, terwijl moraal inwendige gedragingen betreft en
wordt gestuurd door het geweten.
7. Wat is groepsrecht?
Groepsrecht bestaat uit regels opgesteld door groepen voor hun
leden, zoals statuten van verenigingen.
8. Wat zijn leges imperfectae?
Dit zijn rechtsregels zonder sancties.
9. Hoe beïnvloedt moraal het recht?
Moraal kan via redelijkheid en billijkheid in het recht worden
geïntegreerd, zoals in art. 3:12 BW.
10. Wat betekent 'recht is gepositiveerde moraal'?
Het recht vormt een geïnstitutionaliseerde weergave van morele
waarden.
Hoofdstuk 3: Objectief recht, subjectief recht en rechtssubject
11. Wat is het verschil tussen objectief en subjectief recht?
Objectief recht omvat algemene regels, subjectief recht geeft
individuele bevoegdheden.
12. Wat zijn voorbeelden van publiek- en privaatrecht?
Publiekrecht: strafrecht. Privaatrecht: contractenrecht.
13. Wat is het verschil tussen dwingend en aanvullend
recht?
Dwingend recht geldt altijd, aanvullend recht kan door partijen
worden aangepast.
14. Wat is een rechtsfeit?
Een gebeurtenis waaraan het objectieve recht juridische gevolgen
verbindt.
15. Wat zijn natuurlijke en rechtspersonen?
Natuurlijke personen zijn mensen; rechtspersonen zijn organisaties
met juridische rechten en plichten.
Hoofdstuk 4: Rechtsbronnen en rechtsvinding
16. Wat zijn de vier rechtsbronnen in juridische zin?
Wetten, verdragen, rechtspraak en ongeschreven recht.
17. Wat is een wet in formele zin?
Een wet vastgesteld door regering en Staten-Generaal volgens een
grondwettelijke procedure.