100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Opvoeden en ontwikkeling colleges uitgetypt (Viaa 2024)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
31
Geüpload op
21-02-2025
Geschreven in
2023/2024

Alle colleges van opvoeden en ontwikkeling heb ik hier uitgewerkt. Ik heb dit document en de uitgewerkte leerdoelen gebruikt voor een 7,3.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
21 februari 2025
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2023/2024
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Jeanine tromp
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

HOORCOLLEGE 1 : OPVOEDING EN ONTWIKKELING


Bio psychosociale model :
- Het globaal kader, kijkinrichting van mensen worden beïnvloed door hun biologie/ hardware/
fysieke mogelijkheden. Belangrijk zijn je hersenen die het denken en voelen mogelijk maakt. Ook
wel je nature/ je aard. Dit verschilt per individu maar er zijn ook algemene kenmerken van hoe
het eigenlijk de bedoeling is. Mens gemiddelde vermogens.
- Omgevingsinvloeden: het sociale, sociale invloeden. Deze omgeving leert je dingen waardoor je je
ook ontwikkelt. Dit staat los van de mogelijkheden om in interactie te gaan met de omgeving,
kleurt wat je kan leren.
- Tussen de bovenste 2 zit het psychologische : psychologische vermogens die in wisselwerking van
de omgeving en de biologie ontwikkelt. Je hebt beide nodig voor gedrag.
- Dit hoort niet bij wat hierboven staat, maar vind de Viaa wel belangrijk hierbij toe te voegen.
Belangrijk is het geloof, omdat mensen een ziel hebben en meer zijn dan de wereld/ rationeel. De
mens heeft te maken met besef van iets hogers/ iets wat je kracht kan geven/ invloed heeft, geeft
je een doel.

Groei, rijping, leren :
- Ontwikkelingspsychologie wil allereerst de ontwikkelingen van mensen beschrijven. Dit
beschrijven houd in dat je elke keer op een bepaald moment kijkt wat voor gedrag zie ik nou, doe
dit zo breed, systematisch mogelijk en dan verschillen zien op verschillende momenten bijv.
plaatje wat eigenlijk allemaal losse foto’s zijn en als je snel kijkt zie je pas de ontwikkelingen. Dan
leer je dat bepaalde gedragingen een poos lang hetzelfde blijven en vervolgens opeens een soort
overgang waardoor je nieuw gedrag ziet wat je voorheen niet zag. Verandering is dus niet
gelijkmatig, lineaire lijn maar meer een trap die eerst een tijdje vlak loopt en niet veel gebeurt en
daarna opeens een sprong van groei en dan weer een hoger niveau van functioneren wat een
tijdje zo blijft en dan weer een sprong en zo verder. Dit is dus progressief, het gaat vooruit het
wordt beter/ hoger niveau van functioneren. Hogere niveaus van differentiatie (onderscheid
maken), is dat onze hersenen ons gaan specialiseren in de bepaalde taken voorbeeld : waar eerst
een kind iets oppakt met hele hand en het hele lichaam meegaat voor het pakken van iets wordt
dit later veel gespecialiseerder. Zo kan het kind iets oppakken terwijl de romp niet meegaat, arm
alleen mee en dit wordt veel efficiënter/gerichter/ gedifferentieerder. Hierdoor kan je ook
verschillende dingen tegelijkertijd doen, waardoor het gedrag complexer wordt.
- We willen niet alleen beschrijven maar de ontwikkelingspsychologie wil ook verklaren/ oorzaak.
Welke processen/veranderingsmechanismen veroorzaken en beïnvloeden deze ontwikkeling.
- Als je ontwikkeling definieert als trap, je jezelf differentieert dan is de vraag wanneer dit ophoud.
Wanneer stoppen we met het daadwerkelijk naar een hoger niveau van functioneren gaan. De
leeftijd van klas 1 social work, ons dus is eigenlijk het hoogtepunt. Henk zei dat hij zichzelf volgens
de ontwikkelingspsychologie niet meer ontwikkelt, geen nieuwe manieren van denken, willen etc.
ontwikkelt. Je bent dan uitgegroeid, ontwikkeling is klaar. Deze manier van denken wordt daarom
wel in nadelige positie gezet omdat de vraag ‘wat gebeurt er na de volwassenheid van de mens’
onbeantwoord blijft. Zijn er dan niet ontwikkelingen, misschien niet volgend niveau, die wel
invloed hebben bijv. aftakelingen (je kan minder en hoe ziet dit eruit). Dit heeft veel interessante
dingen opgeleverd, maar dit is geen ontwikkelingspsychologie maar levensloop psychologie.

,Soorten van invloeden :
- Rijping (nature), heeft te maken met je aanleg/ hardware/ biologische kant en bijv. theorieën als
psychoanalyse leunen daar zwaar op (anale, orale en fallische fase).
- Leren (nurture), invloed van omgevingsfactoren waardoor je tot nieuwe dingen komt. Het
behaviorisme gaat hier van uit (alles behalve een paar reflexen is aangeleerd).
- Niemand geloofd hier tegenwoordig meer in en alle wetenschappers gaan er nu vanuit dat er een
continue wisselwerking van factoren is. Hoe nature/ nurture tot elkaar verhouden is moeilijk
want je kan het niet optellen.

Cognitie:
Rijpen en leren heeft ook invloed op de ontwikkeling van het denken (de cognitie). Jean Piaget is een
Zwitsers pedagoog die zich baseerde op experimentjes met (eigen) kinderen. Hij was gefascineerd
met hoe ze denken, de wereld begrijpen en tot oplossingen van problemen komen en wat verklaart
dat ze hier fouten in maken. Dit deelde hij in, in een aantal fases.
- Fase 0-2 jaar: vooral sprake van zintuigelijke informatie die binnenkomt (horen, ruiken, voelen
etc.) en de handeling die daarop volgt, eerst reflexmatig (de handeling is motorisch).
Behaviorisme zegt daar heb je genoeg aan. Jean was het er niet mee eens, want al snel verandert
er iets/schuift er wat tussen, er gebeurt in het hoofd van kinderen iets wat ingewikkelder word.
Waar alles eerst reflexmatig is, ondoordacht. Bijv. kind in een box je snapt niet wat die doet (slaat
nergens op). Armpjes en benen schokkerig heen en weer. Een baby probeert vaak iets, maar vaak
zo reflexmatig, ongestructureerd dat het toch echt moeilijk word om daar een systeem in te zien.
Jean zei dat denken langzaam tussen binnenkomende informatie en daarop reflexmatig reageren
komt. Dit word mogelijk door rijping, omdat het geheugen ontwikkelt. Een baby kan dan iets wat
hij ziet opslaan en zich daar een voorstelling van maken in het hoofd en dit weer oproepen ook
als het er even niet meer is. Eerst geen tijdbesef, alles was het hier en nu en meer is er niet. Dit
maakt een kind/baby kwetsbaar, omdat het word overgelaten van hoe het nu voelt. Langzaam
gaat het dan beelden vormen, voorstelling maken. Innerlijke representatie van een handeling die
je opslaat en dit plaatje ook kunnen representeren met wat jij moet doen. Dus niet alleen wat iets
is maar ook een script wat voor handeling die jij kan doen. Nadenken/ het voor je zien is
verinnerlijkt. I.p.v. reflexmatig speelt de handeling in het hoofd af. Daarnaast leer je handelingen
naast elkaar houden, er komt keuze in het gedrag. Dan komt ook de vraag wat wil ik dan, intentie
in het handelen/ bedoeling. De handeling wordt bedachtzaam, jij wil dit. Zo praten ouders ook
met hun kind alsof het willende wezens zijn waaruit je kan aflezen wat ze willen bijv. jij wil dit, jij
wil dat hebben, dat vind je leuk (dit is interpreten, maar helpt de baby om grip te krijgen waarom
een baby iets doet). Het vermogen om een beeld/ interne representatie op te slaan, vasthouden
en iets op te roepen in jezelf wat op het moment niet direct zichtbaar is, heet object
permanentie. Dit houd in dat een baby langzaam het besef ontwikkelt dat de wereld een eigen
bestaan heeft, er meer is. De baby krijgt inzicht dat als iets er niet is, het er nog steeds kan zijn. Er
zijn experimenten gedaan naar het (hoeveel)besef van kinderen. Voorbeeld : afpakken van een
voorwerp, leggen onder het kussen kind gaat zoeken tilt het kussen op (signaal van het is er nog
en het moet er ergens zijn). In een bepaalde fase geven kinderen heel snel op, het zal wel weg
zijn. Beginnende objectpermanentie is wel even zoeken, maar al snel denken dat het weg is.
Object permanentie is belangrijk voor je grip op de wereld, begrijpen maar ook voor de
emotionele betekenis want in het begin denkt de baby mamma gaat weg, maar wie er terug komt
maakt niet uit (de baby heeft niet gemist/ kan geen beeld van moeder voor zich zien of
onthouden, allermans vriendjes). Pas halverwege het 1 e jaar ontstaat het vermogen om het beeld
van de ouders visueel heel sterk te zien. Eerst alleen maar donker/ licht/ vlekken. Door het beeld
en besef dat iets wat weg is moet ergens zijn ontstaat verlatingsangst. Als moeder blijft bestaan
maar ik zie haar niet maar ik kan wel aan haar denken dat geeft onrust want komt ze nog wel
terug (daarom vinden kinderen kiekeboe spelletjes zo grappig want iets is weg en dan is het er
weer). Dit heeft dus maken met deze processen, zo leren ze de wereld kennen.

,Sociaal emotioneel :
In de toets is het sociaal emotionele vooral Erikson belangrijk (20% van de toets). Hij is belangrijk
voor de hele levensloop. Hij beschreef 8 fases, waarin steeds belangrijke ontwikkelingen tot stand
komen. Elke keer een fase na een crisis een kind een positie inneemt naar een gunstige of minder
gunstige uitkomst. In de eerste instantie is de ongunstige situatie de spanning/crisis, een kind kan dit
overwinnen en naar een gunstige uitkomst komen. In elke fase leert een kind iets, een bepaalde
houding ten opzichte van zichzelf, anderen en de wereld die nodig is om een volgende fase goed te
kunnen doorlopen. Je kan dus niet zeggen dat de eerste 2 fases niet goed doorlopen zijn, maar
daarna ging het beter. Het is een fundament voor de volgende laag, dus dit kan niet. Het is niet zo
vastliggend dat het na 6 jaar (volgens Freud) er een basisstructuur is/ alles al vastligt. Erikson (toch
meer een humanistische psycholoog) gelooft meer in mogelijkheden om te veranderen en bepaalde
crisisachtig houdingen later in het leven toch beter te verlopen/ in te halen/ te stijgen.

Fase 1 : 0-1 jaar (vertrouwen-wantrouwen). Erikson beschrijft 2 houdingen, een positieve uitkomst is
vertrouwen. Je komt door de crisis heen gebeurt dit niet blijf je teveel in wantrouwen hangen. Een
positieve uitkomst is dat het kind beseft dat het de moeite waard is om voor gezorgd te worden
(houding ten opzichte van jezelf). Dit is verbonden met het idee dat anderen bereid zijn voor jou te
zorgen, anderen goed(willend) zijn naar jou. De wereld is zo ook een goede plek om in te zijn, je loopt
niet de hele tijd angstvallig rond met wat er mis kan gaan. Een soort basisvertrouwen, dat het goed
gaat komen met de wereld en jezelf. Dit besef, is een besef wat niet alleen het passieve gevolg is van
wat ouders doen (of je luier op tijd verschoond werd/voldoende aandacht etc.). Hoewel het hier wel
voor een groot deel afhankelijk is/niet veel zelf kan doen, is het niet alleen passief ontvangen. Een
baby ervaart dat wat ontstaat met een volwassene als iets waar hij zelf een aandeel in heeft, dat wat
hij/zij doet, dat dat uitmaakt/ reactie oproept (ervaart responsabiliteit). Wanneer je schreeuwt dan
komt iemand. Dat uitlokken van gedrag word mastery genoemd, die controle geeft het gevoel van ik
ben zelf tot iets in staat/het heeft met mij te maken dat ik dit ontvang (wederkerigheid). Dit is meer
relationeel dan wat Ericsson zegt, maar het gaat niet alleen om de orale behoefte gevoed te worden,
nee dit is meer relationele dan wat Freud zegt. (Bij wie hoort alleen het vervullen van orale behoeftes
en bij wie hoort het relationele). Ericsson gaat er dan ook vanuit dat dit zo basaal is dat dit ook
spiritueel van aard is. Een verhouding ten opzichte van de wereld wat een dieper level bepaald. Het is
heel intuïtief, besefmatig. Dit is nog geen geloofsbelijdenis, maar er is iets groter dan ik en ik kan bij
onrust niet mijzelf door te manifesteren/uiten in de wereld anderen laten reageren dat ik de moeite
waard ben (wereld is een goede plek). Dit gaat verder dan een persoon/mensen maar wordt een
algemeen spiritueel besef van hoop (het komt goed/het gaat veranderen als het slecht gaat). Als dit
vaak genoeg gebeurt ontstaat dit. Je word dus niet met hoop geboren, maar het ontstaat vanuit
wanhoop (het gevoel dat alles beroerd is). Vanuit tijdbesef hebben baby’s niet het gevoel dat het ooit
beter zal worden. Door een gestructureerd liefdevolle omgeving kan je leren dat iets over gaat. Als
iets over gaat kan je het beter verdragen (bijv. tandarts, 15 minuten en dan ben ik weg). Dit helpt ook
voor de emotie regulatie, ik kan er door heen komen (neemt een deel van de onrust weg). Kinderen
die in het eerste jaar niet goed verzorgd zijn, kunnen een basisbesef hebben van wantrouwen
(rekenen er niet op dat het goed komt). Ze blijven in hun emoties hangen en lijken door een soort
oceaan te verdrinken zonder houvast. Dit is niet alleen een gevoel dit is hoe ik ben. Zelfs al is er
sprake van mastery, toch is deze fase afhankelijk passief. Je hebt weinig in te brengen (ze moeten
ergens gebracht worden, uitgekleed, naar bed gebracht, eten gemaakt en ze moeten zich daaraan
overgeven).

, Fase 2 : 1-3 jaar (autonomie schaamte): Door rijping kunnen baby’s opeens zichzelf ergens heen
bewegen (zitten, kruipen, lopen etc.) Wat ik kan is niet alleen handig, maar ook wie ik ben. Ik voel me
king of the world, de wereld ligt aan mijn voeten. Ik kan zoveel wat ik eerst niet kon, je bent
nieuwsgierig. Je kan opeens iets oppakken en dan kijken wat dat is (bijv. je scheurt in een boekje en
papa reageert erop wat leuk, nog een pagina kapot weer een reactie. Dat is grappig en hij ontdekt
relaties tussen wat hij doet en de reactie van anderen. Hij probeert te begrijpen/ verbanden te leggen
tussen wat hij doet en de gevolgen, maar heeft nog geen besef wat het is (misschien scheurde hij een
fotoalbum). Kinderen zijn niet ongehoorzaam, maar proberen de wereld te ontdekken en wat iets
oproept. Als iets niet mag, mag het dan altijd niet of soms niet. Kijken hoever je kan gaan en ergens
zin in hebben. Kinderen voelen zich trots, groot en machtig maar dat gevoel is heel kwetsbaar. Ouders
kunnen makkelijk ingrijpen, het stoppen zelfs al wil je het nog zo graag (opgetild en weggehaald of
zeggen jij hebt nog niks in te brengen). Soms zijn er ook ouders die van een kind van nog geen jaar
oud zegt dat het zo goed weet wat het wil dat het hun al de baas is. Dat is wel sneu, want het arme
kind is nog niet bezig met de baas spelen/ macht uitoefenen, maar is gedreven in wat hij wil doen. Dit
zijn vaak ouders die, die kant van hunzelf niet hebben meegekregen van huis uit (vroeger overruled
door hun ouders/ hadden niks in te brengen/hun eigen wil niet als iets eigen ervaren). Daardoor van
slag zijn als iemand met een stevige wil er tegenover staat. Dan hebben ze niet de kracht om hier
tegen in te gaan. Het vermogen om iets te willen (drive en het gevoel) van het mag en het is oké om
moeite te doen voor iets dat je wil, daar kracht achter te zetten en je in te spannen voor iets wat je
kan doen is essentieel om ook als volwassene goed te functioneren. Het heeft dus niks met
ongehoorzaamheid te maken. Vanuit religieus perspectief zie je soms hoe zondig de mens is in
kinderen, want vanaf 2 jarige leeftijd zie je al dat een kind tegen de ouders in opstand komt en een
autonoom wezen wil zijn. Zoals de mens bij de zondeval ook een autonoom wezen wouden zijn. Zo is
een kind nu al zo ‘verdorven’ dat het tegen de ouders ingaat. De autonomie van het kind moet
gesteund, bevorderd worden dat het kind ook trots mag zijn op wat het kan ‘wat knap dat je dat al
kan, wat goed van jou’. Een kind gaat vanuit daar soms ook nog enthousiaster laten zien, van kijk wat
ik kan. Omdat het zo kwetsbaar is ligt schaamte op de loer, voor je het weet krijgt het kind het gevoel
van uitgelachen worden, slecht zijn omdat ouders boos zijn omdat ze iets niet willen. Het gevoel van
ik kan alles aan is dan helemaal weg en moet weer terugkomen, door de crisis van ik kan niks naar ik
mag er zijn/ ik mag iets willen. Als een kind deze fase goed doorloopt kan het later compromissen
sluiten, omgaan met dat je iets niet kan/dit is niet erg maar in liefde volle relatie dit leren. Bijv. ouders
tonen begrip als een kind niet wil slapen. Bijv. je was zo lekker aan het spelen, maar morgen mag je
weer verder, dus hoop geven. Ze maken de frustratie dragelijk. (Verwende kinderen, form van
verwaarlozing daaronder zit de angst dat er geen rekening met je gehouden worden, anders besta jij
niet/ben je niks want dat heb je niet geleerd).

Als een kind leert dat zijn moeder ook kan weggaan kan het opeens eenkennig worden. Het heeft
door mamma kan weggaan, dus wil het alleen bij mamma blijven.
€4,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
2310404E
4,0
(1)

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
opvoeden en ontwikkeling (colleges en leerdoelen uitgewerkt Viaa 2024)
-
2 2025
€ 10,48 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
2310404E Hogeschool Viaa
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
5
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
23
Laatst verkocht
2 dagen geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen