Begrippenlijst MTO-A
Social research: proces van formuleren + zoeken naar antwoorden op vragen over
sociale wereld.
Sociaal fenomeen: mensen bij aanwezig zijn
Research prinicples: besef van beperkingen die voor kunnen doen met aanname vergroten.
Zorgen ervoor dat verzameling van meer betrouwbare informatie
wordt vergemakkelijkt.
Secundaire data: data die andere onderzoekers hebben verzameld, analyseren
Experiment (psy): Manipulatie is oorzaak. Onderzoeker heeft controle over gebeurtenis
die ‘oorzaak’ vormt. Gevolg uitkomst variabele → na manipulatie
gemeten. Gebruik van vergelijkbare groepen. In experiment →
researcher systematisch eigenschap van omgeving manipuleren +
waarnemen of systematische verandering volgt in gedrag van studie.
Survey onderzoek: vragenlijsten, grote + representatieve steekproef. Efficiënte methode
→ dataverzameling. Research via enquête → beleid van
vragenlijsten/interviews aan vrij grote groepen mensen impliceren.
Enquête: frequentie van bepaalde kenmerken onder groepen/bevolking
beschrijven.
Veldonderzoek: (antropologen). Directe observatie, natuurlijke omgeving, niet-reactief
meten mogelijk, ‘sampling-in-the-field’.
Beschikbare data: (historici). Gegevens die zonder tussenkomst van de
onderzoeker/gebruiker aanwezig zijn, niet reactief observeren, diverse
bronnen: documenten, fysische sporen, artefacten. LET OP aanwezig
zijn van gegevens impliceert niet dat niet gezocht moet worden.
SFE: Social Facilitation Effect. Wanneer individu taak beheerst, zal hij/zij
deze taak beter uitvoeren indien anderen aanwezig dan alleen
Propositie: soort ‘empirische regel of wetmatigheid’ die toelaat om veranderingen
in één type gebeurtenissen te linken aan een ander type gebeurtenissen
Wetmatigheid: vrij algemene stelling
Theorie: raamwerk van onderling verbonden proposities die gebruikt worden
om sociale structuren + fenomenen te bestuderen
Wetenschappelijk: vragen → beantwoord kunnen worden door observaties te doen, die de
voorwaarden kunnen identificeren waarin bepaalde gebeurtenissen
voortkomen.
Concepten: algemene, abstracte omschrijving van fenoneem
Verklaringen: pogingen om de nieuwsgierigheid tevreden te stellen. Afhankelijk van
het soort vraag en de behoeften van de onderzoeker, kan op
verschillende manieren aan de nieuwsgierigheid worden voldaan.
Social research: proces van formuleren + zoeken naar antwoorden op vragen over
sociale wereld.
Sociaal fenomeen: mensen bij aanwezig zijn
Research prinicples: besef van beperkingen die voor kunnen doen met aanname vergroten.
Zorgen ervoor dat verzameling van meer betrouwbare informatie
wordt vergemakkelijkt.
Secundaire data: data die andere onderzoekers hebben verzameld, analyseren
Experiment (psy): Manipulatie is oorzaak. Onderzoeker heeft controle over gebeurtenis
die ‘oorzaak’ vormt. Gevolg uitkomst variabele → na manipulatie
gemeten. Gebruik van vergelijkbare groepen. In experiment →
researcher systematisch eigenschap van omgeving manipuleren +
waarnemen of systematische verandering volgt in gedrag van studie.
Survey onderzoek: vragenlijsten, grote + representatieve steekproef. Efficiënte methode
→ dataverzameling. Research via enquête → beleid van
vragenlijsten/interviews aan vrij grote groepen mensen impliceren.
Enquête: frequentie van bepaalde kenmerken onder groepen/bevolking
beschrijven.
Veldonderzoek: (antropologen). Directe observatie, natuurlijke omgeving, niet-reactief
meten mogelijk, ‘sampling-in-the-field’.
Beschikbare data: (historici). Gegevens die zonder tussenkomst van de
onderzoeker/gebruiker aanwezig zijn, niet reactief observeren, diverse
bronnen: documenten, fysische sporen, artefacten. LET OP aanwezig
zijn van gegevens impliceert niet dat niet gezocht moet worden.
SFE: Social Facilitation Effect. Wanneer individu taak beheerst, zal hij/zij
deze taak beter uitvoeren indien anderen aanwezig dan alleen
Propositie: soort ‘empirische regel of wetmatigheid’ die toelaat om veranderingen
in één type gebeurtenissen te linken aan een ander type gebeurtenissen
Wetmatigheid: vrij algemene stelling
Theorie: raamwerk van onderling verbonden proposities die gebruikt worden
om sociale structuren + fenomenen te bestuderen
Wetenschappelijk: vragen → beantwoord kunnen worden door observaties te doen, die de
voorwaarden kunnen identificeren waarin bepaalde gebeurtenissen
voortkomen.
Concepten: algemene, abstracte omschrijving van fenoneem
Verklaringen: pogingen om de nieuwsgierigheid tevreden te stellen. Afhankelijk van
het soort vraag en de behoeften van de onderzoeker, kan op
verschillende manieren aan de nieuwsgierigheid worden voldaan.