Sociologie namen
Durkheim
- Zelfmoord door sociologische oorzaken
- P: Des te meer cohesie binnen een groep, des te sterker mensen binnen die groep
zich conformeren aan de norm die zelfmoord verbiedt en des te lager het
zelfmoordgetal binnen die groep.
- P: Er is een algemene menselijke neiging om te conformeren aan de meningen en
het gedrag van anderen in hun sociale omgeving.
Watts
- Onderscheid tussen gezond verstand en de sociologie
Karl Popper
- Syllogisme
Ideeën over ongelijkheid vóór de sociologie
Hobbes
- De een bezit meer dan de ander. Men gaat ervanuit dat we aversies en behoeftes
hebben. De één is sterker, de ander is weer slimmer.
Ferguson
- Ongelijkheid in schaarse goederen zijn ontstaan als gevolg van menselijk
handelen. Als iedereen sterk of slim wil zijn, ontstaat er onbedoeld ongelijkheid.
Millar
- Er is sprake van ongelijke verhoudingen of ondergeschiktheid tussen man en
vrouw, ouder en kind, meester en personeel. Deze ongelijkheid wordt kleiner
naarmate de bestaanswijze van de samenleving verbetert.
Van ideeën vóór sociologie naar vervolgvragen gesteld door sociologen
Smith
- Welvaartsprobleem= waarom is het niveau van welvaart in het ene lang hoger dan
in het andere land?
- Bij vrije markten groeit de welvaart, zowel van de rijken als de armen.
Marx
- Ongelijkheidsprobleem= de welvaart neemt niet in gelijke mate voor iedereen toe.
Marx & Engels
- De algemene wet van de kapitalistische accumulatie: De groei van de totale
hoeveelheid kapitaal in de Europese landen van de negen ende eeuw leidde tot
steeds meer rijkdom voor de kapitaalbezitters en tot toenemende armoede voor de
arbeiders. Hoe ontwikkelen zich in een kapitalistische samenleving de verschillen
in levensstandaardtussen kapitaalbezitters en arbeiders?
, Klassiek Revisionistisc Orthodox Orthodox historisch Orthodox historisch
historisch h historisch historisch materialisme materialisme
materialism materialisme materialisme
e
Marx & Bernstein Luxemburg Wallerstein Klein
Engels
Dalings Scholings Kolonialisme Wereldsysteem Mondialiserings
hypothese hypothese hypothese hypothese hypothese
1867 1892 1913 1983 2001
Dalingshypothese= Armen worden armer. Daling= daling van de lonen
Scholingshypothese= Je kan minder dwang uitoefenen op mensen die geschoold zijn, want er
is een investering in hen gedaan en dus kan je ze niet zomaar vervangen
Kolonialismehypothese= Kijkt naar hoe het zit met de lonen in koloniën, dus landen die voor
een ander land produceren, in vergelijking met het moederland. Werd afgeschaft toen
koloniën zelfstandig werden.
Wereldsysteemhypothese= Landen zijn niet alleen politiek afhankelijk maar ook economisch
afhankelijk van elkaar. In landen waar multinationals gevestigd zijn en die dus in het
economische centrum liggen, zie je een opeenstapeling van kapitaal, in tegenstelling tot
landen in de economische periferie.
Mondialiseringshypothese= Strijdt voor vrijhandel in eindproducten (Wallerstein en zijn
wereldsysteemhypothese gaan alleen over vrijhandel in grondstoffen). Niet alleen arbeiders
zouden in opstand komen: Het uiteindelijke doel is een samenleving zonder merken, logo’s en
reclames.
Centralisatiehypothese= Kapitaal komt steeds meer bij kleinere groepen terecht.
Andere aanvullingen voor centralisatie: Bearle & Means
A. Met het aanhouden van de kapitalistische productiewijze in een land
B. Raakt de hoeveelheid kapitaal verspreid over meer aandeelhouders
C. Doordat arbeiders hun hogere lonen deels in bedrijfsaandelen beleggen.
Bunham
A. In kapitalistische samenlevingen waar eigendom van kapitaalgoederen
(aandeelhouders) gescheiden is van het feitelijke beheer over kapitaalgoederen
(directeuren en commissarissen)
Durkheim
- Zelfmoord door sociologische oorzaken
- P: Des te meer cohesie binnen een groep, des te sterker mensen binnen die groep
zich conformeren aan de norm die zelfmoord verbiedt en des te lager het
zelfmoordgetal binnen die groep.
- P: Er is een algemene menselijke neiging om te conformeren aan de meningen en
het gedrag van anderen in hun sociale omgeving.
Watts
- Onderscheid tussen gezond verstand en de sociologie
Karl Popper
- Syllogisme
Ideeën over ongelijkheid vóór de sociologie
Hobbes
- De een bezit meer dan de ander. Men gaat ervanuit dat we aversies en behoeftes
hebben. De één is sterker, de ander is weer slimmer.
Ferguson
- Ongelijkheid in schaarse goederen zijn ontstaan als gevolg van menselijk
handelen. Als iedereen sterk of slim wil zijn, ontstaat er onbedoeld ongelijkheid.
Millar
- Er is sprake van ongelijke verhoudingen of ondergeschiktheid tussen man en
vrouw, ouder en kind, meester en personeel. Deze ongelijkheid wordt kleiner
naarmate de bestaanswijze van de samenleving verbetert.
Van ideeën vóór sociologie naar vervolgvragen gesteld door sociologen
Smith
- Welvaartsprobleem= waarom is het niveau van welvaart in het ene lang hoger dan
in het andere land?
- Bij vrije markten groeit de welvaart, zowel van de rijken als de armen.
Marx
- Ongelijkheidsprobleem= de welvaart neemt niet in gelijke mate voor iedereen toe.
Marx & Engels
- De algemene wet van de kapitalistische accumulatie: De groei van de totale
hoeveelheid kapitaal in de Europese landen van de negen ende eeuw leidde tot
steeds meer rijkdom voor de kapitaalbezitters en tot toenemende armoede voor de
arbeiders. Hoe ontwikkelen zich in een kapitalistische samenleving de verschillen
in levensstandaardtussen kapitaalbezitters en arbeiders?
, Klassiek Revisionistisc Orthodox Orthodox historisch Orthodox historisch
historisch h historisch historisch materialisme materialisme
materialism materialisme materialisme
e
Marx & Bernstein Luxemburg Wallerstein Klein
Engels
Dalings Scholings Kolonialisme Wereldsysteem Mondialiserings
hypothese hypothese hypothese hypothese hypothese
1867 1892 1913 1983 2001
Dalingshypothese= Armen worden armer. Daling= daling van de lonen
Scholingshypothese= Je kan minder dwang uitoefenen op mensen die geschoold zijn, want er
is een investering in hen gedaan en dus kan je ze niet zomaar vervangen
Kolonialismehypothese= Kijkt naar hoe het zit met de lonen in koloniën, dus landen die voor
een ander land produceren, in vergelijking met het moederland. Werd afgeschaft toen
koloniën zelfstandig werden.
Wereldsysteemhypothese= Landen zijn niet alleen politiek afhankelijk maar ook economisch
afhankelijk van elkaar. In landen waar multinationals gevestigd zijn en die dus in het
economische centrum liggen, zie je een opeenstapeling van kapitaal, in tegenstelling tot
landen in de economische periferie.
Mondialiseringshypothese= Strijdt voor vrijhandel in eindproducten (Wallerstein en zijn
wereldsysteemhypothese gaan alleen over vrijhandel in grondstoffen). Niet alleen arbeiders
zouden in opstand komen: Het uiteindelijke doel is een samenleving zonder merken, logo’s en
reclames.
Centralisatiehypothese= Kapitaal komt steeds meer bij kleinere groepen terecht.
Andere aanvullingen voor centralisatie: Bearle & Means
A. Met het aanhouden van de kapitalistische productiewijze in een land
B. Raakt de hoeveelheid kapitaal verspreid over meer aandeelhouders
C. Doordat arbeiders hun hogere lonen deels in bedrijfsaandelen beleggen.
Bunham
A. In kapitalistische samenlevingen waar eigendom van kapitaalgoederen
(aandeelhouders) gescheiden is van het feitelijke beheer over kapitaalgoederen
(directeuren en commissarissen)