Geschiedenis
Hoofdstuk 5
Woordenschat:
*Solidariteit = wil tot samenwerking
*Rivaliteit = onderlinge strijd, concurrentie
*Centrum = in het kerngebied
*Periferie = in de rand
*Continentaal = op het land gericht
*Maritiem = op de zee gericht
*Ruraal = het economisch leven speelt zich vooral af op het platteland
*Stedelijk = het economisch leven speelt zich vooral af in de stad
*Mammoetpolis = heel grote polis
*Kolonie = nederzettingen die buiten eigen grondgebied gesticht is
*Gesloten samenleving = samenleving die op zichzelf leeft
*Open samenleving = samenleving die kan handel drijven met andere
samenlevingen
A. Hoe was de verhouding tussen de poleis onderling?
* Grieken bereiden zich voor
op komst v. externe vijanden oprichten v. militaire bondgenootschappen:
Delisch-Attische zeebond (Athene), Peloponnesische bond (Sparta)
*Athene Sparta
2500km 8400 km
Stedelijke samenleving in centrum v. Griekse wereld Rurale samenl. in centrum Gr. wereld
Open polis Gesloten polis
Maritieme polis Continentale polis
, *Solidariteit of rivaliteit
Solidariteit: Bij externe dreigingen werkten de polis samen. De poleis hadden elkaar
broodnodig dus zochten ze steun bij elkaar.
Rivaliteit: De Atheners kwamen sterk uit de strijd tegen de Perzen. Ze sloten
bondgenootschappen en groeiden uit tot een belangrijke economische, culturele, militaire
macht. Dat zorgde voor rivaliteit en conflicten met andere poleis zoals Sparta.
*Schema
Hoofdstuk 6
Woordenschat: *Hellenisme = mengcultuur
A. Hoe kwam er een einde aan de politieke onafhankelijkheid v. de Griekse poleis?
*De Grieken zijn overwonnen einde onafhankelijkheid v. de Griekse poleis
door Philiphos v. Macedonië in 338v.C
gemakkelijk door de onderlinge spanningen met andere poleis waardoor er een Griekse
verdeeldheid was.
hoorde voortaan bij het Macedonische rijk
*Alexander De Grote
veroverde Perzische rijk en Egypte
na zijn dood viel het rijk uiteen in 3 koninkrijken
* wrm waren de Macedoniërs zo succesvol tegen de Grieken en de Perzen?
- Goed georganiseerd
- Goed uitgerust leger: falanx met lange spiesen
*wrm was dit gebied moeilijk bijeen te houden?
- Veel verschillende volkeren met veel verschillende gebruiken en de grootte v. het rijk
bemoeilijkten een vlot eenheidsbestuur.
Hoofdstuk 5
Woordenschat:
*Solidariteit = wil tot samenwerking
*Rivaliteit = onderlinge strijd, concurrentie
*Centrum = in het kerngebied
*Periferie = in de rand
*Continentaal = op het land gericht
*Maritiem = op de zee gericht
*Ruraal = het economisch leven speelt zich vooral af op het platteland
*Stedelijk = het economisch leven speelt zich vooral af in de stad
*Mammoetpolis = heel grote polis
*Kolonie = nederzettingen die buiten eigen grondgebied gesticht is
*Gesloten samenleving = samenleving die op zichzelf leeft
*Open samenleving = samenleving die kan handel drijven met andere
samenlevingen
A. Hoe was de verhouding tussen de poleis onderling?
* Grieken bereiden zich voor
op komst v. externe vijanden oprichten v. militaire bondgenootschappen:
Delisch-Attische zeebond (Athene), Peloponnesische bond (Sparta)
*Athene Sparta
2500km 8400 km
Stedelijke samenleving in centrum v. Griekse wereld Rurale samenl. in centrum Gr. wereld
Open polis Gesloten polis
Maritieme polis Continentale polis
, *Solidariteit of rivaliteit
Solidariteit: Bij externe dreigingen werkten de polis samen. De poleis hadden elkaar
broodnodig dus zochten ze steun bij elkaar.
Rivaliteit: De Atheners kwamen sterk uit de strijd tegen de Perzen. Ze sloten
bondgenootschappen en groeiden uit tot een belangrijke economische, culturele, militaire
macht. Dat zorgde voor rivaliteit en conflicten met andere poleis zoals Sparta.
*Schema
Hoofdstuk 6
Woordenschat: *Hellenisme = mengcultuur
A. Hoe kwam er een einde aan de politieke onafhankelijkheid v. de Griekse poleis?
*De Grieken zijn overwonnen einde onafhankelijkheid v. de Griekse poleis
door Philiphos v. Macedonië in 338v.C
gemakkelijk door de onderlinge spanningen met andere poleis waardoor er een Griekse
verdeeldheid was.
hoorde voortaan bij het Macedonische rijk
*Alexander De Grote
veroverde Perzische rijk en Egypte
na zijn dood viel het rijk uiteen in 3 koninkrijken
* wrm waren de Macedoniërs zo succesvol tegen de Grieken en de Perzen?
- Goed georganiseerd
- Goed uitgerust leger: falanx met lange spiesen
*wrm was dit gebied moeilijk bijeen te houden?
- Veel verschillende volkeren met veel verschillende gebruiken en de grootte v. het rijk
bemoeilijkten een vlot eenheidsbestuur.