100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
Complete samenvatting psychologie voor criminologie! Cijfer: 7,9 £4.37
Add to cart

Summary

Complete samenvatting psychologie voor criminologie! Cijfer: 7,9

 6 purchases
  • Module
  • Institution

Een complete samenvatting voor studenten van de bacheloropleiding criminologie aan de EUR

Preview 4 out of 56  pages

  • May 26, 2022
  • 56
  • 2021/2022
  • Summary
avatar-seller
Psychologie
B1 – blok 7

536268rl

Rosalie van Laar




Inhoud:

 Problemen 1-7
 Hoorcolleges
 Gastcollege:




1

,Probleem 1: biopsychologie

1. Wat is de functie van de cerebrale cortex en de subcorticale structuren?
 Zie kennisclip week 1.
2. Wat is de relatie tussen de orbitale, anterieure cingulate en prefrontale cortexen en antisociaal
gedrag?
 Orbifrontale cortex  het maken van beslissingen; het beloningssysteem van de hersenen.
 Anterieure cingulate cortex  aandacht.
 Prefrontale cortex  planning; gedrag.
 Er is een verband tussen antisociaal gedrag en een kleiner volume en een verminderde
activiteit van bepaalde hersengebieden zoals de rechter orbitofrontale cortex, de anterieure
cingulate cortex en de linker dorsolaterale prefrontale cortex.
o Deze gebieden bevinden zich aan de voorkant van de hersenen en zijn betrokken bij
cognitieve functies zoals aandacht, impulsbeheersing en besluitvaardigheid.
o Leeftijd blijkt geen invloed te hebben.
 Al met al lijken de resultaten op het gebied van hersenonderzoek bij personen met antisociaal
gedrag tot nu toe te wijzen op een vermindering in activiteit en kleiner volume van
hersengebieden die betrokken zijn bij de executieve functies, empathisch vermogen en
emotioneel leren (beloning-strafassociaties).
3. Wat is de relatie tussen amygdala en antisociaal gedrag?
 Zowel een verkleining als een verminderde activiteit van de amygdala te zien bij groepen
kinderen, adolescenten, jongvolwassenen en volwassenen met antisociale trekken.
o De amygdala is een diepgelegen hersenstructuur die o.a. is betrokken bij het
herkennen van emoties bij anderen.
o Bij kinderen met antisociaal gedrag is ook een verminderde communicatie te zien
tussen frontale hersengebieden en de amygdala. Schade aan deze communicatie kan
resulteren in een beperkte verwerking van gezichtsuitdrukkingen, waardoor kinderen
zich moeilijker kunnen aanpassen op het gedrag van andere mensen.
o Bij een vrouw waar de amygdala beschadigd was, kwam naar voren dat zij geen angst
had. Bij een experiment met apen waarin de amygdala beschadigd werd, voelden de
apen ook geen angst meer en konden ze emotie ook niet meer aflezen.
o Schade en slecht functioneren van de amygdala zou ook samenhangen met
een slechter empathisch vermogen, verslechtering in herkenning van angstige
gezichtsuitdrukkingen en ongevoeligheid voor negatieve prikkels, zoals
straf.
4. Wat is de relatie tussen grijze stof en antisociaal gedrag?



2

, Verkleiningen in de grijze stof/massa in de amygdala, insula en mediale/superieure frontale
gyrus worden gerapporteerd bij adolescenten met ernstig antisociaal gedrag.
o Genoemde gebieden zijn betrokken bij ‘hete’ executieve functies zoals
emotieregulatie, introspectie (zelfreflectie) en empathie.
o Structurele en functionele afwijkingen in deze gebieden zouden dus kunnen
samenhangen met een minder goede werking van deze neuropsychologische functies.
 Insula reguleert positieve en negatieve emoties.
5. Wat is de relatie tussen elektrische activiteit en antisociaal gedrag?
 Activiteit in de hersenen wordt gemeten door een EEG. In een EEG-studie laten groepen
mensen met externaliserend of antisociaal gedrag verschillen zien in elektrische activiteit
vergeleken met een controlegroep in zowel rust and tijdens een cognitieve taak.
 De gemeten activiteit kan passen bij een vertraagde rijping van de hersenschors of een
onvermogen om relevante hersengebieden te betrekken bij het verwerken van cognitieve
informatie.
 Er is een verschil in elektrische activiteit tussen antisociale personen met en zonder
psychopathische trekken.
 Conclusie: mensen met antisociaal gedrag zijn minder goed in staat informatie door te geven
aan de hersenen.
6. Wat zijn neurotransmitters en wat is de relatie tussen neuropsychologie, neurotransmitters en
antisociaal gedrag?
 Neurotransmitters zijn stoffen die boodschappen tussen hersencellen doorgeven. Ze hebben
veel functies; de exacte functie is afhankelijk van het hersendeel waar ze voorkomen.
o Neurotransmitters serotonine/dopamine/GABA/Glutamaat zijn vaak in verband
gebracht met agressie: verlaagd serotonine en hoge agressie. Maar dit is niet sterk
wetenschappelijk ondersteund.
 Neurotransmitters kunnen stimulerend of remmend zijn, maar dit heeft niet direct invloed op
het gedrag.
o Belangrijk om te onthouden dat de benaming stimulerend/remmend verwarrend kan
zijn.
7. Hoe werken hormonen en wat is de relatie tussen hormonen en antisociaal gedrag?
 Cortisol en antisociaal gedrag
o Cortisol wordt van nature voornamelijk aangemaakt in stressvolle situaties.
o De afgifte van dit hormoon wordt gereguleerd door de hypothalamus-hypofyse-bijnier
(HPA-as).
o Hoe erger het externaliserend probleemgedrag, hoe lager het cortisolniveau in rust.




3

, o Statistisch verband echter zwak en alleen getest bij kinderen. Ook paradoxale relatie
met leeftijd tussen de kinderen. Tot 5 jaar verhoogd en van 5-12 jaar verlaagd. Kan
verklaard worden doordat stress in de kinderjaren kan leiden tot ongevoeligheid van
de HPA-as.
o Relatie tussen laag cortisolniveau en sensatie zoeken, verminderde gevoeligheid voor
straf en agressief gedrag. Ook relatie tussen psychopathische en
ongevoelige/emotieloze kenmerken en lage cortisolconcentraties bij jongeren.
 Er is echter ook bewijs voor een juist verhoogd cortisolniveau in relatie tot
agressief gedrag. Conclusie: afgifte cortisol bij individuen met antisociaal
gedrag is uit balans/verstoord.
 Testosteron en antisociaal gedrag
o De hypothalamus-hypofyse-geslachtsklieren-as (HPG-as) speelt een belangrijke rol in
de aanmaak van het hormoon testosteron.
o Verband (prenataal) testosteron en agressie statistisch significant, maar zwak.
o Redelijk sterk verband tussen testosteronconcentraties en antisociaal, delinquent en
crimineel gedrag bij jongeren tussen de 12 en 20 jaar oud.
 Niet zo zeer voor kinderen.
 Meer bij jongens dan bij meisjes.
 Juist de combinatie tussen laag cortisol en hoog testosteron
geassocieerd is met een verhoogd risico op agressief/antisociaal
gedrag. Een verhoogd testosteronniveau op zichzelf is dus
waarschijnlijk niet ‘genoeg’ als risicofactor voor gewelddadig gedrag.
 Alpha-amylase en antisociaal gedrag
o Alpha-amylase (stressgevoeligheid) stijgt in reactie op fysiologische en
psychologische stress, net als cortisol. Het wordt geproduceerd in de
mondslijmvliezen en blijkt een maat te zijn voor activiteit van het sympathische
autonome zenuwstelsel.
o Een combinatie van lage waarden van alpha-amylase én lage cortisolwaarden worden
geassocieerd met verhoogd agressief/antisociaal gedrag.
o Dus, een afwijking in beide hormoonspiegels hangen samen met ernstig antisociaal
gedrag.
 Oxytocine en antisociaal gedrag
o Oxytocine wordt aangemaakt in de hypothalamus. Speelt belangrijke rol in sociaal
gedrag, zoals empathie.
o Hoe lager het oxytocinegehalte, des te meer agressief gedrag een individu laat zien.




4

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller LUrvl50. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for £4.37. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

70713 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy revision notes and other study material for 15 years now

Start selling

Recently viewed by you


£4.37  6x  sold
  • (0)
Add to cart
Added