Theorie Heelkunde
1. Het proces van de normale wondheling
1.1. Inleiding
• Wondheling = reactie op verwonding
• Tot doel gevolgen van verwonding beperken en beschadigd weefsel herstellen of vervangen
• 4 belangrijke fasen
1. Inflammatoire fase
2. Granulatiefase
3. Maturatiefase
4. Littekenvorming
• Vast patroon van fasen
• Vaste chronologische volgorde
• Fasen onderscheiden, maar niet scheiden
• Overlapping (niet elk stuk van de wonde zit in dezelfde fase)
1.2. Inflammatoire fase
• Acute ontstekingsreactie -> op wonde
o Ontsteking vs. infectie
• Opruiming van dood weefsel en bacteriën
• Verschillende fasen:
• Vasculaire respons
➢ Vasodilatatie
o Daling capillaire druk
o Toename vocht in weefsels
▪ Rubor, calor, dolor, tumor, functio laesa
o Zwakke celverbindingen tussen edotheelcellen
▪ Migratie RBC en bloedplaatjes naar wondgebied
▪ -> bloeding
➢ Vasoconstrictie
o Bloeding beperken
▪ Vascoconstrictie duurt 5 à 10 min
▪ Bloedplaatjes aggregeren
o Bloedplaatjes produceren fibrinogeen -> fibrinenetwerk
▪ Nodig voor de wondheling
➢ Vasodilatatie
o Bloedpaatjes scheiden ook leukocyten, granulocyten, macrofagen
af
o Witte bloedcellen migreren naar traumazone -> macrofagen
zuiveren wonde door fagocytose
1
, 1.3. Granulatiefase
• Vorming van nieuw bindweefsel:
o Macrofagen en bloedplaatjes stimuleren productie van fibroblasten
o Fibroblasten produceren collageen en elastine -> nieuw netwerk
o Macrofagen, endotheelcellen en fibroblasten bewegen in nieuw netwerk ->
opvulling van het wondbed
• Angiogenese (vorming nieuwe bloedvaten)
o = ontspruiten van capillairen uit wondranden
• Endotheelcellen aan uiteinden capillairen dringen in
netwerk
o Rood korrelig aspect
o = granulatieweefsel
• Nieuwe capillairen voorzien wonden van O2 en voeding
o Vorming fibroblasten wordt gestimuleerd
o Epitheelcellen worden voorzien van bouwstoffen
• Op het einde van granulatiefase regresseren en verdwijnen overtollige capillairen
1.4. Maturatiefase
1.4.1. Bindweefselorganisatie
• Weefselsterkte neemt toe door remodellering van collageenvezels
1.4.2. Wondretractie
• = wondranden dichter trekken
• Door myofibroblasten aanwezig in granulatieweefsel
• Retractie vanaf dag 5
• In combinatie met granulatie en epithelialisatie volledige wondsluiting
• Soms is retractie onvoldoende
1.4.3. Epithelialisatie
• Migratie van epitheelcellen over wonde
• Sluit wondoppervlakte hermetisch af
• Epitheelcellen migreren van wondrand naar centrum van wond
• Epitheeleilandjes groeien naar elkaar
• Bij contact met ander epitheelweefsel stopt celprofileratie
• Epithelialisatie verloopt snel bij gezond weefsel
• Ideale omstandigheden voor epithelialisatie is een vochtig, beschermd milieu, vrij van
necrotisch weefsel
• = zeer gevoelig weefsel Inflammatoire fase
Epithelialisatie
Granulatiefase
2
,1.5. Littekenvorming
• Eerste weken: zacht en fragiel
• Na een maand: harder, roder, dikker en sterker
• Na verschillende maanden: zacht, wit en soepel
• = kan meer als een jaar duren
• Inflammatoire fase:
o Vasodilatatie
o Vasoconstructie
o Vasodilatatie
• Granulatiefase:
o Vorming van nieuw bindweefsel
o Angiogenese
• Maturatiefase
o Bindweefselreorganisatie
o Wondretractie
o Epithelialisatie
• Littekenvorming
1.6. Definitie van een wonde
• Defect in huid
o Acute wonden
▪ Volgen de normale wondgenezing
▪ Genezing binnen 21 dagen
▪ Herstel structurele en functionele integriteit van huid
▪ Bv. Brandwonden
o Chronische wonden
▪ Ontoereikend of verstoord genezingsproces
▪ Geen herstel van structurele/functionele integriteit van huid
▪ Blijven vaak steken in inflammatoire fase
▪ Na 6 weken nog steeds open
▪ Kan maanden/jaren duren
1.7. Factoren die de wondgenezing belemmeren
1.7.1. Factoren eigen aan de wonde
OPEN WONDEN NOOIT STERIEL
• Type, diepte en uitgebreidheid van het letsel
o Oppervlakkig versus diep
o Hoe groter de wond, hoe moeilijker de genezing
3
, o Acute wonde versus chronische wonden
• Locatie van de wonde
o Aangezicht heeft snelle genezing ( goed doorbloed)
o Tenen tragere genezing
o Perianaal -> groot risico op infectie
o Mogelijkheid aanbrengen van afdekkend materiaal
• Eigenschappen van het weefsel in de wond en de wondomgeving
o Niet alle weefsels genezen even vlot: pees versus bindweefsel
o Aanwezigheid débris ( alles wat niet thuis hoort in de wonde) en necrose
(afgestorven weefsel) -> verstoring toevoer van bloed en voedingsstoffen. Ideale
voedingsbodem voor bacteriën
o Uitgebreid oedeem: verhinderen van neovascularisatie en granulatie
o Aanwezigheid blaren: blaardak verwijderen
o Aanwezigheid korsten/klonters verhinderen epithelialisatie
o Hypergranulatie (stijgt boven huid) : moeilijke epithelialisatie
• Lokale bloedvoorziening
o Optimale bloedvoorziening -> goede genezing wonde
o Toegenomen behoefte aan: aminozuren, koolhydraten, vetten, mineralen,
spoorelementen en water
o Zuurstof: toegenomen metabole activiteit in de wond omgeving, de oxidatieve
degradatie van invaderende micro – organismen door fagocyterende cellen en de
synthese van collageen
• Bioburden
o Contaminatie
o Kolonisatie
o Kritische kolonisatie
o Infectie
1.7.2. Voedingstoestand
Tekort aan onderstaande dingen zorgt voor vertraging wondgenezing
• Proteïnen
o Aminozuren en eiwitten nodig voor productie collageen -> nieuw bindweefsel
o Indien tekort: vertraagde wondgenezing en minder elastisch litteken
o Ondervoed =/ anorexia
• Koolhydraten
o Omzetting tot adenosinetrifosfaat
o Energie die vrijkomt belangrijk voor veel chemische reacties
o Indien onvoldoende koolhydraten: afbraak van eiwitten voor leveren van energie
• Vitaminen
o Vitamine A
o Vitamine B
o Vitamine C
o Vitamine K
▪ Stolling en collageen
• Mineralen
o Ijzer en koper
o Zink
4
1. Het proces van de normale wondheling
1.1. Inleiding
• Wondheling = reactie op verwonding
• Tot doel gevolgen van verwonding beperken en beschadigd weefsel herstellen of vervangen
• 4 belangrijke fasen
1. Inflammatoire fase
2. Granulatiefase
3. Maturatiefase
4. Littekenvorming
• Vast patroon van fasen
• Vaste chronologische volgorde
• Fasen onderscheiden, maar niet scheiden
• Overlapping (niet elk stuk van de wonde zit in dezelfde fase)
1.2. Inflammatoire fase
• Acute ontstekingsreactie -> op wonde
o Ontsteking vs. infectie
• Opruiming van dood weefsel en bacteriën
• Verschillende fasen:
• Vasculaire respons
➢ Vasodilatatie
o Daling capillaire druk
o Toename vocht in weefsels
▪ Rubor, calor, dolor, tumor, functio laesa
o Zwakke celverbindingen tussen edotheelcellen
▪ Migratie RBC en bloedplaatjes naar wondgebied
▪ -> bloeding
➢ Vasoconstrictie
o Bloeding beperken
▪ Vascoconstrictie duurt 5 à 10 min
▪ Bloedplaatjes aggregeren
o Bloedplaatjes produceren fibrinogeen -> fibrinenetwerk
▪ Nodig voor de wondheling
➢ Vasodilatatie
o Bloedpaatjes scheiden ook leukocyten, granulocyten, macrofagen
af
o Witte bloedcellen migreren naar traumazone -> macrofagen
zuiveren wonde door fagocytose
1
, 1.3. Granulatiefase
• Vorming van nieuw bindweefsel:
o Macrofagen en bloedplaatjes stimuleren productie van fibroblasten
o Fibroblasten produceren collageen en elastine -> nieuw netwerk
o Macrofagen, endotheelcellen en fibroblasten bewegen in nieuw netwerk ->
opvulling van het wondbed
• Angiogenese (vorming nieuwe bloedvaten)
o = ontspruiten van capillairen uit wondranden
• Endotheelcellen aan uiteinden capillairen dringen in
netwerk
o Rood korrelig aspect
o = granulatieweefsel
• Nieuwe capillairen voorzien wonden van O2 en voeding
o Vorming fibroblasten wordt gestimuleerd
o Epitheelcellen worden voorzien van bouwstoffen
• Op het einde van granulatiefase regresseren en verdwijnen overtollige capillairen
1.4. Maturatiefase
1.4.1. Bindweefselorganisatie
• Weefselsterkte neemt toe door remodellering van collageenvezels
1.4.2. Wondretractie
• = wondranden dichter trekken
• Door myofibroblasten aanwezig in granulatieweefsel
• Retractie vanaf dag 5
• In combinatie met granulatie en epithelialisatie volledige wondsluiting
• Soms is retractie onvoldoende
1.4.3. Epithelialisatie
• Migratie van epitheelcellen over wonde
• Sluit wondoppervlakte hermetisch af
• Epitheelcellen migreren van wondrand naar centrum van wond
• Epitheeleilandjes groeien naar elkaar
• Bij contact met ander epitheelweefsel stopt celprofileratie
• Epithelialisatie verloopt snel bij gezond weefsel
• Ideale omstandigheden voor epithelialisatie is een vochtig, beschermd milieu, vrij van
necrotisch weefsel
• = zeer gevoelig weefsel Inflammatoire fase
Epithelialisatie
Granulatiefase
2
,1.5. Littekenvorming
• Eerste weken: zacht en fragiel
• Na een maand: harder, roder, dikker en sterker
• Na verschillende maanden: zacht, wit en soepel
• = kan meer als een jaar duren
• Inflammatoire fase:
o Vasodilatatie
o Vasoconstructie
o Vasodilatatie
• Granulatiefase:
o Vorming van nieuw bindweefsel
o Angiogenese
• Maturatiefase
o Bindweefselreorganisatie
o Wondretractie
o Epithelialisatie
• Littekenvorming
1.6. Definitie van een wonde
• Defect in huid
o Acute wonden
▪ Volgen de normale wondgenezing
▪ Genezing binnen 21 dagen
▪ Herstel structurele en functionele integriteit van huid
▪ Bv. Brandwonden
o Chronische wonden
▪ Ontoereikend of verstoord genezingsproces
▪ Geen herstel van structurele/functionele integriteit van huid
▪ Blijven vaak steken in inflammatoire fase
▪ Na 6 weken nog steeds open
▪ Kan maanden/jaren duren
1.7. Factoren die de wondgenezing belemmeren
1.7.1. Factoren eigen aan de wonde
OPEN WONDEN NOOIT STERIEL
• Type, diepte en uitgebreidheid van het letsel
o Oppervlakkig versus diep
o Hoe groter de wond, hoe moeilijker de genezing
3
, o Acute wonde versus chronische wonden
• Locatie van de wonde
o Aangezicht heeft snelle genezing ( goed doorbloed)
o Tenen tragere genezing
o Perianaal -> groot risico op infectie
o Mogelijkheid aanbrengen van afdekkend materiaal
• Eigenschappen van het weefsel in de wond en de wondomgeving
o Niet alle weefsels genezen even vlot: pees versus bindweefsel
o Aanwezigheid débris ( alles wat niet thuis hoort in de wonde) en necrose
(afgestorven weefsel) -> verstoring toevoer van bloed en voedingsstoffen. Ideale
voedingsbodem voor bacteriën
o Uitgebreid oedeem: verhinderen van neovascularisatie en granulatie
o Aanwezigheid blaren: blaardak verwijderen
o Aanwezigheid korsten/klonters verhinderen epithelialisatie
o Hypergranulatie (stijgt boven huid) : moeilijke epithelialisatie
• Lokale bloedvoorziening
o Optimale bloedvoorziening -> goede genezing wonde
o Toegenomen behoefte aan: aminozuren, koolhydraten, vetten, mineralen,
spoorelementen en water
o Zuurstof: toegenomen metabole activiteit in de wond omgeving, de oxidatieve
degradatie van invaderende micro – organismen door fagocyterende cellen en de
synthese van collageen
• Bioburden
o Contaminatie
o Kolonisatie
o Kritische kolonisatie
o Infectie
1.7.2. Voedingstoestand
Tekort aan onderstaande dingen zorgt voor vertraging wondgenezing
• Proteïnen
o Aminozuren en eiwitten nodig voor productie collageen -> nieuw bindweefsel
o Indien tekort: vertraagde wondgenezing en minder elastisch litteken
o Ondervoed =/ anorexia
• Koolhydraten
o Omzetting tot adenosinetrifosfaat
o Energie die vrijkomt belangrijk voor veel chemische reacties
o Indien onvoldoende koolhydraten: afbraak van eiwitten voor leveren van energie
• Vitaminen
o Vitamine A
o Vitamine B
o Vitamine C
o Vitamine K
▪ Stolling en collageen
• Mineralen
o Ijzer en koper
o Zink
4