Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Jugements

inleiding recht arresten samengevat

Note
-
Vendu
1
Pages
7
Publié le
26-10-2022
Écrit en
2022/2023

in dit document zijn de arresten voor inleiding recht samengevat met daarbij ook de artikelen die bij elk arrest horen en de uitspraak van de hoge raad

Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Inleiding recht arresten samengevat
Opticien-arrest

Onderwerp:
Overmacht als noodtoestand (art. 40 Sr)

Rechtsvraag:
Valt noodtoestand ook onder overmacht in de zin van art. 40 Sr en kan de opticien derhalve een
geslaagd beroep op overmacht doen?

Feiten:
Uit de verordening op de winkelsluiting te Amsterdam volgen strikte sluitingstijden waar winkeliers
zich aan moeten houden. Bij een opticien komt na sluitingstijd een man aan die zijn bril verloren is en
daarom met spoed een nieuwe bril nodig heeft. De opticien besluit de man wegens het spoedeisende
belang te helpen, maar handelt hierdoor in strijd met de verordening en wordt hiervoor vervolgd.

Overweging:
De rechtbank stelt dat de opticien kon weten dat er sprake was van een gevaarlijk dan wel zeer
hulpbehoevende toestand wanneer hij de man niet zou helpen. De man was immers slechtziend en
het zou onverantwoord zijn geweest als hij de man zonder bril zou hebben laten rondlopen. De
rechtbank oordeelt dat er sprake was van een maatschappelijke verplichting van de opticien om de
hulp van een opticien verwacht wordt te verlenen. In de gegeven noodtoestand had de opticien dus
mogen kiezen voor het overtreden van de verordening om zo de man te kunnen helpen. De
rechtbank ontslaat de opticien derhalve van alle rechtsvervolging. De Hoge Raad sluit zich bij het
oordeel van de rechtbank aan en stelt dat er in casu sprake is van een situatie van overmacht in de
zin van art. 40 Sr.



Zutphense waterleiding-arrest

Onderwerp:
Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)

Rechtsvraag:
Levert de gedraging van mevr. De Vries in casu een onrechtmatige daad op?

Mevrouw de vries woonde boven een pakhuis waarin leer werd opgeslagen dat eigendom was van
de heer Nijhof. Door vorst knapte een waterleiding en dreigde het leer beschadigd te raken. De
schade had beperkt kunnen worden door de waterkraan dicht te draaien. De waterkraan bevond zich
in het appartement van de Vries, maar zij weigerde Nijhof toegang tot haar appartement te verlenen.
Hierdoor raakte het leer onherstelbaar beschadigd. Uiteindelijk kon de waterkraan dichtgedraaid
worden, maar toen was het al te laat. Kon de Vries aansprakelijk worden gesteld voor de schade aan
het leer? Zij had immers een groot gedeelte van de schade kunnen voorkomen door tijdig de kraan
dicht te draaien. Deze vraag werd door de rechter ontkennend beantwoord: de wet bood geen
mogelijkheid om de Vries aansprakelijk te kunnen houden.

 Dit arrest laat goed zien dat het legisme (=stroming die leert dat de rechter al het recht uit de
wet haalt en dat hij het recht mechanisch moet toepassen) niet altijd het beoogde effect
heeft.

, Vee-art-arrest

Onderwerp:
Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid

Rechtsvraag:
Is het opzettelijk besmetten van vee in strijd met art. 82 Veewet wanneer door deze handleing, het
doel dat de wettelijke bepaling beoogt, beter wordt gediend?

Feiten:
Een veearts brengt tijdens een epidemie van mond-en-klauwzeer opzettelijk een aantal gezonde
koeien in aanraking met reeds geïnfecteerde koeien. De veearts had dit gedaan om de resterende
gezonde koeien een milde vorm van symptomen te laten doorstaan door ze te infecteren gedurende
een gunstige periode, namelijk de periode dat de koeien droog stonden. De besmetting leidt ertoe
dat antistoffen worden ontwikkeld. Door het met opzet besmetten van de koeien pleegde hij een
strafbaar feit volgens de Veewet. Volgens de veearts was de besmetting een wetenschappelijk
verantwoorde manier om uiteindelijke de gezondheid van het vee te bevorderen. De veearts werd
vervolgd voor het in strijd handelen met art. 82 Veewet.

Overweging:
het hof bevond de veearts schuldig aan overtreding van de Veewet, omdat aan de veearts door de
Veewet geen taak is toevertrouwd om de algemene gezondheidstoestand te bevorderen. De Hoge
Raad beslist echter anders en vond dat een veearts wel degelijk de taak mag hebben om de
gezondheidstoestand van het vee te bevorderen, ook al was dit in strijd met de Veewet. Hij handelt
hiermee in lijn met de eisen voor het uitoefenen van zijn beroep. Daarom kon hij niet gestraft
worden. De Hoge Raad introduceerde derhalve in dit arrest de ongeschreven rechtvaardigingsgrond:
het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. Dit houdt in dat de dader van een strafbaar feit
niet strafbaar is indien door het overtreden van het strafbare feit de doelstelling van dat feit juist
beter nageleefd wordt, ook al is de daad formeel gezien in strijd met de letter van de wet.



SGP-arrest

Onderwerp:
Vrouwenstandpunt SGP; passief kiesrecht vrouwen; verplichting treffen maatregelen (art. 7, 93 en 94
GW)

In deze zaak staat centraal de opvatting van de SGP dat de vrouw geen passief kiesrecht toekomt
voor de algemeen vertegenwoordigende overheidsorganen. Deze opvatting is neergelegd in art. 10
van het program van beginselen van de SGP. Deze opvatting is gebaseerd op de overtuiging van de
SGP dat de vrouw ondergeschikt is aan de met ‘verantwoordelijkheid beklede’ man, om welke reden
het regeerambt aan de man is voorbehouden. Als gevolg daarvan heeft de vrouw naar de opvatting
van de SGP geen passief kiesrecht. In deze zaak staat ter beoordeling of de Staat onrechtmatig
handelt door niet de maatregelen te nemen die art. 7, aanhef en onder a en c van het
Vrouwenverdrag van hem vergt. Art. 7 Vrouwenverdrag geeft namelijk met betrekking tot de
politieke rechten van vrouwen het voorschrift dat de Staat alle passende maatregelen dient te
nemen om discriminatie van vrouwen in het politieke en openbare leven van het land uit te bannen
en te verzekeren dat vrouwen hun stem uit kunnen brengen bij verkiezingen en verkiesbaar zijn in
alle openbaar gekozen lichamen (art. 7 sub a) en deel te nemen aan niet overheidsorganisaties en
verenigingen op het gebied van het openbare en politieke leven van het land (art. 7 sub c). De Hoge

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
26 octobre 2022
Nombre de pages
7
Écrit en
2022/2023
Type
Jugements

Sujets

€6,52
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
rozemarijnalderden
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
73
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
33
Documents
21
Dernière vente
5 jours de cela

4,2

15 revues

5
5
4
8
3
2
2
0
1
0

Documents populaires

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions