MEDISCHE EMBRYOLOGIE VAN DE MENS: EMBRYONALE PERIODE
Embryologie:
- Bestudeert de ontwikkeling van een individu vanaf de bevruchte eicel tot de geboorte
en ook de gameten
- Ontstaan vaan aangeboren afwijkingen (congenitale afwijkingen) dmv teratogene
factoren, hun invloed verschilt naargelang periode tijdens ontwikkeling
o Week 1-2: pre-organogenese, embryo sterf door teratogene factoren
o Week 3-8: embryonale periode (organogenese), er ontstaan stoornissen van
groei en differentiatie en leiden tot majeure malformaties, week 5 is
meest cruciale periode
o Week 9-38: nadat de organen gevormd zijn, leiden vooral tot functionele
problemen, maar minder morfologische afwijkingen
hoe vroeger de inwerking van teratogene factoren, hoe zwaarder de gevolgen
We onderscheiden 2 periodes tot aan de geboorte
- Embryonale periode: duurt 8 weken, begin van alle organen gevormd en de uitwendige
lichaamsvorm komt tot stand
- Foetale periode: week 9-38, vooral groei en differentiatie van organen
Gameten (geslachtscellen):
- Gameten zijn haploïd: 23 chromosomen, tgv reductiedeling
- Spermatogenese
o 1 oercel zal vanaf de puberteit aanleiding geven dmv deling tot 4 haploïde
spermatiden die via spermiogenese verder differentieert tot spermatozoa
- Oögenese
o verschillende rijpingsstadia van oöcyt tot rijpe eicel dat door ovulatie vrijkomt
uit het ovarium, hier voltooid de primaire oöcyt de 1e reductiedeling
o cytoplasma wordt ongelijk verdeeld tussen poollichaampje en sec. oöcyt
o eicel gaat naar metafase van meiose 2 en voltooid deze bij bevruchting
o poollichaampje deelt ook verder zodat op einde van volledige oögenese 3
haploïde poollichaampjes zijn ontstaan
o ongeveer 99% van de eicellen gaan tijdens de oögenese als de folliculogenese
verloren dmv folliculaire atresie waarbij eicellen worden afgebroken
o we hebben 7miljoen primaire oöcyten waarvan bij de puberteit 400.000
overblijven en uiteindelijk vanaf puberteit maar 400 tot rijping komen
- Afwijkingen
o Meiose: chromosomale afwijkingen door non-disjunctie van homologe
chromosomenparen zijn terug te vinden in alle cellen van individu
o Mitose: chromosomale afwijking na bevruchting leidt tot mozaïscisme, sommige
cellen hebben de afwijking, andere niet
, - Levensduur
o Spermatozoïden: oneindige levensduur en bevruchtingsvermogen blijft behouden
meest kans op zwangerschap: coïtus 2 dagen voor ovulatie en eerste 12u erna
coïtus voor ovulatie zijn er tot 1 week ervoor conceptiekansen door lange
intracervicale levensduur van spermatozoa
- Transport
o Spermatozoïden: beweeglijk door hun staart
na 5 min na de coïtus thv de eileider
na 70 min hebben ze uiteinde van de eileider bereikt
thv de ampulla spelen ook contracties/peristaltiek van uterus en eileiders
een belangrijke rol
o Eicel: passieve bewegingen
Peristaltiek van eileider
Beweging van trilharen van epitheel
Traag slechts 4 dagen na ovulatie bereikt eicel de uterus, de bevruchting
vindt dus al vroeg plaats thv ampulla
Bevruchting:
Rond de eicel bevindt zich nog zona pellucida en de corona radiata, deze moeten beide
doorboord worden door het spermatozoön
Vooraleer de penetratie plaatsvindt, zijn er nog 2 verschijnselen die plaatsvinden nl.
acrosoomreactie en capacipatie van het sperma
- Capacipatie van sperma
o Niet microscopisch waarneembaar
o Verwijderen van zaadvocht (=coat van glycoproteïnen) oiv secretie van de tuba
uterina
o Finale stap in maturatie van sperma
o Door verwijderen van intracellulair Ca +2 zal cAMP toenemen
- Acrosoomreactie
o Door binding spermatozoom met receptormolecule in de zona pellucida komen
enzymen vrij uit het acrosoom (hyaluronidase, acrosin, neuraminidase)
o Hierdoor kunnen spermatozomen penetreren doorheen zona pellucida
o Gevolg:
Plasmamembraan van zaad- en eicel versmelten
Metafase 2 van eicel wordt voltooid
Vorming pronucleus: interfase kern van zaad- en eicel liggen naast elkaar
Aantal chromosomen verdubbelt in de kernen (DNA synthese)
Versmelten kernen
Zygote ondergaat 1e klievingsdeling 2 blastomeren
Embryologie:
- Bestudeert de ontwikkeling van een individu vanaf de bevruchte eicel tot de geboorte
en ook de gameten
- Ontstaan vaan aangeboren afwijkingen (congenitale afwijkingen) dmv teratogene
factoren, hun invloed verschilt naargelang periode tijdens ontwikkeling
o Week 1-2: pre-organogenese, embryo sterf door teratogene factoren
o Week 3-8: embryonale periode (organogenese), er ontstaan stoornissen van
groei en differentiatie en leiden tot majeure malformaties, week 5 is
meest cruciale periode
o Week 9-38: nadat de organen gevormd zijn, leiden vooral tot functionele
problemen, maar minder morfologische afwijkingen
hoe vroeger de inwerking van teratogene factoren, hoe zwaarder de gevolgen
We onderscheiden 2 periodes tot aan de geboorte
- Embryonale periode: duurt 8 weken, begin van alle organen gevormd en de uitwendige
lichaamsvorm komt tot stand
- Foetale periode: week 9-38, vooral groei en differentiatie van organen
Gameten (geslachtscellen):
- Gameten zijn haploïd: 23 chromosomen, tgv reductiedeling
- Spermatogenese
o 1 oercel zal vanaf de puberteit aanleiding geven dmv deling tot 4 haploïde
spermatiden die via spermiogenese verder differentieert tot spermatozoa
- Oögenese
o verschillende rijpingsstadia van oöcyt tot rijpe eicel dat door ovulatie vrijkomt
uit het ovarium, hier voltooid de primaire oöcyt de 1e reductiedeling
o cytoplasma wordt ongelijk verdeeld tussen poollichaampje en sec. oöcyt
o eicel gaat naar metafase van meiose 2 en voltooid deze bij bevruchting
o poollichaampje deelt ook verder zodat op einde van volledige oögenese 3
haploïde poollichaampjes zijn ontstaan
o ongeveer 99% van de eicellen gaan tijdens de oögenese als de folliculogenese
verloren dmv folliculaire atresie waarbij eicellen worden afgebroken
o we hebben 7miljoen primaire oöcyten waarvan bij de puberteit 400.000
overblijven en uiteindelijk vanaf puberteit maar 400 tot rijping komen
- Afwijkingen
o Meiose: chromosomale afwijkingen door non-disjunctie van homologe
chromosomenparen zijn terug te vinden in alle cellen van individu
o Mitose: chromosomale afwijking na bevruchting leidt tot mozaïscisme, sommige
cellen hebben de afwijking, andere niet
, - Levensduur
o Spermatozoïden: oneindige levensduur en bevruchtingsvermogen blijft behouden
meest kans op zwangerschap: coïtus 2 dagen voor ovulatie en eerste 12u erna
coïtus voor ovulatie zijn er tot 1 week ervoor conceptiekansen door lange
intracervicale levensduur van spermatozoa
- Transport
o Spermatozoïden: beweeglijk door hun staart
na 5 min na de coïtus thv de eileider
na 70 min hebben ze uiteinde van de eileider bereikt
thv de ampulla spelen ook contracties/peristaltiek van uterus en eileiders
een belangrijke rol
o Eicel: passieve bewegingen
Peristaltiek van eileider
Beweging van trilharen van epitheel
Traag slechts 4 dagen na ovulatie bereikt eicel de uterus, de bevruchting
vindt dus al vroeg plaats thv ampulla
Bevruchting:
Rond de eicel bevindt zich nog zona pellucida en de corona radiata, deze moeten beide
doorboord worden door het spermatozoön
Vooraleer de penetratie plaatsvindt, zijn er nog 2 verschijnselen die plaatsvinden nl.
acrosoomreactie en capacipatie van het sperma
- Capacipatie van sperma
o Niet microscopisch waarneembaar
o Verwijderen van zaadvocht (=coat van glycoproteïnen) oiv secretie van de tuba
uterina
o Finale stap in maturatie van sperma
o Door verwijderen van intracellulair Ca +2 zal cAMP toenemen
- Acrosoomreactie
o Door binding spermatozoom met receptormolecule in de zona pellucida komen
enzymen vrij uit het acrosoom (hyaluronidase, acrosin, neuraminidase)
o Hierdoor kunnen spermatozomen penetreren doorheen zona pellucida
o Gevolg:
Plasmamembraan van zaad- en eicel versmelten
Metafase 2 van eicel wordt voltooid
Vorming pronucleus: interfase kern van zaad- en eicel liggen naast elkaar
Aantal chromosomen verdubbelt in de kernen (DNA synthese)
Versmelten kernen
Zygote ondergaat 1e klievingsdeling 2 blastomeren