PROTOZOA
Algemene morfologie:
- Eencellig organisme
- Zelfstandig organisme
(organisme kan zelf alle fundamentele levensfuncties verrichten)
- Behoren tot de eukaryoten
(hebben kernmembraan en mitochondriën)
- Kunnen zich voortbewegen
• Via glijmechanisme
• Via organellen:
▪ Flagellen
▪ Ciliën
▪ Pseudopodia
- Vele Protozoa produceren cysten of sporen
(kunnen hierdoor ongunstige omstandigheden overleven en makkelijker verspreiden)
Voortplanting:
- Geslachtelijk:
• Syngamie:
= versmelten van 2 gameten tot een zygote
▪ Gam(et)ogonie = vorming van gameten
▪ Microgameten (mannelijk) <--> macrogameten (vrouwelijk)
▪ Sporogonie volgt dikwijls de syngamie op (asexuele veeldeling)
▪ Bij sporozoa
• Conjugatie:
▪ 2 organismen paren en wisselen kernmateriaal uit
▪ Bij ciliaten
,- Ongeslachtelijk:
• Tweedeling:
(Eenvoudige celdeling met ontstaan van 2 dochtercellen)
▪ Deling volgens lengteas bij meeste flagellaten
▪ Dwarsdeling bij meeste ciliën
• Multiple deling (merogonie):
(moedercel deelt in verschillende dochtercellen → typisch voor sporozoa)
▪ Endodyogenie
→ Door inwendige knopvorming ontstaan 2 dochtercellen
▪ Endopolygenie
→ Door inwendige knopvorming ontstaan meerdere dochtercellen
▪ Schizogonie
→ Eerst kerndeling in moedercel (=schizont)
→ Dan deling tot dochtercellen (= merozoïeten)
,Species:
Trypanosoma**
Morfologie:
- Ontsnapt aan immuunsysteem vd gastheer door continue genetische variatie
- Bij meeste soorten polymorfe levenscyclus met 4 verschillende stadia:
1) Amastigoot
= afgerond lichaam zonder flagel
2) Promastigoot
= flagel ingeplant aan het vooreinde
3) Epimastigoot
= flagel halverwege de cel, voor de kern ingeplant
4) Trypomastigoot (karakteristieke vorm)
= flagel ingeplant achteraan de cel
▪ Aanwezig in bloed en weefsels vd vertebrate gastheer
▪ Slank, langwerpig en sterk variërende grootte
▪ 1 enkel flagel met undulerende membraan
▪ Centrale kern
▪ Kinetoplast (deel vh mitochondriaal systeem)
, Overdracht:
- Via vector (uitz. Tryponasoma equiperdum) op 2 manieren:
1) Contaminatieve methode (Stercoraria)
• Eindstadia vd ontwikkelingscyclus in einddarm vd vector
(bloedzuigende wants)
• Infectieuze vorm komt via uitwerpselen vd wants op
zoogdierhuid terecht
• Via huidwonden/mucosa komt parasiet in bloedbaan
• Continue ontwikkeling in gastheer
→ trypomastigote, amastigote en epimastigote stadia
• Vermenigvuldiging door 2-deling
2) Inoculatieve methode (Salivaria)
• Eindstadia vd ontwikkelingscyclus in proboscis en
speekselklieren vd vector (steekinsect)
• Infectieuze vorm ingespoten in gastheer tijdens steken
vd vector
→ T. equiperdum sexueel overgedragen zonder vector
• Discontinue ontwikkeling in gastheer
→ alleen trypomastigote stadia
• Vermenigvuldiging door 2-deling en veeldeling
• Cyclisch = wel vermeerdering in vector
• Mechanisch = geen vermeerdering in vector (geringe tijdspanne tussen 2 steken)
Algemene morfologie:
- Eencellig organisme
- Zelfstandig organisme
(organisme kan zelf alle fundamentele levensfuncties verrichten)
- Behoren tot de eukaryoten
(hebben kernmembraan en mitochondriën)
- Kunnen zich voortbewegen
• Via glijmechanisme
• Via organellen:
▪ Flagellen
▪ Ciliën
▪ Pseudopodia
- Vele Protozoa produceren cysten of sporen
(kunnen hierdoor ongunstige omstandigheden overleven en makkelijker verspreiden)
Voortplanting:
- Geslachtelijk:
• Syngamie:
= versmelten van 2 gameten tot een zygote
▪ Gam(et)ogonie = vorming van gameten
▪ Microgameten (mannelijk) <--> macrogameten (vrouwelijk)
▪ Sporogonie volgt dikwijls de syngamie op (asexuele veeldeling)
▪ Bij sporozoa
• Conjugatie:
▪ 2 organismen paren en wisselen kernmateriaal uit
▪ Bij ciliaten
,- Ongeslachtelijk:
• Tweedeling:
(Eenvoudige celdeling met ontstaan van 2 dochtercellen)
▪ Deling volgens lengteas bij meeste flagellaten
▪ Dwarsdeling bij meeste ciliën
• Multiple deling (merogonie):
(moedercel deelt in verschillende dochtercellen → typisch voor sporozoa)
▪ Endodyogenie
→ Door inwendige knopvorming ontstaan 2 dochtercellen
▪ Endopolygenie
→ Door inwendige knopvorming ontstaan meerdere dochtercellen
▪ Schizogonie
→ Eerst kerndeling in moedercel (=schizont)
→ Dan deling tot dochtercellen (= merozoïeten)
,Species:
Trypanosoma**
Morfologie:
- Ontsnapt aan immuunsysteem vd gastheer door continue genetische variatie
- Bij meeste soorten polymorfe levenscyclus met 4 verschillende stadia:
1) Amastigoot
= afgerond lichaam zonder flagel
2) Promastigoot
= flagel ingeplant aan het vooreinde
3) Epimastigoot
= flagel halverwege de cel, voor de kern ingeplant
4) Trypomastigoot (karakteristieke vorm)
= flagel ingeplant achteraan de cel
▪ Aanwezig in bloed en weefsels vd vertebrate gastheer
▪ Slank, langwerpig en sterk variërende grootte
▪ 1 enkel flagel met undulerende membraan
▪ Centrale kern
▪ Kinetoplast (deel vh mitochondriaal systeem)
, Overdracht:
- Via vector (uitz. Tryponasoma equiperdum) op 2 manieren:
1) Contaminatieve methode (Stercoraria)
• Eindstadia vd ontwikkelingscyclus in einddarm vd vector
(bloedzuigende wants)
• Infectieuze vorm komt via uitwerpselen vd wants op
zoogdierhuid terecht
• Via huidwonden/mucosa komt parasiet in bloedbaan
• Continue ontwikkeling in gastheer
→ trypomastigote, amastigote en epimastigote stadia
• Vermenigvuldiging door 2-deling
2) Inoculatieve methode (Salivaria)
• Eindstadia vd ontwikkelingscyclus in proboscis en
speekselklieren vd vector (steekinsect)
• Infectieuze vorm ingespoten in gastheer tijdens steken
vd vector
→ T. equiperdum sexueel overgedragen zonder vector
• Discontinue ontwikkeling in gastheer
→ alleen trypomastigote stadia
• Vermenigvuldiging door 2-deling en veeldeling
• Cyclisch = wel vermeerdering in vector
• Mechanisch = geen vermeerdering in vector (geringe tijdspanne tussen 2 steken)