Anatomie
Thermoregulatie
= evenwicht tussen warmteverlies en -productie
Coördinatiecentrum = hypothalamus
Homeotherm
Mens is warmbloedig: 36,8°C
Enzymen werken tussen bepaalde temperaturen
o T < 32°C = dodelijke hartritmestoornissen
o T > 40°C = kans op epileptische insult
o T > 42°C = hersenschade
Warmteproductie
Op celniveau
Deel vastgelegd als APT, rest moet weg
Hoger cel metabolisme = meer energie
Warmte moet weg systeemschade of oververhitting orgaan
Warmteafgifte
Straling
o Koudere omgeving: +/_ 60% weg
o Warmte opnemen bij hoge temperatuur
o Effectief
Geleiding
o Door fysiek contact: koud object = warmte afgeven
o Niet effectief
Convectie
o = luchtstroming: lucht neemt warmte mee
o Koude lucht warmt op en stijgt
Verdamping
o Perspiratio sensibilis = zweten
o Perspiratio insensibilis = via longen
o Veel energie, maar effectief
Hypothalamus
Centrale thermosensoren: centraal zenuwstelsel info geven over kerntemperatuur
Perifere thermosensoren in dermis: info geven over omgevingstemperatuur
Vergelijking tussen reële en gewenste temperatuur
Koorts
Door pyrogenen/eiwitten
Thv hypothalamus hoger temperatuurniveau
o Gewenste temperatuur verhoogt = koud hebben
o Afnemen koorts naar normale waarden = zweten en vasodilatatie
Maligne hyperthermie
o Oorzaak = anesthesie, drugs, …
o Kerntemperatuur > 44°C = hartritmestoornissen, stuipen, schade, krampen, dood
, o Koelen en symptomatisch behandelen
Lichaamstemperatuur < gewenst
Warmteproductie bevorderen
o Warmteverlies remmen vasoconstrictie
o Warmteproductie
Rillen
skeletspieren verbruiken energie en produceren warmte, effectief,
(on)willekeurig
Hormonale genese hormonen vrijgeven en stimulatie stofwisseling
Gedragsaanpassing warmte opzoeken, kledij aandoen
Lichaamstemperatuur > gewenst
Warmteverlies bevorderen
o Vasodilatatie
via straling en convectie, warmte naar oppervlak, roder en warmer
o Transpiratie
zweet over huid via verdamping
o Diepere ademhaling (via mond)
prikkeling ademhalingscentrum, perspiratio insensibilis
De huid
Bouw
Epidermis / opperhuid
Verschillende strata / cellagen
o Dikke huid = 5 lagen
o Dunne huid = 4 lagen
Gelaagd plaveiselepitheel
Stratum basale / kiemlaag
Verbonden met basaalmembraan
Papilvormig of epidermische kammen
oppervlakte vergroten en meer wrijving = betere houvast
vingerafdruk
Kiemcellen
vorming en start groei nieuwe cellen
vervanging verloren dekweefsel
Melanocyten
o Stratum spinosum
Stekelcellen
Verdere deling cellen vanuit kiemlaag
o Stratum granulosum
Korrelig
Cellen vanuit stratum spinosum
Start aanmaak keratine = verhoorning
o Stratum lucidum
Doorzichtig
Enkel in dikke huid
, Anatomie
Afgeplat, dicht opeen, gevuld met keratine
o Stratum corneum / hoornlaag
Afgestorven cellagen (15 tot 30 lagen)
Verhoornd keratine
Van stratum basale naar startum corneum = 7 à 10 dagen
verder van O2 en vol met keratine
oppervlak = draag belet aangroei Micro-Organismen
Dermis / lederhuid
o Onder dermis
o Papilaire laag
Oppervlakkig
Los bindweefsel
steun en voeding epidermis
haarvaten en zenuwen die in huidoppervlak lopen
o Reticulaire laag
Dieper
Dicht onregelmatig bindweefsel
collagene en elastische vezels = rekbaarheid en turgor
bloedtoevoer naar huid van vaatnetwerk, grens dermis/hypodermis
Hypodermis / onderhuid
o Met bindweefsel verbonden aan dermis
o Geen echte huidlaag
Grens moeilijk te onderscheiden
Stabiliseren tov onderliggende structuren
Losmazig bindweefsel met veel vetcellen
energiereserve, isolatie, schokbreker
Geen vitale organen en weinig haarvaten => subcutane injectie
Functies
Bescherming
o Bedekken onderliggende weefsels en organen
o Beperken vochtverlies
o Micro-organismen
Thermoregulatie
o Handhaving lichaamstemperatuur
Voedingsstoffen aanmaken en opslaan
o In epidermis Vitamine D3
bevordering Ca-opname
opslag vetten in vetweefsel
Zintuigfunctie
o Detectie tast-, druk-, pijn-, en temperatuurprikkels
o Info doorgeven aan zenuwstelsel
Uitscheiding en afscheiding
o Afscheiden zout water en organische afvalstoffen
o Info doorgeven aan zenuwstelsel
Accessoire structuren
Thermoregulatie
= evenwicht tussen warmteverlies en -productie
Coördinatiecentrum = hypothalamus
Homeotherm
Mens is warmbloedig: 36,8°C
Enzymen werken tussen bepaalde temperaturen
o T < 32°C = dodelijke hartritmestoornissen
o T > 40°C = kans op epileptische insult
o T > 42°C = hersenschade
Warmteproductie
Op celniveau
Deel vastgelegd als APT, rest moet weg
Hoger cel metabolisme = meer energie
Warmte moet weg systeemschade of oververhitting orgaan
Warmteafgifte
Straling
o Koudere omgeving: +/_ 60% weg
o Warmte opnemen bij hoge temperatuur
o Effectief
Geleiding
o Door fysiek contact: koud object = warmte afgeven
o Niet effectief
Convectie
o = luchtstroming: lucht neemt warmte mee
o Koude lucht warmt op en stijgt
Verdamping
o Perspiratio sensibilis = zweten
o Perspiratio insensibilis = via longen
o Veel energie, maar effectief
Hypothalamus
Centrale thermosensoren: centraal zenuwstelsel info geven over kerntemperatuur
Perifere thermosensoren in dermis: info geven over omgevingstemperatuur
Vergelijking tussen reële en gewenste temperatuur
Koorts
Door pyrogenen/eiwitten
Thv hypothalamus hoger temperatuurniveau
o Gewenste temperatuur verhoogt = koud hebben
o Afnemen koorts naar normale waarden = zweten en vasodilatatie
Maligne hyperthermie
o Oorzaak = anesthesie, drugs, …
o Kerntemperatuur > 44°C = hartritmestoornissen, stuipen, schade, krampen, dood
, o Koelen en symptomatisch behandelen
Lichaamstemperatuur < gewenst
Warmteproductie bevorderen
o Warmteverlies remmen vasoconstrictie
o Warmteproductie
Rillen
skeletspieren verbruiken energie en produceren warmte, effectief,
(on)willekeurig
Hormonale genese hormonen vrijgeven en stimulatie stofwisseling
Gedragsaanpassing warmte opzoeken, kledij aandoen
Lichaamstemperatuur > gewenst
Warmteverlies bevorderen
o Vasodilatatie
via straling en convectie, warmte naar oppervlak, roder en warmer
o Transpiratie
zweet over huid via verdamping
o Diepere ademhaling (via mond)
prikkeling ademhalingscentrum, perspiratio insensibilis
De huid
Bouw
Epidermis / opperhuid
Verschillende strata / cellagen
o Dikke huid = 5 lagen
o Dunne huid = 4 lagen
Gelaagd plaveiselepitheel
Stratum basale / kiemlaag
Verbonden met basaalmembraan
Papilvormig of epidermische kammen
oppervlakte vergroten en meer wrijving = betere houvast
vingerafdruk
Kiemcellen
vorming en start groei nieuwe cellen
vervanging verloren dekweefsel
Melanocyten
o Stratum spinosum
Stekelcellen
Verdere deling cellen vanuit kiemlaag
o Stratum granulosum
Korrelig
Cellen vanuit stratum spinosum
Start aanmaak keratine = verhoorning
o Stratum lucidum
Doorzichtig
Enkel in dikke huid
, Anatomie
Afgeplat, dicht opeen, gevuld met keratine
o Stratum corneum / hoornlaag
Afgestorven cellagen (15 tot 30 lagen)
Verhoornd keratine
Van stratum basale naar startum corneum = 7 à 10 dagen
verder van O2 en vol met keratine
oppervlak = draag belet aangroei Micro-Organismen
Dermis / lederhuid
o Onder dermis
o Papilaire laag
Oppervlakkig
Los bindweefsel
steun en voeding epidermis
haarvaten en zenuwen die in huidoppervlak lopen
o Reticulaire laag
Dieper
Dicht onregelmatig bindweefsel
collagene en elastische vezels = rekbaarheid en turgor
bloedtoevoer naar huid van vaatnetwerk, grens dermis/hypodermis
Hypodermis / onderhuid
o Met bindweefsel verbonden aan dermis
o Geen echte huidlaag
Grens moeilijk te onderscheiden
Stabiliseren tov onderliggende structuren
Losmazig bindweefsel met veel vetcellen
energiereserve, isolatie, schokbreker
Geen vitale organen en weinig haarvaten => subcutane injectie
Functies
Bescherming
o Bedekken onderliggende weefsels en organen
o Beperken vochtverlies
o Micro-organismen
Thermoregulatie
o Handhaving lichaamstemperatuur
Voedingsstoffen aanmaken en opslaan
o In epidermis Vitamine D3
bevordering Ca-opname
opslag vetten in vetweefsel
Zintuigfunctie
o Detectie tast-, druk-, pijn-, en temperatuurprikkels
o Info doorgeven aan zenuwstelsel
Uitscheiding en afscheiding
o Afscheiden zout water en organische afvalstoffen
o Info doorgeven aan zenuwstelsel
Accessoire structuren